Hoge energieprijzen noodzakelijk,
overheidsingrijpen is slecht idee
MARTIJN BLOM, INGEBORG DE KEIZER EN JOS BENNER
Stijgende energieprijzen vergroten de kansen voor duurzame
energie. Bovendien is de schade aan milieu en samenleving nog altijd groter dan de
opbrengst aan accijns en heffingen
Hoge brandstofprijzen en de wijze waarop energiebedrijven CO2 -prijzen doorberekenen, leiden tot een brede roep om
overheidsingrijpen. Wij zijn daartegen, onder meer omdat consequent doorberekenen van
milieukosten noodzakelijk is voor een duurzame energievoorziening. Weeffouten, zoals in
het CO2 -handelssysteem (FD, 3 augustus) kunnen op een andere
wijze efficiënt worden aangepakt.
De hoge olie- en CO2 -prijzen zijn voelbaar in de portemonnee
van de consument. Hierdoor betaalt een gemiddeld gezin dit jaar ruim 200 euro meer voor
zijn elektriciteit. Aardgas en autorijden worden eveneens steeds duurder. De hoge
brandstof- en elektriciteitsprijzen maken veel los bij consumenten en bedrijven. Door
extreem hoge winsten van Shell en door de wijze waarop elektriciteitsbedrijven de CO2 -lasten doorberekenen, is in de media het beeld ontstaan dat over
de ruggen van consumenten veel geld wordt verdiend. Daarbij komt het idee dat accijnzen in
Nederland relatief hoog zijn in vergelijking met ons omringende landen.
De hoge prijzen leiden tot een steeds luider wordende roep om ingrijpen van de overheid.
De interventie zou moeten leiden tot prijsregulering, in het bijzonder door middel van
aanpassing van accijnzen op motorbrandstoffen en de emissiehandelsprijs. ANWB, RAI, Bovag,
VVD en ook de PvdA, allemaal pleiten ze voor accijnsverlaging (kwartje van Kok teruggeven)
of andere compensatie om de 'uitzonderlijk hoge brandstofprijzen' te compenseren.
Een vergelijkbare reactie zien we bij de emissiehandel. De olieprijzen en dus ook de
hieraan gekoppelde gasprijzen stijgen doordat de vraag groter is dan het aanbod. Een van
de neveneffecten is dat energiebedrijven overschakelen op de goedkopere kolen. Dat leidt
tot meer CO2 -uitstoot, waardoor de vraag naar emissierechten
groter wordt en dus de CO2 -handelsprijs stijgt: de afgelopen
maanden van zeven euro per ton naar 29 euro per ton. Er gaan stemmen op om een
maximumprijs voor CO2 te hanteren. Ook het recent verschenen
Energierapport van minister Brinkhorst noemt deze mogelijkheid.
Deze roep om verlaging of maximering van milieuheffingen is onterecht en onverstandig. De
accijnzen en CO2 -emissiehandel zijn belangrijke middelen op weg
naar volledige internalisering van de milieukosten, in dit geval in het bijzonder voor CO2 . Het totaal aan heffingen en andere instrumenten levert nog
altijd minder op dan de schade die wordt toegebracht aan het milieu, volksgezondheid en de
maatschappij.
Internalisering sluit aan op het principe 'de vervuiler betaalt' en zet op termijn ook
echt zoden aan de dijk. Er wordt vaak beweerd dat de regel geen effect heeft, vanwege de
geringe prijselasticiteit (prijsgevoeligheid). Studies tonen echter aan dat de
langetermijneffecten op klimaat wel degelijk significant zijn. Dit geldt voor
energiebelastingen en voor autobelastingen, zoals accijnzen en houderschapsbelastingen.
Het is nog maar de vraag of deze effecten met een ander type instrument, zoals stimulering
van zuiniger gebruik of campagnes om mensen uit de auto te krijgen, op dit moment gehaald
kunnen worden.
De gestegen energieprijzen aangrijpen om kritiek te uiten op milieuheffingen is niet
alleen unfair, maar gaat ook voorbij aan de hoofdoorzaak van de prijsstijging: de spanning
tussen vraag en aanbod. Door toenemende schaarste van olie en gas en de stijgende CO2 -handelsprijzen zal op termijn een structurele stijging van de
elektriciteitsprijs optreden. Dit is een gewenst en bedoeld effect van emissiehandel. Hoe
hoger de handelsprijs voor CO2 , hoe interessanter investeringen
worden in duurzame opties waarvoor geen CO2 -emissierechten
nodig zijn.
Wij pleiten voor een aanpak bij de bron: de groeiende afhankelijkheid van fossiele
grondstoffen met hun vervuilende emissies. Daarvoor zijn heffingen en accijnzen van groot
belang uit het oogpunt van effectiviteit en rechtvaardigheid. Dit vereist een beleid dat
op langere termijn gehandhaafd wordt en niet bij elke prijsstijging of elk zuchtje
tegenwind gecompenseerd wordt vanwege nadelige inkomens- of concurrentie-effecten.
Uiteraard dient wel gekeken te worden naar de sociale functie die energie heeft: hoge
energiekosten treffen vooral de minder draagkrachtigen. Prijsregulering in de
energiemarkten, zoals nu door velen wordt gesuggereerd, is voor de lage inkomens niet de
oplossing.
Eigenlijk is er maar één ding waar we ons wél druk om moeten maken: onterechte
doorberekening van uitstootrechten die energiebedrijven voor een deel gratis hebben
gekregen. Dit zou enorme 'windfall profits' voor stroomproducenten betekenen. Dit kan
worden voorkomen door op korte termijn energiebedrijven te dwingen inzage te geven in de
kosten die zij maken voor de aanschaf van emissierechten of het nemen van CO2 -reductiemaatregelen. Deze transparantie maakt ook de omvang
duidelijk van de eerder geconstateerde weeffout en geeft inzicht in de oplossingen ervoor.
Martijn Blom, Ingeborg de Keizer en Jos Benner werken bij onderzoek- en adviesbureau voor
milieubeleid en strategie CE Delft.
Verlagen energieheffing is onverstandig
Emissiehandel en accijnzen internaliseren de milieukosten
Langetermijneffect van heffingen is positief
Hoofdoorzaak prijsstijging is meer vraag dan aanbod
Hogere prijzen maken duurzame energie aantrekkelijker
Voor minder draagkrachtigen is prijsregulering niet de oplossing
Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad |
|