(Richtlijn Emissiehandel)
BIJLAGE IV
BEGINSELEN VOOR DE BEWAKING EN RAPPORTAGE, BEDOELD IN ARTIKEL 14, LID 1
Bewaking van kooldioxide-emissies
De emissies moeten door middel van berekeningen of metingen worden bewaakt.
Berekeningen
De emissies worden met behulp van de volgende formule berekend:
Activiteitsgegevens × emissiefactor × oxidatiefactor
Activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, productieomvang enz.) worden bewaakt op basis van toevoergegevens of
metingen.
Er worden geaccepteerde emissiefactoren gebruikt. Voor de activiteit specifieke emissiefactoren zijn voor alle brandstoffen
aanvaardbaar. Default-factoren zijn aanvaardbaar voor alle brandstoffen, behalve niet-commerciële (afvalbrandstoffen
zoals banden en industriële procesgassen). Laagspecifieke defaults voor steenkool, en voor de EU of het producentland
specifieke defaults voor aardgas worden verder uitgewerkt. IPCC-defaults zijn voor raffinaderijproducten
aanvaardbaar. De emissiefactor voor biomassa is nul.
Als de emissiefactor geen rekening houdt met het feit dat een deel van de koolstof niet wordt geoxideerd, wordt een
oxidatiefactor gebruikt. Als voor de activiteit specifieke emissiefactoren zijn berekend die al rekening houden met
oxidatie, behoeft geen oxidatiefactor te worden toegepast.
Er worden default-oxidatiefactoren overeenkomstig Richtlijn 96/61/EEG gebruikt, tenzij de exploitant kan aantonen, dat
voor de activiteit specifieke factoren nauwkeuriger zijn.
Voor elke activiteit, elke installatie en elke brandstof wordt een afzonderlijke berekening gemaakt.
Metingen
Bij de meting van de emissies wordt gebruik gemaakt van genormaliseerde of aanvaarde methoden en het resultaat moet
worden bevestigd door een ondersteunende emissieberekening.
Bewaking van de emissies van andere broeikasgassen
Er moeten genormaliseerde of aanvaarde methoden worden gebruikt die door de Commissie in samenwerking met alle
belanghebbenden worden ontwikkeld en volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure worden goedgekeurd.
Emissierapportage
Elke exploitant neemt in zijn verslag over een installatie de onderstaande informatie op.
A. Gegevens ter identificatie van de installatie, waaronder:
naam van de installatie;
adres van de installatie, met postcode en land;
soort en aantal van de activiteiten als bedoeld in bijlage I, die in de installatie worden verricht;
adres, telefoon-, fax- en e-mailgegevens van een contactpersoon, en
naam van de eigenaar van de installatie en van een eventuele moedermaatschappij.
B. Voor elke in bijlage I genoemde activiteit die wordt verricht op het terrein waarvoor de emissies worden berekend:
activiteitsgegevens;
emissiefactoren;
oxidatiefactoren;
totale emissies; en
onzekerheid.
C. Voor elke in bijlage I genoemde activiteit die wordt verricht op het terrein waarvoor de emissies worden gemeten:
totale emissies;
informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden, en
onzekerheid.
D. Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor
vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening
is gehouden.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de rapportagevoorschriften te coördineren met eventuele reeds bestaande
rapportagevoorschriften, teneinde het bedrijfsleven in dit opzicht zo veel mogelijk werk te besparen.