Aanwijzing Europese Commissie
Tweede Allocatieronde, NAP-2, 2008-2012 (9/1)
meer gericht op harmonisatie, signaal om strenger te alloceren
De aanwijzing van de Europese Commissie die 9 januari is
gepubliceerd (Zie persbericht
Europese Commissie en het
Guidance
document) draagt bij aan het streven de allocatie door Lidstaten meer te
harmoniseren, en transparanter te maken (d.m.v. uitgebreide formats voor de
informatie die in de NAP moet). Maar het maakt het de Lidstaten niet makkelijker en laat
nog veel aan hen over en geeft bedrijven nog niet meer zekerheid. Veel zaken blijven
bijvoorbeeld onopgelost tot na de evaluatie van het emissiehandelssysteem die in juni 2006
gereed is.
De Europese wil wel een krachtig signaal geven dat
de allocatie voor de meeste Lidstaten strenger moet zijn dan in de huidige
periode; om precies te zijn 6% minder voor de EU als geheel; omdat de meeste Lidstaten hun
emissies nog niet op lijn met Kyoto-verplichtingen hebben gebracht.
|
COM(2005
) 703 Final, 4 januari 2006

Zie ook: Weinig CO2-taart
om uit te delen; kosten industrie lopen op (FD 12/1) |
| Afgezien van de
aanwijzingen blijven de bestaande regels van kracht. Die zeggen o.a. dat bedrijven niet
meer rechten mogen krijgen dan ze nodig hebben en dat rekening gehouden wordt met groei en
reductie-potentieel. De aanwijzing is overigens niet juridisch bindend,
maar het geeft aan hoe de Commissie de Allocatieplannen voor 2008-2012 gaat beoordelen,
die 30 juni 2006 moeten worden ingediend. De Commissie heeft 3 maanden, tot 30 september
2006 de tijd de NAPs te beoordelen. De Lidstaten kunnen daarna Allocatiebesluiten nemen.
Echte wijzigingen kan de Commissie niet doorvoeren, want daar is een amendement voor
nodig. Dat kost minstens 2 jaar en dus te laat voor NAP-2. En ook is de Commissie nog niet
klaar met de echte evaluatie van de eerste allocatie; die staat gepland voor juni 2006.
Landen kunnen wel afspreken vrijwillig zaken anders te doen. Minder emissierechten
Belangrijkste aspect voor Nederland is de piece-de-resistance uit de Aanwijzing, n.l. het ambitieniveau.
De Commissie geeft een duidelijk signaal om minder te alloceren; ze zegt daarover
het volgende:
- landen mogen niet meer alloceren dan in NAP-1;
- landen die niet op het Kyoto-track zijn moeten minder
alloceren dan in NAP-1;
- landen die op het Kyoto-track zijn mogen evenveel alloceren
als in NAP-1.
 |
Dat zou betekenen dat Nederland,
die volgens de Commissie niet op het Kyoto track zit, minder mag alloceren dan in NAP-1.
Het kabinet heeft juist besloten het huidige plafond te handhaven; dat wordt dus
problematisch volgens de Commissie. Dat betekent dat de Nederlandse regering in NAP-2
uitgebreid moet documenteren welke CO2-maatregelen genomen worden voor sectoren/bedrijven
die niet onder emissiehandel vallen en hoeveel van de overeengekomen CO2-credits de
regering op welk moment daadwerkelijk in haar register kan bijschrijven. Dat is nog best
lastig. Van Geel schreef onlangs nog aan de Kamer dat er nog niet over alle
gecontracteerde CO2-credits zekerheid is en dat in dat geval een reserveprogramma
voorbereid moet worden.
Des te meer reden voor Nederland werk te maken van het verlenen van emissierechten voor
installaties met CO2-opslag. Dat is op zich toegestaan onder de
Richtlijn; wat nodig is, is het ontwikkelen van een monitoringsprotocol voor dergelijke
gevallen, naast het regelen van aansprakelijkheid. Engeland heeft al een blauwdruk voor
kolencentrales met CO2-opslag in olievelden in de Noordzee klaarliggen. Dat moeten ze
voorleggen aan de Europese Commissie. SEQ plant een gascentrale met CO2-opslag in
Drachten, wat het eerste project voor Nederland kan zijn. De ministeries VROM en EZ zijn
bezig met het verlenen van subsidie van pilotprojecten. |
Britse bedrijven verheugd
In een Evaluatie
die de Commissie in december 2005 publiceerde over de voortgang van de EU bij de
uitvoering van het Kyoto Protocol gaf de Commissie n.l. aan de EU25 haar reductie wel
haalt, maar dat twaalf Lidstaten nog niet op goede pad zijn: Belgie, Denemarken,
Duitsland, Finland, Ierland, Italie, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenie
en Spanje. De Commissie berekent dat als deze Lidstaten hun emissieplafonds
terugbrengen, dat tot een totale vermindering met 6% ten opzichte van allocatie van NAP-1
neerkomt, totaal 2,06 Mton per jaar. Als dat niet gebeurt zullen niet deelnemers en andere
sectoren meer moeten reduceren. Britse bedrijven hebben al verheugd
gereageerd en duidelijk gemaakt dat ze ervan uitgaan dat zij een royaler allocatie krijgen
dan in de meeste andere Lidstaten en dat de Commissie daar aan vast moet houden; Engeland
staat immers niet in dit rijtje (zie FT). Dat
geeft ook een nadeel van dit vroegtijdig krachtig signaal aan. Lidstaten zullen immers
proberen de Commissie op een ander standpunt te brengen, waardoor verwachtingen in de
markt niet uitkomen.
Op zich is een strengere allocatie verstandig. Op die
manier blijft een redelijk CO2-prijsniveau in stand, waardoor rendabele, lange termijn
investeringen in CO2-reducties gepland kunnen worden. De prijs van emissierechten voor de
periode 2008, die al als 'futures' gekocht kunnen worden, is niet echt gewijzigd en blijft
onverminderd zo'n 3 lager dan de emissierechten van de huidige periode. Handelaren
verwachten kennelijk nog niet echt zware tijden.
Andere elementen
- Ander punt van belang voor Nederland is dat de Commissie
niet direct de Nederlandse claim accepteert om kleine bedrijven - die op
zich onder het systeem vallen maar minder dan 25 Kt CO2 hebben - buiten het systeem
te laten. Men geeft aan dat de monitoring-eisen voor kleine bedrijven eenvoudiger worden
en dat men bereid is t.z.t. met een amendement op de emissiehandels-richtlijn te komen
kleine bedrijven uit te sluiten. Ook adviseert de Commissie landen om ook de eigen
regeling en procedures t.a.v. kleine bedrijven te versimpelen.
- Duidelijkheid wordt al wel verschaft o.a. over welke
installaties onder emissiehandel vallen, m,.n. de definitie van stookinstallaties.
Alle bedrijven die stookinstallaties boven 20MWth hebben staan - dus ook krakers
in de chemie bijv.en ook off-shore installaties - vallen onder
het systeem. Hier waren nogal wat interpretatieverschillen. Frankrijk nam in eerste
instantie de chemische installaties niet mee, laatr een aantal, terwijl Nederland alle
chemische stook- installaties meenam,waarvan er later een aantal een aan de '
opt-out-regeling meededen. Dat wordt dus nu rechtgetrokken. VNCI twijfelt overigens of
alle landen het ook daadwerkelijk hetzelfde gaan doen.
- Veiling van emissierechten: de Commissie
benadrukt Lidstaten vooral gebruik te maken van de 10% die men maximaal mag veilen; in de
di9scussie over stroomprijzen wordt hier ook een beroep op gedaan. Het maakt wel dat de
energiesector sowieso kosten maakt en door de doorberekening hiervan, zullen stroomprijzen
wel stijgen
- De relatie met het gebruik van CDM- en JI-rechten: geadviseerd
wordt om voor alle installaties hetzelfde percentage in NAP-2 vast te stellen voor de hele
periode 2008-2012. Welk percentage is niet geregeld. Nederland wil 8%, maar geeft de
voorkeur aan een EU-afgestemde regeling. Een bedrijf dat bijvoorbeeld 1Mton emissierechten
per jaar heeft; mag dan maximaal 80.000 t CO2 van zijn emissies afdekken met - op dit
moment goedkoper - CDM- en JI-rechten; de rest moet met EU emissierechten. Ik ga ervan uit
dat dit wat soepeler wordt. Immers op de Klimaattop in Montreal in december werd immers
afgesproken de toepassing van CDM-projecten te stimuleren. De Commissie wijst hier ook op
in de Aanwijzing.
- Het gebruik van benchmarking bij de allocatie
van emissieplafonds, zoals Nederland doet, is nog niet voldoende ontwikkeld om dat op
EU-niveau te doen. Lidstaten mogen dat zelf wel doen; dit wordt aangeraden vooral bij
nieuwe elektriciteitscentrales te doen: dus hoe meer emissies, des te minder
emissierechten, waardoor gas en CO2-opslag gunstiger scoren dan een kolencentrale.
Toekomstige Uitbreiding
Emissiehandelssysteem
Naast deze aanwijzing is er een evaluatie door de Commissie en hele exercitie met de
Lidstaten aan de gang over de verdere uitbreiding van het emissiehandelssysteem, o.a.:
- meer gassen: N2O, methaan, vooral van
belang voor chemie en olieindustrie
- meer sectoren: aluminium, chemie,
luchtvaart, glastuinbouw?
- gebruikmaken van reducties in projecten in eigen
land ('domestic offsets'). Dat kan interessant zijn voor projecten in de
landbouw-, verkeerssector en gebouwde omgeving.
Die uitbreidingen zullen te laat klaar zijn voor NAP-2, en
een amendering van de Richtlijn is niet gereed voor 2008. Maar het is zeerwel mogelijk dat
wijzigingen halverwege doorgevoerd worden (2010). Maar dan is daar wel draagvlak van
bedrijven voor nodig, omdat zij gebaat zijn bij consistentie.
Daarnaast mogen landen eenzijdig het systeem uitbreiden:
- nationale sectoren inbrengen per 2008, als
dat geen EU-concurrentie verstoort. Dat zou voor de glastuinbouw een optie kunnen zijn.
- andere gassen: als men de N2O in de
nylonindustrie gaat meetellen bijvoorbeeld. Mits dat goed gemonitored wordt. Daar liggen
in dat geval rendabele opties.
jc@emissierechten.nl
Voor
iedereen die zich goed wil informeren over de juridische en praktische aspecten van de
emissiehandel organiseert de Academie voor Toegepaste Rechtswetenschappen op 16 maart a.s. de jaarlijkse
actuele studiedag Emissiehandel de juridische en praktische aspecten.
Er zijn nog plaatsen beschikbaar. Zie hier
voor programma, informatie en opgave.

|