ECN: "Stroombedrijven berekenen CO2-prijs door .... omdat dat kán" (1/10).
kritiek op conclusies en aanbevelingen

ECN publiceerde vorige week haar onderzoek voor EZ naar de relatie tussen CO2-handel en de stroomprijs. Zie rapport: "CO2 Price dynamics: the implications of EU emissions trading for the price of electricity". ECN heeft voor het onderzoek, neergelegd in een  document van 150 pagina's een aantal modellen gebruikt, interviews gehouden en onderzoek gedaan. Men concludeert o.a. dat 40 - 70% van de gratis verstrekte emissierechten in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland heeft geleid tot een verhoging van de stroomprijs. De verhoging was 9-11 €/MWh (vergeleken met Duitsland 13-19 €/MWh en Frankrijk 1-5 €/MWH).

Men zegt dat CO2-emissierechten zgn. opportuniteitskosten zijn en dat daarom zelfs 100% doorberekening te verwachten is, maar doordat toetreders ook gratis rechten krijgen en door een reeks van marktfactoren ligt dit percentage lager. Men stelt voor de emissierechten voortaan te veilen; dan worden écht gemaakte CO2-kosten bij de stroomprijs inbegrepen. Veilingopbrengsten zouden immers teruggesluisd kunnen worden naar de energie-intensieve industrie. Het effect op de stroommarkt is bovendien dat de CO2-prijs zorgt voor een bodem in de spot-stroomprijs. Een verkoper zal niet ónder die prijs aanbieden. ECN vindt het huidig systeem van gratis emissierechten 'pervers', omdat het juist bijdraagt aan investeringen in meer CO2-uitstotende energie (kolencentrales).

Reacties
EnergieNed
bestrijdt de conclusies:"Prijzen stijgen alleen als daar een reden voor is". NUON kondigde ook een reactie aan. Essent zegt dat de CO2-kosten - door het verstoken van meer kolen - nu eenmaal op de prijs komen.
Minister van Economische Zaken Brinkhorst heeft de Tweede Kamer in reactie bericht dat hij het DTE de invloed van CO2-handel op stroomprijzen te monitoren. Hij zal het onderwerp op komende Europese vergaderingen aan de orde stellen. De PvdA had gevraagd om ingrijpen van de DTE.

   wpeD.jpg (79269 bytes)
Correlatie tussen olie-, CO2- en stroomprijs is aantoonbaar (bron: JC)


Maar is de conclusie van de ECN een optimale conslusie?

Ik vraag me af of ECN ons hiermee nu een goede dienst bewijst. Interviews met het handjevol stroom-bedrijven was voldoende geweest te weten wat er nu gebeurt. Er zitten 3 problemen in het onderzoek van ECN:
1) dat emissierechten 'opportunity' kosten zijn, en dat het terecht is is bedrijven die emissierechten op hun balans hebben, wel gek zouden zijn daar geen profijt van proberen te krijgen. Dit is m.i. een economische versluiering dat bedrijven streven naar profijt. De emissierechten staan wellicht wel als waarde op de balans, maar daar staat een 'liability' tegenover, namelijk dat de emissierechten moeten worden ingeleverd en dat men meestal minder rechten heeft dan nodig. Daarom is de International Accountacy Standards Board (IASB) van plan voor te stellen in dit soort gevallen de waarde op '0' te zetten; er is dan geen sprake van opportunity cost en geen aanleiding de CO2-waarde door te berekenen.
2) de effecten van de CO2 in de stroomprijs waren tijdelijk erg pregnant in juni, toen de olie-prijs snel steeg en de CO2-prijs 30EURO/ton was en gas haast onbetaalbaar. De olieprijs blijft wellicht hoog, maar de CO2-prijs gaat m.i. zeker naar beneden, als het aankomt op het inleveren van emissierechten april 2006. Dan wordt de maat genomen en beseft men meer de waarde van CO2. Tegen die tijd is het aanbod ook groter;
3) Je kunt prijs-effecten in modelen stoppen, maar niet het gedrag van de spelers. Mijn advies aan Essent Productie zou zijn: "Betaal die hoge CO2-prijs nu niet, maar wacht en benut de rechten die je hebt; dan wordt de stroom ook niet duurder voor mij". Maar het zijn de energie traders die nu eenmaal dagelijks optimaal willen afsluiten en dat doen ze door dagelijks de prijsontwikkelingen te volgen. Voor stroom-, olie-, gas-- en kolenprijs is dat terecht, maar voor CO2-rechten hoeft dat niet. Ze hebben wel elke dag gelijk a.h.w. maar niet als we de CO2-emissies van Essent van heel 2005 en de verkregen emisierechten meenemen. Want inderdaad, ze zijn gratis verstrekt, en dat had de traders moeten laten zien dat het een bijzonder soort markt is.
En dat is nu juist mijn probleem met veiling. Het klopt beter in modellen, want het is constant. Maar het is ook kostenverhogend, en het betekent geen omschakeling naar schonere energie, want ook de veilingkosten kúnnen doorberekend worden. Terugsluizing naar energiegebruikers maakt het systeem ook weer ingewikkeld, zonder garantie dat het ook lukt. De huidige CO2-markt is een financiële markt voor traders en banken. Die zal naar mijn mening later aangevuld worden met een langere termijn CO2-markt, waar tegen lagere kosten CO2-reducties worden bereikt.
Het
VNCI zegt absoluut niet achter achter veilen te staan, omdat het veilen van rechten een grote kostenpost voor de chemische bedrijven gaat betekenen. Zo zouden zij opnieuw in hun concurrentiepositie geschaad worden.

Energeia: Onzinhype
Jurgen Sweegers, chef nieuwsdienst van Energeia Energienieuws, gaat nog verder in zijn kritiek op de discussie over het doorberekenen van de CO2-prijs. Hij noemt het en
onderwerp een "onzinhype". Zowel het FD als ECN maken grote denkfouten. Zo luidde een kop in Het Financieel Dagblad van 3 augustus: 'CO2 mag niet worden doorberekend'.Immers, zegt Sweegers, het is juist de bedoeling van het emissiestelsel dat de prijs van CO2-rechten wordt doorberekend, of ze nu gratis verkregen zijn of niet. Op die manier wordt stroom opgewekt uit kolen of gas, als het goed is, duurder dan de stroom uit duurzame bronnen als wind of zon of uit kernenergie. Verder vindt hij het "helemaal aan de bedrijven zelf om de hoogte van de prijzen te bepalen. Wat ze al dan niet doorberekenen in de prijs is een zaak van die bedrijven zelf. We zouden daarin helemaal niet geďnteresseerd moeten zijn. Gaat ECN nu ook vragen stellen bij het doorberekenen van de kosten van die gratis verkregen doos paperclips? Het is stuitend en potsierlijk dat een overheidsinstituut als ECN, met publiek geld gefinancierd, zich bezighoudt met de vraag wat private bedrijven al dan niet doorberekenen in hun prijs".