CO2-handelssystemen gaan de wereld over, tegen wil en dank

grafiek jos cozijnsen column eind juni 2014 GEPJos Cozijnsen: “De voordelen wegen op tegen de nadelen”

Volgens recent onderzoek van Ecofys voor de Wereldbank zijn er meer dan 20 CO2-handelssystemen in landen, provincies en steden. Er zijn er zo’n 15 in ontwikkeling. En Zo’n kwart van de mondiale CO2-emissies valt onder een of ander CO2-beprijzingssysteem 1).

Overzicht van CO2-handelssystemen

  • Bestaande systemen: EU ETS, Zwitsers ETS, VS: California Cap-and-Trade en het Regional Greenhouse Gas Initiative (RGGI). Canada: Alberta Greenhouse Gas Reduction Program en het Québec Cap-and-Trade System, Kazakhstan ETS, Australia Carbon Pricing Mechanism (wordt wrsch. vervangen door ETS), Nieuw Zeeland ETS, Japan: diverse systemen. China: ETS in Beijing, Guangdong, Hubei, Shanghai, Shenzhen en Tianjin.
  • Komende systemen: China: nationaal en in Chongqing, Republic of Korea ETS.
  • Potentieel in: Brazilië, Chili, Costa Rica, Mexico, North American Pacific Coast, Rusland, Thailand, Turkije en de Oekraïne. 

Voor wie dat vreemd lijkt, omdat we in de EU ‘en masse’ ontevreden zijn over het gebrek aan ambitie en flexibiliteit met emissiehandel en de te lage CO2-prijs (5,75 euro vandaag; in mei 2008 voor de crisis, nog 25 euro), wordt hieronder de vraag beantwoord waarom de verspreiding van emissiehandelssystemen dan toch doorgaat.

CO2-handel maakt CO2-doel haalbaar en handhaafbaar
De belangrijkste reden is mijns inziens dat steeds meer landen inzien dat CO2-emisissiehandelssystemen bieden wat minimaal nodig is voor een haalbaar en handhaafbaar klimaatbeleid. Dat is namelijk: een sluitende CO2-boekhouding, flexibiliteit en gelijk speelveld voor deelnemende bedrijven en een prijsprikkel. Ook als je naar het EU-emissiehandelssysteem kijkt, zie je dat dat gedeelte van de Europese emissies een sluitend meetsysteem heeft. De mate waarin de prikkel voldoende werkt en innovatie in de hand werkt, is voer voor discussie en is politiek gedreven. Maar de gestelde CO2-doelen worden gehaald. Ik denk dat ook de ambitie van een CO2-heffing of regulering afhangt van politiek draagvlak en dat een hoge CO2-heffing de huidige crisis niet overleefd had.

Van ‘top-down’ naar ‘bottom-up’ internationale afspraken
Na de aanname van het Kyoto Protocol in 1997 dacht men dat er een wereldmarkt voor CO2 zou komen, met goedkeuring van de VN en met één CO2-prijs. Bijna 20 jaar later moeten we vaststellen dat het systeem van emissiehandel er anders uit gaat zien. Het worden nationale of regionale systemen, met eigen karakteristieken en een eigen prijs. De markt zelf zorgt vervolgens via de marktprijs voor de onderlinge waardering van de systemen en voor een gelijk speelveld voor internationaal opererende bedrijven.

En de VN zal hooguit faciliteren dat landen met emissiehandelssystemen internationale afspraken maken over geharmoniseerde boekhoudregels en de registratie en ‘tracking’ van emissierechten (onder het zogenoemde ‘Framework for Various Approaches’). Dus markten worden, net als het EU-systeem, ‘bottom-up’ opgezet. En de VN zorgt voor ‘top-down’ afspraken, opdat landen elkaars emissierechten kunnen gebruiken voor het nakomen van een deel van de CO2-verplichtingen. Deze afspraken moeten dubbeltelling van reducties voorkomen en leiden tot additionele vermindering van mondiale emissies. Te verwachten valt dat in het Klimaatakkoord, dat in Parijs in december 2015 vastgelegd moet worden, ruimte gegeven wordt en minimumafspraken staan voor het gebruik van CO2-handel.

Ook meer aandacht in het Zuiden
Vooruitlopend daarop zie je dat een aantal ontwikkelingslanden meedoet aan het ook door Nederland gesteunde ‘Partnership for Market Readiness’ (PMR) 2). De bedoeling is dat steeds minder ontwikkelingslanden alleen met incidentele CO2-projecten meedoen, maar nationale verplichtingen op zich nemen. Het zogenoemde VN ‘Clean Development Mechanism’, waarmee bedrijven CO2-credits kunnen verdienen voor projecten in het Zuiden, moet voorbehouden blijven aan de armere landen.

Meer marktmogelijkheden in het verschiet voor nieuwe sectoren
In het PMR wordt ook gekeken naar de koppeling van emissiehandel voor industrie en energie met binnenlandse CO2-projecten in andere sectoren (zogenoemde ‘Domestic Offsets’) zoals landbouw, verkeer, afval.  Tijdens de EU-top vorige week deed Frankrijk juist een voorstel daar in de EU mee te experimenteren, om kosten van CO2-doelen te drukken 3). In Californie, Japan, Nieuw Zeeland en Kazakstan werkt men daar al mee 4). En een vijftigtal tropisch boslanden denkt er aan om de CO2-emissiemarkt te gebruiken voor CO2-credits voor bosbescherming (het zogenoemde REDD-mechanisme) 5).  Dus als systeem lijkt emissiehandel een blijvertje; het is nog even wachten op de ambitie. Maar dat zou ook voor andere systemen gelden. In de volgende column ga ik in op de opkomst van emissiehandelssystemen in China.

The State and Trends of Carbon Pricing 2014, 11 april 2014.

Partnership on Market Readiness. Deelnemers: Brazilië, Chili, China, Colombia, Costa Rica, India, Indonesië, Jordanië, Mexico, Marocco, Peru, Zuid-Afrika, Thailand, Tunesië, Turkije, Oekraïne en Vietnam.

French proposal on 2030 EU energy goals could ease deadlock

4 Zie bijvoorbeeld studie World’s Carbon Markets: EDF, IETA

Coalition for Rainforest Nations

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl