Afspraken Energieakkoord over versterking CO2-emissiehandel boterzacht

Voorstel Ron Wit over redden CO2-handel boterzacht en contraproductief. Europese politiek werkt wel degelijk aan een sterke CO2-markt.

Ron Wit (Energiepodium, 25 mei 2014) wil dat Europese milieuorganisaties en energie-intensieve industrieën om de tafel gaan zitten om met een deal het overschot van 2 miljard emissierechten uit de markt te halen. Mooie woorden, maar wie goed leest ziet dat Ron Wit diezelfde rechten gelijk weer aan de internationaal concurrerende industrie wil teruggeven, mits deze maar aan een efficiency-benchmark voldoet. Dit zal er volgens hem voor zorgen dat de concurrentiepositie van onze industrie niet verslechtert, terwijl de CO2-prijs in 2020 naar 50 euro schiet. De onderbouwing daarvoor is boterzacht. Want voor een hogere CO2-prijs is eerst nodig dat de benchmark en het Europese doel voor CO2-besparing worden aangescherpt. Dat maakt de concurrentiepositie van onze industrieel degelijk zwakker. Het overschot aan CO2-rechten als bonus aan de industrie geven is ook geen optie. Dan wordt de CO2-prijs eerder lager dan nu en is het een vestzak-broekzakverhaal.

Op dit moment is de industrielobby erg actief: zelfs in de ministersbrief aan de Tweede Kamer over “CO2-markt Stabilisatiefonds”, waar het overschot na 2020 in moet, staat al dat het overschot via het stabilisatiefonds maar weer naar de industrie moet. Dat is een bizar voorstel: in het Stabilisatiefonds gaat het om de emissierechten die geveild zouden worden; de industrie heeft haar eigen gratis rechten al op grond van een benchmark.

De contouren van het voorstel van Ron Wit staan al omschreven in het Energieakkoord, waar hij in zijn tijd bij Stichting Natuur & Milieu hard voor gelobbyd heeft. De afspraken die daarin staan zijn echter buitengewoon slap en ambitieloos als het gaat om het emissiehandelssysteem. In het akkoord staat dat Nederland alleen lobbyt voor veranderingen in het emissiehandelssysteem vanaf 2020. Voor die tijd willen de ondertekenaars dat er dus helemaal niets gebeurt. Daarnaast moet de industrie 100 procent gratis emissierechten krijgen én komt er compensatie van de kosten voor CO2 in de stroomprijs.

Mijn voorstel is om de Parijse klimaattop in 2015 af te wachten. De Europese politiek werkt wel degelijk aan een sterke CO2-markt”

Ik heb al eerder aangegeven dat de agenda van het Energieakkoord gelukkig niet de Europese agenda is. Volgens Ron Wit “is het emissiehandelssysteem failliet” en kan de Europese politiek niet zelf met een werkende oplossing komen. Het tegendeel is het geval. De EU maakt wel degelijk en in snel tempo werk van het versterken van de CO2-markt. Ron Wit ziet een aantal belangrijke ontwikkelingen over het hoofd:
– De Duitse milieuminister, stelt voor het overschot dat met backloading minder wordt geveild al voor 2020 in het Stabilisatiefonds te doen, en zo’n 2 miljard rechten uit de markt te halen. Hierin wordt ze gesteund door haar Deense, Britse en Ierse collega’s. Bloomberg en Der Tagesspiegel berichtten hierover.
– De Europese Commissie is bereid het Stabilisatiefonds eerder te gebruiken dan na 2020.
– De Europese Commissie wil het aantal industriële sectoren dat gratis emissierechten krijgt (de carbon leakage lijst) het liefst verkleinen.
– Interessant is ook het rapport van de Wereldbank over carbon pricing: daaruit blijkt dat de CO2-prijs laag is door de crisis, rampen (Japan) en politiek (Australië) en dat de CO2-prijzen mondiaal het meest verschillen door de verschillende CO2-belastingen.

Dit zijn positieve ontwikkelingen, waar de ondertekenaars van het Energieakkoord op kunnen inspelen. Mijn voorstel is om de Parijse klimaattop in 2015 af te wachten. Dat geeft een beeld van de internationale 2030 CO2-doelen en het mondiale level playing field. Dan weten we welke ambitie voor de Europese CO2-markt nodig is. Het bereiken van een eerlijk wereldwijd speelveld met beheersing van CO2-kosten kan ook door internationale offsets voor zo’n 10 procent van de emissies op de Europese markt toe te laten. Deze offsets zijn emissierechten die bedrijven krijgen wanneer ze  projecten opzetten om CO2-uitstoot te besparen in ontwikkelingslanden. Dat levert dezelfde klimaatwinst op als klimaatprojecten in Europa, maar voor een fractie van de prijs. Als we voor een deel offsets toestaan, kunnen we scherpere CO2-doelen stellen die toch betaalbaar zijn door de industrie. In tegenstelling tot de vestzak-broekzak aanpak van Ron Wit schiet het klimaat hier wel iets mee op.

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl