Duitse studie:”CO2-handel werkt, schaadt concurrentie niet”

Met restwarmte van Portland cementfabriek in Rosenheim wordt stroom opgewekt.

Met restwarmte van Portland cementfabriek in Rosenheim wordt stroom opgewekt.

Jos Cozijnsen: “Bedrijven worden minder energie-intensief, zonder banenverlies”

Emissiehandel werkt en schaadt de concurrentiepositie van de industrie niet of nauwelijks. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Kiel Institute for the World Economy (IfW). Het IfW keek naar 1900 Duitse industriële bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem. Tussen 2007 en 2010 hebben zij hun uitstoot met 20 procent teruggedrongen. De reductie werd met name gerealiseerd tussen 2008 en 2010; dus zelfs in de crisis. Het blijkt dat door het emissiehandelssysteem restwarmte bijvoorbeeld beter werd benut en meer energie en gas werd bespaard. De bedrijven realiseerden dus een afname in hun energie-intensiteit, zonder afname in de productie. Het emissiehandelssysteem veroorzaakte ook geen afname van banen of de export van deze bedrijven.

Er waren al studies die aangaven dat alle deelnemers aan het Europese emissiehandelssysteem samen tussen 2005 en 2010 3 procent minder CO2 uitstootten en dat de Duitse industrie 6,3 procent minder uitstoot had. Maar dat waren studies met geaggregeerde getallen van alle bedrijven. Voor de econometrische studie maakte IfW gebruik van een representatieve dataset van alle Duitse individuele industriële bedrijven met meer dan 20 werknemers, waaronder meer dan 1900 inrichtingen die onder emissiehandel vallen.  De indruk bestaat dat ook voor Nederlandse bedrijven geldt dat ze door het CO2-handelssysteem, ondanks de lage CO2-prijs, meer oog hebben voor efficiency en bedrijfsoptimalisatie.

“De onderzoekers twijfelen aan de noodzaak om de industrie te compenseren voor de verhoging van de stroomprijs door CO2-kosten”

Een tweede interessant aspect van de studie is dat veel van de onderzochte Duitse bedrijven gericht zijn op de export. Uit de studie bleek niets van verlies aan concurrentie op de internationale markten in deze jaren. Men verzamelde daarvoor cijfers over werkgelegenheid, productie en export van de bedrijven. De onderzoekers geven daarom aan te twijfelen aan de noodzaak om de industrie royaal te compenseren voor de verhoging van de stroomprijs door CO2-kosten.

Ik ben het daarmee eens. Er wordt te veel geklaagd door milieuorganisaties dat emissiehandel niet werkt, en door de industrie dat door emissiehandel banen verloren gaan en klimaatbeleid niets mag kosten. Door deze opstelling is het Energieakkoord te weinig ambitieus over de rol van emissiehandel. De handdoek lijkt in de ring te zijn gegooid. De afspraak lijkt te zijn de prikkel nog maar verder af te zwakken.

Juist deze week presenteerde de Europese Commissie een vernieuwde lijst van 175 industriële takken die kwetsbaar ‘kunnen’ zijn voor concurrentieverlies bij een CO2-prijs van 30 Euro. Uit eenstudie van CE Delft in 2013 blijkt dat van concurrentieverlies bij lagere CO2-prijzen geen sprake is. De industrie is zelfs goed in staat de CO2-kosten te integreren in de verkoopprijs. De bedrijven van de lijst krijgen het grootste deel van de emissierechten bovendien gratis op basis van efficiency, de CO2-benchmark.

Belangrijke vragen zijn nu: Hoeveel emissierechten blijven er beschikbaar? En wat wordt de CO2-prijs? Haalt die inderdaad de 30 euro? Het is belangrijk dat  de industrie een prikkel krijgt om meer CO2 te reduceren en zich voor te bereiden op de langetermijndoelen voor CO2-reductie. We moeten stoppen om, zoals lijkt afgesproken in het Energieakkoord, 100 procent gratis emissierechten weg te geven en bedrijven rijkelijk te compenseren voor hun CO2-kosten.

Deze Column verscheen eerder op Energiepodium.nl