Commentaar op het vonnis in de Klimaatzaak; en wat doet het hoger beroep?

“De rechter heeft zich op glad ijs begeven”

In mijn eerdere column over de Klimaatzaak schatte ik in dat de rechter hooguit uit zou stellen dat de Staat een plicht tot klimaatbescherming heeft en misschien een Klimaatwet moet hebben, maar dat de politiek moet aangeven hoe en waar. Daar moet men technologie voor bekijken en economische en geopolitieke aspecten. Terecht dat Liesbeth van Tongeren daarover met premier Rutte en minister Kamp wil spreken (hopelijk staatssecretaris Mansveld ook).

Mijns inziens heeft de rechter zich op glad ijs begeven door een specifiek reductiedoel -25% in 2020 – op te leggen. Ik vind dat de politiek dat moet doen, en dan wel middels de EU. Dat is veel effectiever en goedkoper. Dat heeft niets met ‘je verschuilen’ te maken: het is nogal aanmatigend dat de rechter de regering dit verwijt maakt! Ik begreep overigens uit diverse media dat de rechterlijke macht het punt wilde maken dat zij een eigen taak in de samenleving heeft en dat de politiek daar niet boven staat. Point taken!

“Of de regering in beroep gaat valt te bezien. Dat zou ook lastig aan burgers uit te leggen zijn”

Echter, de ondergrens van -25% in 2020 komt uit het vorige rapport van het VN Intergovernmental Panel on Climate Change (het vierde Assesment rapport van
het IPCC uit 2007). Dat was bedoeld voor de Klimaattop in Kopenhagen in 2009 en gold voor de industrielanden gezamenlijk, niet voor alle landen apart.
En er is daarna nog wel wat gebeurt: door de crisis zijn de emissies in de industrielanden lager en kan men met minder reductie dezelfde scenario’s halen. Het nieuwste VN-rapport heeft het ook niet meer over een apart doel voor industrielanden, maar 0 in 2100 mondiaal. Dat wat het getal betreft. Het ware beter dat aan de politiek over te laten; of de rechter had een pre-advies van het Europees Gerechtshof kunnen vragen.

Of de regering in beroep gaat valt te bezien. Dat zou ook lastig aan burgers uit te leggen zijn. Het is beter een politiek compromis te vinden. Dat kan gevonden worden langs de volgende lijnen:

  • Nederland doet al met een coalitie van landen mee aan extra reducties voor 2020 van kortlevende stoffen als roet, methaan en HFKs: dat kunnen we al meenemen.
  • Nederland levert het overschot van het Kyotobudget 2008-2012 in en de EU brengt 1-2 miljard van het pre-2020 overschot van emissierechten niet op de markt. In feite zijn dat aanscherpingen van het CO2-doel voor 2020.
  • Het is voor Nederland niet mogelijk om de industrie en energiesector, die vallen onder het Europese emissiehandelssysteem extra CO2-reducties op te leggen: dat zou ook weer extra emissieruimte in andere lidstaten geven.
  • Er is wel ruimte voor CO2-reductie in sectoren die niet meedoen aan het emissiehandelssyteem: dus in warmtegebruik, landbouw en transport. De aankomende Green Deal Nationale Koolstofmarkt wil dat mogelijk maken en financieren. Er zou ook een tender van het ministerie van Infrastructuur en Milieu kunnen komen voor nationale CO2-reductieprojecten, als daar geld voor is.
  • Nederland kan haar verantwoordelijkheid nemen door te zorgen voor extra reductie in het buitenland.
  • Daarnaast is het mogelijk dat de regering, net zoals ze van 2000 tot 2012 deed, CDM-projectenin ontwikkelingslanden financiert. Met name de armste landen staan om deze klimaatfinanciering te springen.

Het is belangrijk dat de politiek zich hierover uitspreekt en de flexibiliteit gebruikt die de rechter laat. De rechter bepaalde dat er extra gereduceerd moet worden; de politiek bepaalt waar en hoe.

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl.