Publicatiedatum: 1/4/2004

'Weinig CO2-plannen op tijd'

Meeste EU-landen lijken deadline Commissie te missen

VAN ONZE REDACTEUREN

AMSTERDAM - De meeste EU-lidstaten lijken de officiële deadline van 31 maart te hebben gemist om hun Nationale Allocatieplan (NAP) in te leveren bij de Europese Commissie voor de verplichte reductie van broeikasgassen in de periode 2005-2007, zo blijkt uit een nog voorlopige inventarisatie. De plannen volgen op het 'Kyoto'-protocol voor CO2-reductie.

De Commissie liet woensdagochtend weten alleen van Finland een voorstel te hebben ontvangen. In de loop van de dag maakten ook Duitsland en Denemarken bekend dat ze hun CO2-reductieplannen op tijd in Brussel hadden ingeleverd, wat het aantal bij sluiting van deze krant op voorlopig drie brengt.

'Het kan nog de gehele dag', zei Ewa Hedlund, woordvoerder van EU-milieucommissaris Margot Wallström gisterochtend. 'Zelfs post die vanavond wordt verstuurd telt nog als binnen de deadline.'

Hedlund zei dat nog geen enkel land bij de Commissie had gemeld de deadline niet te zullen halen. Eerder lieten onder meer Spanje, Frankrijk, Italië, Griekenland en Groot-Brittannië weten meer tijd nodig te hebben voor hun NAP. De Commissie komt vandaag met een lijst van landen die de deadline daadwerkelijk hebben gemist.

Overigens is het volgens de Commissie geen drama als landen enkele dagen te laat zijn, omdat ambtenaren in Brussel drie maanden nodig hebben de voorstellen te beoordelen en te laten autoriseren. 'Dan zijn er nog zes maanden over om het bedrijfsleven geheel klaar te laten zijn voor de emissiehandel die 1 januari van start moet gaan. Die deadline is niet in gevaar, althans nog niet', aldus Hedlund.

Eerder zei de Commissie landen te zullen beboeten als ze de deadline missen. Volgens Hedlund zal de Commissie daar volgende week meer duidelijkheid over geven.

De Oostenrijkse regering bereikte gisteren een akkoord over hun NAP. Onduidelijk was echter of het plan woensdag nog naar Brussel zou worden gestuurd. In Nederland overlegde gisteravond de Tweede Kamer zich over de NAP.

Eerder deze week bereikten de Duitse ministers Clement en Trittin een moeizaam akkoord. De Duitse industrie reageerde positief op het Duitse NAP. Van belang is volgens de industrie vooral dat energie-intensieve sectoren - staal-, glas- en keramiekindustrie - worden vrijgesteld van extra lasten. ThyssenKrupp had aangekondigd 4000 banen te moeten schrappen als de kostprijs van staal zou worden opgedreven door de verplichte aankoop van extra emissierechten, zoals milieuminister Trittin had geëist. ThyssenKrupp wees erop dat zijn belangrijkste concurrenten in andere lidstaten, waaronder Corus , wel voldoende handelscertificaten krijgen toegewezen.

Duitsland loopt in Europa voorop met het uitvoeren van milieubeschermende maatregelen. Een van de gevolgen daarvan is dat de energieprijs de hoogste is in de EU. Het bedrijfsleven voelt dat toenemend als een concurrentienadeel.

Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad