Finland wil, na Frankrijk en
Duitsland, binnenlandse CO2-credits op de markt zetten;
Interesse in Nederland stijgt (2/3)
Finland heeft wetgeving gepubliceerd om het mogelijk te
maken in het binnenland bereikte CO2-besparing in projecten op de markt te brengen. Het
moet gaan om bedrijven die niet al onder emissiehandel vallen.
Totnogtoe gaat de meeste aandacht van op het Kyoto Protocol gebaseerd marktinstrument
'Joint Implementation' naar Oost-Europa, vanwege het kostenvoordeel. Maar daar kleeft ook
een aantal nadelen en risico's aan. Op zich mag JI n.l. ook tussen EU-staten onderling. JI
is bijvoorbeeld dat een Duits bedrijf in Finland een aantal mestvergisters neerzet en
daarmee de credits voor de bespaarde methaanemissies in handen krijgt. Die credits zijn
verhandelbaar op de EU-emissiemarkt en
mondiaal aan Kyoto-landen.<
Groeiende interesse in Nederland voor het
verzilveren van binnenlandse CO2-besparing
In Nederland is echter een groeiende interesse om nationale CO2-besparingen te verzilveren
op de CO2-markt. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld grote projecten, warbij er GEEN
verplichting is voor de deelnemers en waarbij restwarmte, stoom
of CO2 wordt gebruikt door een ander bedrijf of tuinbouw. Het leidt tot extra, additionele
besparingen. Een voorbeeld hiervan kan het gebied rond Terneuzen zijn; zie de aankondiging
van Zeeland Seaports. Ook in de bebouwde omgeving en verkeer zijn mogelijkheden. Maar ook
in de landbouw is groeiende interesse. Een Netwerk
van varkensboeren in Brabant heeft in een brief aan formateur Wijffels de nieuwe
regering gevraagd CO2-besparing door het gebruik van methaan bij mestvergisting op de
CO2-markt te mogen brengen; zij zoeken daar nu de publiciteit mee [Agrarisch
Dagblad 6/3]. In de Noordelijke Provincies werkt Energy Valley aan voorstellen voor
reductieprojecten voor het MKB [groen gas; bio-wkk etc]. In de rio Rotterdam zou een
nieuwe rest-warmtenetwerk aan goede JI-kandidaat zijn.
Standpunt vorige regering: Nederland geen Gastland
voor JI
De Nederlandse regering heeft in 2005 besloten dat Nederland geen Gastland' van
JI-projecten wordt (opgenomen in artikel 16.46 Wet milieubeheer). <em>Welke redenen
voerde de regering aan?
- De JI-projecten helpen Nederland niet aan Kyoto-verplichtingen, omdat de credits de
markt op gaan;
- Er is in Nederland al zoveel klimaatbeleid en het is moeilijk nog additionele reducties
te creeren;
- Nederland is bang voor het extra werk dat dat met zich meebrengt.
Maar door de groeiende belangstelling is het goed de
tegenargumenten naar voren te brengen:
- Nederland haalt Kyoto al; heeft dus geen extra credits nodig.
- De projecten brengen wel het totale Nederlandse energiegebruik en de CO2-emissies
duurzaam op een lager niveau; en dat is belangrijk voor nieuwere scherper verplichtingen
na 2012;
- Er is in Nederland voor tientallen miljoenen tonnen CO2-reducties additioneel te
behalen, in de landbouw, warmte- en CO2-netwerken, WKKs op biomassa etc. Siemens pleitte
er vorige jaar nog voor om verlies van restwarmte te verbieden. Daarnaast is door het
stoppen van de MEP de financiering van een aantal projecten weggevallen; dat biedt
marktkansen.
Het extra werk valt mee; dezelfde regels en controle die Nederland volgt bij de eigen
aankoop van CO2-credits in het buitenland, kan men ook toepassen bij binnenlands JI;
- Maar bovendien onthoud je bepaalde sectoren - w.o. glastuinbouw, landbouw, bouw,
energie, verkeer - van een bijdrage aan klimaatbeleid en financiering om deze
CO2-besparingen in te voeren.
|
|
| Ook voorbereidingen in
Duitsland en Engeland voor domestic JI
De voorziening die het mogelijk maakt dat emissiereducties in een land op de CO2 komen
heet Joint Implementation (JI). Het staat geregeld in het Kyoto Protocol. Landen kunnen
daar gebruik van maken (Nederland koopt bijv. per jaar 20 Mton op) en bedrijven kunnen de
credits gebruiken om daarmee voor een deel aan hun emissieverplichting in het kader van
emissiehandel te voldoen. De Franse financier Caisse de Depot zal daarvan al 1 miljoen
credits kopen. In de Franse regeling is voorgeschreven dat er een buitenlandse
investeerder betrokken is. Er is ook interesse voor binnenlandse JI in Duitsland en
Engeland. Domestic offsets was al mogelijk in de Britse nationale klimaatafspraken.
Duitsland heeft binnenlandse JI al getest in een aantal Bunsedlaender.
Ander klimaat in Nederland
Regelmatig word ik benaderd door ondernemers met plannen voor emissiereducties in
Nederland, die ik moet vertellen dat deze vooralsnog alleen op de vrijwillige markt als
credits te verkopen zijn; dat is op zich een interessente, groeiende markt, maar over het
algemeen zijn de volumes kleiner en de prijzen lager. Een amendement van de PvdA strandde
vorig jaar in de Tweede Kamer. Met de huidige Kamersamenstelling, de uitkleding van de MEP
en het recente <strong>pleidooi van het CDA en de PvdA en ondernemers
</strong>om met klimaatbeleid voorop te lopen, schat ik de kans op wetswijziging
t.a.v. binnenlandse JI gunstiger in.
:jc@emissierechten.nl
|
|