Duitse stroom kopen kan best 27 augustus 2002 Opinie Harmen Verbruggen is hoogleraar internationale milieu-economie en directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit. Het maakt nogal wat uit of de milieuvervuiling niet zo hard mag stijgen als de economische groei, of dat die vervuiling absoluut om laag moet, bekritiseert Harmen Verbruggen de plannen van milieustaatssecretaris Van Geel. Pleidooi voor verhandelbare vervuilrechten. STAATSSECRETARIS Van Geel voor Duurzaamheid en Milieu gaf in de Volkskrant (21 augustus) een bemoedigend inzicht in zijn beleidsvoornemens. Maar zijn tekst is soms inconsistent en waarschijnlijk onbedoeld zeer ambitieus. Om hem te helpen zijn beleidsvoornemens te verduidelijken en te verbeteren, doe ik de volgende voorstellen. Allereerst wil het kabinet-Balkenende de ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk vasthouden. Maar welke ontkoppeling? Er zijn namelijk twee soorten ontkoppeling: relatieve en absolute. De toename van de uitstoot van broeikasgassen blijft de laatste jaren achter bij de economische groei, maar daalt nog niet: dat is relatieve ontkoppeling. De uitstoot van verzurende stoffen is gedaald, terwijl de economie groeide: absolute ontkoppeling. De kabinetten-Kok streefden naar absolute ontkoppeling voor alle soorten milieudruk, een vermindering van alle soorten van milieuverontreiniging dus. Ik zou graag willen dat Van Geel zich uitspreekt voor de absolute ontkoppeling. Aan relatieve ontkoppeling hebben we niet zoveel. De milieukwaliteit verbetert niet en het is niet duurzaam. Bedenk echter wel dat het vasthouden van absolute ontkoppeling ambitieus is. Ten tweede wil Van Geel zoeken naar nieuwe instrumenten die daadwerkelijk milieueffect hebben en aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen. Als milieu-econoom klinkt dit mij als muziek in de oren. Het kan niet anders betekenen dan minder regulering en meer markt. Dat kan het best met een systeem van verhandelbare emissie- of gebruiksrechten, zoals al bestaat in de vorm van 'mestrechten' voor boeren. Afgezien van fraude, wordt bij een systeem van verhandelbare 'vervuilrechten' de milieudoelstelling altijd gehaald. Er worden immers net zoveel 'vervuilrechten' uitgegeven als de milieudoelstelling toelaat. Verhandelbare rechten kunnen toegepast worden op veel soorten milieudruk, zeker niet alleen op het broeikasgas CO2. Het invoeren van verhandelbare 'vervuilrechten' is op termijn onvermijdelijk, maar niettemin zeer ambitieus. Toepassing van dit instrument voor grootverbruikers van energie zou de pijn verzachten van de voorgenomen bezuinigingen op de energiesubsidies. Maar het is wel terecht dat het kabinet-Balkenende de stofkam haalt door de energiesubsidies, want het is een onoverzichtelijk stelsel met verschillende vormen van oversubsidiëring. Het beste instrument in aanvulling op emissierechten voor grootverbruikers is echter verhoging en verbreding van de Regulerende Energiebelasting (REB) voor vuile energie. Dat is ook het verwerken van de milieukosten in de prijzen. De REB-vrijstelling voor groene stroom blijft gehandhaafd, en dat is de meest effectieve stimulans voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. Daarnaast kan met een verhoging van de REB de nieuwe minister van Financiën zijn begrotingstekorten wegwerken. Tot slot nog iets over de door Van Geel bekritiseerde Nederlandse hang naar onhaalbare doelstellingen en altruïstische Alleingang. Maar meneer Van Geel, het is een hardnekkig misverstand dat Nederland internationaal vooroploopt met het milieubeleid. Dat denken we zelf graag, omdat we de wereld willen verbeteren. We doen het echter niet. We schrijven vooral mooie nota's over natuur en milieu en wat andere landen allemaal zouden moeten doen. Daar oogsten we internationaal waardering mee. Met het daadwerkelijke milieubeleid is Nederland echter een middenmoter. En er is al helemaal geen sprake van een nadelige invloed op onze concurrentiepositie. Daar zijn we veel te veel koopman voor. Daarentegen is de weerzin van Van Geel tegen de invoer van stroom uit het buitenland wel een vorm van altruïsme. Waarom zou Nederland geen stroom uit Duitsland invoeren als dat goedkoper is en het ons makkelijker maakt onze CO2-emissies te reduceren? Het mondiale milieu wordt er niet slechter van, want we mogen ervan uitgaan dat Duitsland zich aan haar Kyoto-verplichtingen houdt. En Nederland is goedkoper uit. Het heeft waarschijnlijk iets te maken met de morele notie dat wij onze eigen rotzooi behoren op te opruimen. Dus als Van Geel dan toch goed wil doen voor de wereld, dan stel ik voor verder te gaan dan onze internationale verplichtingen. Ik wens Van Geel sterkte bij het uitwerken van zijn plannen. Copyright: de Volkskrant Zie ook de discussie over de verhouding groene stroom en emissiehandel elders op deze site |
||