| European
Commission opens transactions log After the Regulation on the Emissions
Trading Registries had been adopted last week, the EC openened a web site that creates the
Community International Transactions Log (CITL): see link. The transaction log's web pages
will show when a national registry has gone live (Jan/Febr 2005), when accounts have been
opened by operators and traders, contact details for these accounts and when allowances
have been allocated in accordance with the final "national allocation plan".
Records of other types of transactions will be made available after a period of five years
has passed.
On 15 May of each year from 2006 onwards, these web pages will show the compliance
position of each installation across the EU-25. So, one can not see real-time trading or
holding positions of individual companies. Ons can see the compliance situation of the
country (to prevent overselling).
De Europese
Raad neemt formeel koppeling EU emissiehandel en JI/CDM aan 13 sept)
De Raad nam in haar conclusies (de tekst over
die eerder was overeengekomen in het Europees Parlement (zie compromistekst).
De koppeling maakt het mogelijk dat emissiereducties in een ontwikkelingsland vanaf 2005
via CDM en in een ander industrieland via JI door EU-bedrijven gebruikt kunnen worden in
aanvulling op hun emissierechten.
Frankrijk en Oostenrijk hadden tegen gestemd. Frankrijk gaf in haar verklaring aan
het onterecht te vinden dat credits van kernenergie-projecten in CDM en JI en grote
waterkrachtprojecten niet aan het EU emissiehandelssystreem gekoppeld worden.
Eerdere persberichten:
- Europees Parlement neemt horde in
emissiehandel, FD, 21 april;
- Milieuorganisaties
vinden de koppeling een verzwakking van het systeem (20 apr).
- Brief
Staatssecr.Van Geel aan Tweede Kamer met toelichting op koppeling(19 apr)
- Import
Guidelines for CDM and JI, Evolution Markets (apr)
Akkoord EU ministers met
koppeling JI/CDM en emissiehandel (7 apr, tekst zie tekst )
Op 7
april zijn EU milieuministers akkoord gegaan met het compromis met de Europese Commissie
en het Europees Parlement over een koppeling van CDM (vanaf 2005) en JI (2008) met het EU
emissiehandelssysteem. Formele aanname volgt op de EU Ministerraad in sep/okt en wordt
daarna gepubliceerd.
Deze koppeling zou van toepassing
worden, ook als het Kyoto Protocol nog niet in werking is getreden. Er gelden de volgende
bepalingen:
- geen beperking op het gebruik door bedrijven van CDM aanvullend op emissierechten tót
2008; de CDM-credits die een bedrijf inlevert vóór 2008, mogen door de Lidstaat
niet worden gebruikt voor hun Kyoto-verplichting (voor ná 2008).
- Lidstaten moeten in het Tweede Allocatieplan aangeven (gereed juli 2006) hoeveel een
bedrijf per installatie JI/CDM-rechten vanaf 2008 maximaal mag aanwenden (zie ook 'supplementariteit-regel').
- geen kernenergieprojecten als JI en CDM meenemen;
- bos-projecten vanaf 2008, afhankelijk van advies Commissie in 2006; ;
- waterkrachtprojecten die bóven 20MW capaciteit zijn moeten aan voorwaarden van de
Wereld Damcommissie voldoen.
- Ná inwerkingtreding van het Kyoto Protocol is óók transactie voorzien van
emissie-credits met landen die het Protocol zelf nog níet hebben geratificeerd, als het
gaat om bedrijven die vergelijkbare emissie-plafonds hebben.
- De Europese Commissie maakt een evaluatie in 2006 met o.a. aanbevelingen voor het
gebruik na 2008 van nationale reductieprojecten en het gebruik van bos- en
landbouwprojecten.
Commentaar Red.: Als een bedrijf een CDM-certificaat
gebruikt om zijn emissies tussen 2005-2007 mee af te dekken, mag de regering deze niet
gebruiken voor de Kyoto-verplichting die op 2008-2008 ziet.
Lidstaat moet aangeven
hoeveel reductie men uit het buitenland haalt
"Conform het monitoringsmechanisme voor broeikasgasemissies (besluit 280/2004/EC)
moeten de lidstaten voor 15 maart 2005 rapporteren over hoe zij supplementariteit
invullen. Hier is in de linking directive aan toegevoegd dat over de verhouding
binnenlandse/buitenlandse inspanningen moet worden gerapporteerd". Aldus de brief van
Stas. Van Geel aan het parlement (16.4). .
Koppeling met nationale off-set projecten?
Engeland
heeft 30/1 aangegeven er voorstander van te zijn om emissiehandel ook koppelen met nationale
projecten. Het is namelijk vreemd, zegt ze, dat een bedrijf wel additionele
projecten kan financieren in een ander industrieland, maar niet in het eigen land (of daar
certificaten van kan kopen). Ook Duitsland is voorstander van deze mogelijkheid; binnen
Nederland zijn de meningen verdeeld.
Commentaar
Red: Volgens het Kyoto Protocol is het acceptabel. T.o.v. emissiehandel is van belang dat
het niet moet gaan om een project dat zelf onder emissiehandelssysteem valt of anderszins
al gebeurt of gepland is ('additionaliteit').
We moeten hierbij denken aan investeringen in een klein bedrijf of in een bedrijvenpark,
woonwijk of infrastructuur. We denken dat het voor een bedrijf soms interessanter kan zijn
om in eigen land te investeren dan in een ander land.
Reacties
- De Europese organisatie van
energiebedrijven, Eurelectric,
is voorstander van een zo ruim mogelijke koppeling van emissiehandel met
JI/CDM-credits.
- Milieuorganisaties zijn niet erg voor koppeling en willen dat meer nadruk komt op
reductiemaatregelen binnen de EU (persbericht
WWF 23 dec:"emissions trading full race to the bottom");
- Evolution Markets analyseerde
de marktkansen door dit voorstel.
- Het VK heeft 9 sept. een consultatiedocument
voor reactie aan Britse bedrijven gestuurd;VK wil dat bedrijven gebruik maken van de
koppeling om een deel van de emissies af te dekken.

|
Nieuws: Europese
Commissie publiceert vandaag (8 maart) beslissing Pools Allocatieplan
De Commissie onderhandelt nog met Griekenland,
Italië, Tjechië en Engeland. Op 3 januari publiceerde de Europese Commissie haar besluit
over 5 allocatieplannen (NAPs), van Spanje, Hongarije, Litouwen, Malta en Cyprus.
Hiervan gaf m.n. het Spaanse met 1000 installaties en 180Mton aan allocaties de
marktzekerheid, want de Spaanse regering heeft het allocatieplan drastisch aangescherpt,
m.n. in de energiesector. Naar verwachting zal het NAP van Polen drastisch ingeperkt
worden. In het Poolse plan werd 286 Mton gealloceeerd. Polen heeft op Duitsland na, de
meeste emissierechten uit te delen. De 3 andere laatst overgebleven landen die nog geen
definitieve NAP hebben zijn: Italië, de Tjechische Republiek en Griekenland; en er
is nog onduidelijkheid over de wijzigingen die de Britse regering in haar Allocatieplan
wil. Dit betekent dat als de EC níet in februari over deze NAPs een definitief besluit
heeft kunnen nemen, de bedrijven in deze landen niet aan emissiehandel mee kunnen doen. Ze
kunnen wel alvast overeenkomsten sluiten, op basis van de verwachten allocatie, maar nog
geen emissierechten 'overboeken', omdat ze die nog niet 'in bezit' hebben, door
bijschrijving op hun naam in het nationale emissieregister.
Verhouding diverse
allocaties binnen de EU

- Europese Commissie geeft weer 8
Nationale Allocatieplannen groen licht (20 okt): De
plannen van België, Estland, Litouwen, Luxemburg, Slowakije en Portugal zijn integraal
goedgekeurd; de plannen van Finland en Frankrijk slechts voorwaardelijk: daar moet men nog
wijzigingen doovoeren.
- Oordeel Europese Commissie Allocatieplannen:.
DK, Ierland, NL, Slovenië, Zweden akkoord. Duitsland,
Oostenrijk, VK moeten correcties aanbrengen (7 juli)
Inmiddels hebben 14 'oude' Lidstaten
Allocatieplannen ingediend: België, Duitsland, Denemarken, Engeland,
Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg,
Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden.
Ook Malta en Cyprus hebben hun
Allocatieplannen ingediend. In december hoopt de Commissie de beoordelingen van de laatste
groep landen gereed te bebben. Alleen Griekenland, dat uitstel had gekregen, is nog in
gebreke. Nu het in september niet is ingediend, is de Commissie een procedure gestart
tegen dit land.
Alle 10 nieuwe Lidstaten hebben
inmiddels definitieve allocatieplan ingediend.: Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Slovakije,
Slovenië en Tsjechië.
Waar keek Europese Commissie naar bij oordeel NAPs?
De EC beoordeelde m.n. het volgende:
- of er niet duidelijk over-allocatie is (kan staatssteun zijn);
- de reserves niet te ruim zijn en t.z.t. gewoon aan bestaande bedrijven worden
gealloceerd;
- wie er onder de cap vallen (interpretatie),
- hoeveel ruimte er voor nieuwkomers is (zie overzicht)
- gratis wordt gealloceerd of dat 5% wordt geveild.
Keek men naar grootte van de emissiemarkt en verwachte
emissieprijs?
De Europese Commissie heeft niet gekeken of de allocatieplannen als zodanig krapte in
emissierechten op zou leveren. Bepalend voor volume inn de allocatieplannen is: hoeveel
rechten denkt men nodig te hebben en is Kyoto nog in zicht. Krapte wordt dan ook eerder
verwacht vanaf 2008, want dan moeten i.v.m. het Kyoto Protocol de nationale emissies van
de meeste Lidstaten omlaag (zie hierover een brief van 11
aug van de Europese Commissie).
Beleid t.a.v. reserve voor
nieuwkomers en uitbreiding
T.a.v. de reserves, heeft de Commisie aangegeven dat deze niet te groot mogen zijn
(Nederland moest reserve terugbrengen). Overgebleven reserves (minder groei dan begroot),
mogen níet achteraf extra, gratis toebedeeld worden. Ze mogen alleen de geveild worden of
ingetrokken. De Lidstaten hebben in de meeste allocatieplannen ruime groei voor
nieuwkomers opgenomen (zie figuur onder). Het is de vraag of dat uiteindelijk nodig blijkt
te zijn.

Staatssteun-check is lakmoes-test
De lakmoestest voor de Nationale Allocatieplannen is de test van de
Europese Commissie; deze onderzoekt of de ene Lidstaat een bepaalde sector overbedeelt,
terwijl een ander een streng plafond oplegt. Zo kijkt de Commissie ook hoe de Lidstaten om
gaan met nieuwe bedrijven: wordt er een veiling georganiseerd (mag tot 5%, waarbij de
overheid inkomsten genereert) of worden ze gratis verdeeld: de Commissie kijkt of de
verschillen in landen niet leiden tot EU-marktverstoring (zie ook presentatie
van Peter Vis van de Commissie).
De Staatssteun-controle wordt een zeer lastige taak voor de Commissie. Andere Lidstaten
verwijten Nederland dat de regeringsaankoop van CO2-credits in het buitenland (JI/CDM) tot
royale allocatie leidt. Echter, andere Lidstaten mogen dat ook doen. En of de NAP van een
Lidstaat Staatssteun is hangt af van wat elders gebeurt. Het zijn ook nog maar plánnen.
Daarbij heeft de Commissie ook een goedkeurende taak. Over de mate waarin JI/CDM gekoppeld
mag worden met EU-emissiehandel spreken de Lidstaten overigens pas bij de tweede
NAPs(2008-2012).
Het Brits milieuministerie heeft Ecofys
UK middels een studie laten uitzoeken of de allocatie in andere Lidstaten niet leidt
tot oneerlijke concurrentie van haar industrie (zie hier uitkomst).
-'Commissie niet krachtig genoeg bij aanpak
Allocatieplannen?'
Staatssteun
en Emissiehandelssystemen
Belang van de nieuwe Communautaire Kaderregeling staatssteun inzake het milieu ten behoeve
van het milieu (2001/C 37/03). De regels omtrent staatssteun zijn van belang voor de wijze
waarop emissierechten verdeeld kunnen worden (gratis, via veiling, geografische of
sectorale beperkingen etc). Eind 2000 heeft de Europese Commissie het nieuwe kader
vastgesteld, geldig tot 2007. De Commissie zal het kader wijzigen als de internationale
regels over emissiehandel duidelijk zijn.
Milieuminister Pronk schreef de Tweede Kamer 22 februari dan ook
"Nu is het uitgangspunt dat bij ontstentenis van een communautaire tekst het aan elke
lidstaat vrij staat om het beleid, de maatregelen en de instrumenten te definiëren die
hij wenst te gebruiken om zich te richten naar de in het kader van het Protocol van Kyoto
onderschreven doelstellingen".
Een vergelijking
kan gemaakt worden met het begunstigen van industrie t.a.v. een belastingheffing. In een
recente uitspraak oordeelt het dat als een Lidstaat een hele sector wil
begunstigen door deze van een energieheffing te vrijwaren daar toestemming van de Europese
Commissie voor nodig is. Deze besluit of sprake is van oneerlijke concurrentie.
|