|
| |

|
Greenprices volgt de
politieke ontwikkelingen t.a.v. de markt
van duurzame energie en groene subsidie |

|
De Bezinningsgroep Energie bespreekt
regelmatig bovengenoemde
kwesties en volgt de ontwikkelingen kritisch. |
De nationale energiesector was in
2001 met 51 Mton CO2 goed voor ongeveer 30% van de Nederlandse bijdrage aan
klimaatverandering; in 1990 was dat 41 Mton. Ongeveer 40-50 installaties zullen onder
het EU-emissiehandelssysteem vallen (meer dan 40 Mton). Het gaat dan om 6
bedrijven. Huidig beleid: benchmarking (2 Mton) en het kolenconvenant (3,2 Mton).
De allocatie van de bedrijven in
de E-sector als zodanig hangt af van de gekozen methodiek (zie onder) en hoeveel de sector
als geheel terug moet.
De streefwaarde die door ECN/RIVM waren opgesteld voor VROM is 51 Mton voor 200!; de
sector claimt evenwel de verhoging in 2010 met 8 tot 13,7 Mton voor
structuurveranderingen, en ontbreken voor MEP voor het kolenconvenant;
Ondertussen worden de
tegenstellingen tussen de energieproductiebedrijven en grootverbruikers groter (FD, 1 DEC) : de industrie verwijt de E-sector dat de
energieprijzen te hoog zijn en wil dat de overheid een plafond stelt. Ze suggereren zelf
stroom op te gaan wekken, als de emissierechten dan ook overeenkomstig verdeeld worden.
De E-sector is per brief
van EnergieNed op 4 dec. aan de premier ook in aktie gekomen: men pleit voor extra
allocatie van CO2-emissierechten om aan de jaarlijkse stijging van de vraag (2,5%/j) te
kunnen voldoen en voor het beperken van de stroomimport.
Brinkhorst rekent zich met pleidooi voor
kolencentrale ten onrechte rijk (10.6)
Op EU-niveau
is de bijdrage van energie aan het klimaatprobleem (t.a.v. CO2) 32%. Daarvan draagt de
E-sector 60% aan bij met 1.500 Mton CO2 (0,9 Gt CO2/jr/ 2.555TWh). Het EU-emissiehandelssysteem omvat 46% van de
EU-emissies;
Toekomst van de EU Energiemarkt. Het International Energy Agency
heeft becijferd dat de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding binnen de EU extra 300 MW
geïnstalleerd moet worden (600 Gigawatt; 700 centrales). De Europese Commissie zal
binnenkort haar plannen daarvoor openbaren (Directive
on Security of Supply for Electricity).
John
Scowcroft van Eurelectric verwacht dat elektriciteitsprijzen door het
Emissiehandelssysteem wellicht niet 70% hoger zullen worden door de CO2-regels, maar wel
hoger, en dat, zegt men, was ook de bedoeling van klimaatbeleid. Hij meent dat de
E-bedrijven niet alle extra kosten door kunnen berekenen; daarvoor is er teveel aanbod op
de markt. Hij ziet dan ook niet grote winsten van bedrijven door de CO2-handel. In een
recente studie geeft Eurelectric aan dat
Energiebedrijven ruimte hebben op met minder CO2 energie op te wekken.
Wat het effect ook zij
- winnaars en verliezers - PriceWaterhouseCoopers concludeert 2 april na een onderzoek
(Emissions Critical) onder 75 energiebedrijven dat slechts één of de vijf een
emissie-strategie heeft om er het best uit te komen, als de CO2-plafonds van kracht zijn.
PWC heeft zelfs een 'health check'
ontwikkeld om te zien of een bedrijf 'carbon proof' is.
Gevraagd
naar verwachting van de invloed die emissiehandel op elektriciteitsprijzen heeft
verklaart:
- 14% dat er geen duidelijk effect is
- 66% zegt dat prijzen 20% kunnen stijgen;
- 20% denkt dat prijzen 20-40% zouden kunnen stijgen.
Wat de verwachte positie na allocatie van
emissierechten betreft:
- 48% weet niet of men zal moet kopen of verkopen;
- 8% denkt dat men genoeg heeft;
- 19% denkt te kunnen verkopen:
- 25% denkt te moeten gaan kopen om binnen het emissiebudget te blijven
Invloed van emissiehandel op de energiemarkt/-prijzen
- "Overheid moet ingrijpen bij energiebedrijven":
een groep van energie-grootverbruikende industrieën in Europa roept regeringen op
maatregelen te nemen tegen energiebedrijven die onterecht de elektriciteitsprijzen
verhogen vanwege het emissiehandelssysteem. Men wil dat energiebedrijven expliciet
aangeven welke kosten zijn gemaakt voor de aanschaf van emissierechten of het nemen van
CO2-maatregelen (artikel FD 24/4)
Commentaar Cozijnsen: "dit is een terecht
bezwaar. De meeste energiebedrijven krijgen emissierechten om (een deel van) de emissies
voor stroomgebruik af te dekken: deze maken dan geen kosten. Een energiebedrijf dat bijv.
veel kolen verstookt zal wellicht snel emissierechten bij moeten kopen. Dat zo'n bedrijf
dat wil verrekenen is begrijpelijk. De afnemer kan dan besluiten stroom te kopen van een
bedrijf dat minder CO2-problemen heeft (door biomassa-bijstook en gas); zo werkt het
systeem tenslotte ook voor andere bedrijven.
Er komen ook verhalen in de markt die aangeven dat de energiebedrijven stellen dat ze de
emissierechten die ze gealloceerd krijgen hadden kunnen verkoppen op de markt; men wil van
de afnemers gecompenseerd krijgen, wanner ze de emissierechten houden: men noemt dat
'missed opportunity cost'. Ook dit is een onterechte opstelling: de emissierechten die de
bedrijven hebben gehad, dienen er voor de emissie af te dekken, ze moeten bij de
autoriteiten worden ingeleverd. Daarom hanteert de International Accountancy Board de
regel dat als er emissieverplichtingen tegen over emissierechten staan, de netto waarde op
de jaarrekening nul is: dus niets van gemiste kansen.
- Het omgekeerd wordt ook wel beweerd: door de hoge olieprijzen is er minder emissiebeleid
nodig, ofwel, door minder energiegebruik worden CO2-normen gehaald (Zie Hirs in het FD)
- Een sector die níet als zodanig onder emissiehandel valt, maar die door de
emissiekosten van energiebedrijven elektriciteitsprijsverhoging verwacht is de aluminium branche (FD 27/5) .
Hydro verwacht al 6% verhoging bij de CO2-prijs van 5 Euro.
- ILEX
/ Elektrowatt-Ekono geeft aan in een rapport (10 aug 2004) voor het
Britse Energieministerie dat elektriciteitsprijzen onder laagste blijven vallen binnen
Europa, ook bij invoering van emissiehandel. De mate waarop emissiebeleid in de prijs mag
worden doorberekend is daarbij wel bepalend. Men is uitgegaan van een emissieprijs van
10/ton, en heeft gekeken naar 2005-2007.
- voor huishoudens blijven prijzen het laagst;
- voor industrie op Zweden en Spanje na de laagste;
- voor grootverbruikers komt men duurder uit dan Zweden, Spanje en Frankrijk
De studie heeft ook gekeken of de emissieprijs al verwerkt was in lange termijncontracten:
daar is geen bewijs voor gevonden. De elektriciteitsprijzen hebben nog niet gereageerd op
huidige emissieprijs-ontwikkelingen.
- Het jaarlijkse rapport van Global Insights Power
Service (apr 2004) geeft hoge schattingen prijsverhoging van de
elektriciteit in 2010 voor eindverbruikers als gevolg van het EU emissiehandelssysteem:
gemiddeld in de EU 14-24% prijsverhoging in 2010 bij een emissieprijs van 8-16 Euro/ton
CO2
| Schattingen per land:
- Duitsland: 40%
- VK: 40%
- Italië 15 - 30%
- Spanje 10 - 20%
- Nederland 10 - 20%
|
 |
|
- Consultants van CapGemini schrijven (FD 17 mei) dat prijsstijging van elektriciteit een gewenst en
bedoeld effect is van de emissiehandel.; Ze geven echter aan dat dat niet tot schonere
brandstof hoeft te leiden , als er te weinig concurrentie oo de energiemarkt is.
- Britse bedrijven vrezen een toename van de elektriciteitsprijzen in Engeland door de
aangekondigde CO2-plafonds vanaf 2005. Het onderzoeksbureau Trucost dat analyses op dit
gebied aankevert aan S&P, vindt dit soort voorspellingen overdreven. Zij verwachten de
volgende effecten (zie rapportage
Trucost), op basis van gemiddelde kostenverhoging voor energieopwekking met 5% en
een emissiemarktprijs van 12/ton CO2
- voor grootverbruikers een verhoging met 2,8 %
- voor huishoudens, 1,4%
- totaal nog steeds gemiddeld lagere prijzen dan verder in de EU
- In elk geval lager dan de de Britse regering aan ziet komen: 6% cq 3% stijging (op basis
van een emissieprijs van 5/ton) en die gaat ook uit van kosten van maatregelen in de
E-sector van 11,53/ton.
- Een nieuwe studie van het IEA (dec. 2003),
Emissions Trading and its Possible Impacts on Investments
Decisions in the Power Sector, laat zien dat kolencentrales niet
direct uit de markt worden geprijsd. Als de emissieprijs 19/tonCO2 is, zijn
kolencentrales nog concurrerend met WKCs. Vanaf 23/t wordt het moeilijk. Er zijn al
prijseffecten vanaf 20; hoeveel uiteindelijk wordt doorberekend hangt af van diverse
lokale omstandigheden als toezicht e.d.
- JP Morgan heeft met het oog op de aankomende Nationale Allocatie de rating van Spaanse
E-productiebedrijven onder de loep genomen (28 nov. 2003). Die van Union Fenosa (RWE; 38%
kolen) heeft men neerwaarts bijgesteld en die van Endesa (30% kolen) in mindere mate en
men heeft die van Iberdrola positief bijgesteld.
Men verwacht dat een Brits bedrijf als Scottish & Southern positief uit zal komen.
- Toch verklaarde Endesa
bestuurder Miranda 4 febr in Madrid dat hij verwacht dat kolen - ondanks de
kostenverhoging door het aankomende emissierechtensysteem - concurrerend kan zijn met
andere vormen van opwekking. Dit geldt vooral als er meer kolen geïmporteerd gaat worden;
Endesa maakt al voor 9% van haar stroomopwekking gebruik van geïmporteerde kolen.
- In een rapport van Standards
& Poor's, "Industry report card: European electricity utilities
(24 okt)" geeft S&P aan dat met name E-bedrijven in landen met grote koleninzet
een lagere kredietwaardigheid rating zullen kunnen krijgen. In mindere mate geldt dat ook
voor Spaanse en Italiaanse E-bedrijven (bericht Pointcarbon).
In een eerdere analyse van Standard
& Poor's (21 aug 2003) 'Emissions Trading: Carbon Will
Become a Taxing Issue for European Utilities' staat beschreven dat zowel het
nakomen van de emissieplafonds als het niet onder de plafonds blijven de kosten van de
E-sector verhoogt en dat de kassituatie veranderen zal (afhankelijk van de uiteindelijke
allocatie en verschillen binnen de EU).
S&P wil er gevolgen aan verbinden t.a.v. de kredietwaardigheid ('rating') van de
bedrijven als ze zich niet tijdig voorbereiden en als ze de kosten niet kan
doorberekenen. Dit zal, zegt men, het meest van invloed zijn op productiebedrijven met
hoofdzakelijk kolen en olie als (verouderde) basis inzet: E.ON AG (AA-/Negative/A-1+), RWE
AG (A+/Negative/A-1), Enel SpA (A+/Negative/A-1), and Endesa S.A. (A/Negative/A-1) zie
artikel in Platts
Global Energy.
S&P ziet dat de volgende factoren van invloed zijn op de uiteindelijke financiële
positie van E-bedrijven vanwege het emissiehandelssysteem:
- liquiditeit van de emissiemarkt
- mogelijkheid van fuel-switch (ziet
men als beperkt)
- betrekken van goedkope opties in
Oost Europa (JI)
- invloed van national fuel mix
- rol van CDM (offsets in
ontwikkelingslanden)
- rol van groene stroom certificaten
(aanvullend of ontneemt het kansen).
- In het rapport PriceWaterhouseCoopers,
i.s.m. Enerpresse, European
Carbon Factors, Climate Change and the Power Industry (nov 2003), rangschikt men de
bijdrage aan de CO2-emissies door de 21 grootste Europese energieproductiebedrijven. Men
geeft aan dat hun gezamenlijke emissies min of meer gelijk zijn gebleven. Gezamenlijk
stootte men 660 MtonCO2 uit in 2002, 0,8% hoger dan in 2001. Dat is 75% van de hele EU
E-sector en 60% van de EU-emissiehandelsdeelnemers. Maar de onderlinge verschillen zijn
wel groter geworden:
- Spaanse bedrijven met een aandeel waterkracht,
hadden last van droogte; men verstookte meer kolen: Iberdrola, EDP (ook door
acquisitie) en Union Fenosa werden CO2-intensiever;
- Het Franse EDF werd CO2-intensiever door
acquisities in het VK, Duitsland en Spanje;
- E-On's CO2-intensiteit nam met een kwart af door
efficiencyverbetering in de kernenergie en het ruilen van het bezit van Britse
kolen-bedrijven met EDF voor gas-stokende bedrijven (TXU).
Men
concludeert dat de aanhoudende CO2-intensiteit van E-bedrijven inhoudt dat het aankomende
EU Emissiehandelssysteem van grote invloed zal zijn en dat de sector als geheel 100 Mton
CO2 in 2012 minder moet uit stoten om de EU binnen bereik van de Kyoto-doelstelling te
houden.
T.a.v.
Japan constateert men dat de totale energie-emissies in 2002 eenderde van die van
de EU zijn. De CO2-intensiteit is vergelijkbaar met die van de EU en die intensiteit is
ook onder de 9 grootste bedrijven onderling vergelijkbaar. Het CO2-plaatje zou in de
toekomst anders zijn: er in minder kernenergie en meer gasverbruik.
In een eerder rapport van PriceWaterhouseCoopers,
Climate Change and the Power Industry (okt 2002) vergelijkt men de CO2-uitstoot
van de Europese en de transatlantische energiebedrijven onderling. Zo komt men tot een rijtje van 25 Europese en 10 van de EU/VS. Men probeert een inschatting te
maken van de brandstofmix van de afzonderlijke bedrijven.
Men herkent de volgende patronen:
- RWE: kolen en , 700 kgCO2/MWh;
- ENEL, Endesa: veel waterkracht 550-600 kgCO2/MWh;
- E.ON, Vattenfall, Electrabel: gemixed inclusief gas en nucleair: 380-450kgCO2/MWh
- EDF: m.n. CO2-vrije brandstof, althans in Frankrijk: 69kgCO2/MWh.
- Bovenstaand schema van de simulatie, Greenhouse Gas
Emissions Trading Simulation (GETS-2) georganiseerd door EURELECTRIC, ParisBourse and PWC laat zien
hoe allocatie van emissierechten, producenten en consumenten van energie, inclusief
duurzame energie, handel in CO2-rechten en reducties een liquide markt vormen waarin het
aantrekkelijk is duurzame energie te gebruiken en efficiency te verhogen en emissies te
reduceren wanneer emissierechten (met ambitieuze doelen) aan afnemers toegekend worden.
- Bij de 3e simulatie (GETS 3), georganiseerd door ERM. Het Rapport van Gets 3, simulatie van
EU-emissiehandel (mrt, 2002) wordt volgens Lee Solsbery (ERM) o.a. het volgende
duidelijk: 'het EU-voorstel benadert een optimaal systeem van emissiehandel. Alle
Lidstaten moeten dan wel meedoen; bedrijven moet keuzevrijheid hebben tussen maatregelen
nemen of rechten kopen". Het rapport simuleert diverse emissiehandels- systemen,
diverse reikwijdtes en analyseert, verdeling van kosten tussen sectoren en tussen
EU-lidstaten.
- Eurelectric en ERM bereiden een nieuwe, uitgebreider simulatie voor van emissiehandel:
GETS-4, presentatie okt. 2003). Daarbij gaat het dan om handel tussen Kyoto- en
niet-Kyotopartijen, en om reductieverplichtingen na 2012.
- World Resources Institute gaat in de studie, 'Changing
Oil: Emerging environmental risks and shareholder value in the oil and gas industry'
van juli 2002' , in op de milieurisico's van 16 olie- en gasbedrijven. Het laat zien dat
deze bedrijven gemiddeld 6% van hun marktwaarde kunnen verliezen. Bekeken zijn o.a.
Amerada Hess, BP, ChevronTexaco, ConocoPhillips, Eni, ExxonMobil, Repsol, Royal
Dutch/Shell Group, Sunoco, TotalFinaElf. Men pleit ervoor dat bedrijven over dit onderwerp
rapporteren en zich voorbereiden. Alleen BP, Conoco en Shell deden dat nu reeds.
- Simulatie van handel in energie en in emissies door 10 staten en 20 bedrijven in de Baltische regio (www.basrec.org);de belangrijkste uitkomsten van de
simulatie gehouden voorjaar 2002:
- emissiehandel beïnvloedt energieprijzen ten nadele van fossiele brandstoffen, ten
voordele van duurzame energie;
- bij emissiehandel kunnen is er het risico grote verkopers de prijzen beïnvloeden;
emissieprijzen waren hoger tijdens de simulatie dan verwacht;
- emissierechten werd en langer dan verwacht vastgehouden;ook nog na 2012.
- In de presentatie "Energiebedrijf en CO2"
beschrijft Cozijnsen het perspectief van een energiebedrijf op een markt van verhandelbare
emissierechten. De opening van de groene energiemarkt wordt gevolgd door de opening van de
CO2-markt. Welke positie kan en wil een energiebedrijf innemen?
- In een rapport voor Projectbureau Energie 2050 beschrijft Cozijnsen op welke wijze in de
provincie Brabant een proefproject
voor handel in CO2 opgezet zou kunnen worden. Er wordt een koppeling gelegd met
Provinciaal energiebeleid, duurzame bedrijfsterreinen, stolpvergunning etc. De Provincie
Brabant heeft onder leiding door Prof. in't Veld financiering en deelnemers bijeengebracht
voor een proef of simulatie. Er hebben in april en mei 2001 werkbijeenkomsten plaatsgehad
over de haalbaarheid van een proef. De provincie heeft dat nu in beraad. Men wil
eerst de allocatie van emissiquota afwachten.
Duurzame energie (groencertificaten)
en emissiehandel (emissierechten)
De relatie emissiemarkt en de markt voor duurzame energie is een lastige. In oktober 2003
is de Richtlijn EU-emissiehandel voor een aantal industriële sectoren (inclusief
energie-sector) van kracht geworden. En er is een Europese Richtlijn waar in staat dat
Lidstaten hun aandeel duurzame energie in de energiemix moeten vergroten. Het doel daarvan
is weliswaar het bereiken van de Kyoto-doelstelling, dus CO2-reductie. Doch in deze
Richtlijn wordt niet een direct, gekwantificeerd verband gelegd. In het voorstel voor
emissiehandel worden ook emissiequota toebedeeld aan de energieproductiebedrijven. Maar
men stelt dat wel aan het Duurzame Communautaire beleid vastgehouden wordt.
De relatie emissie- en groene stroommarkt wordt verder bemoeilijkt omdat de groenlabels en emissiecertificaten niet automatisch uitwisselbaar
zijn. In het kader van RECS werd in
deelnemende landen (m.n. EU, Noorwegen) vrijwillig de uitgave, registratie, controle en
handel in groencertificaten geregeld. Daar is nu de Europese regeling van de Certificate of Origin (zie onder) De instanties die
groencertificaten uitgeven in RECS-landen zijn verenigd in de Association of
Issuing Bodies (AIB). De voortgang van de handel in certificaten wordt bijgehouden
door groencertificatenbeheer. De minister van Economische Zaken heeft
de Tweede Kamer op 3 juli 2002 geïnformeerd over de stand van zaken van de
stroometikettering, de opzet van registers en ontwikkeling in de EU; voorgesteld wordt dat
stroom-import voorzien moet worden van certificaten om de gebruikers goed te informeren
(Tweede Kamer 2001-2002, 25 097P). Ook in het kader van de aankomende emissiemarkt in het
kader van het kader van het Klimaatverdrag is men bezig standaarden af te spreken voor de
opzet en uitwisseling tussen nationale registers voor emissiecertificaten en -transacties
(zie verslag workshop emissieregistratie, Bonn, begin juni 2002 over dit
thema).
- Een rapport van Cicero gooit de
knuppel in het hoenderhok door aan te geven dat handel in groencertificarten zelfs tot
mínder duurzame energie kan leiden (risico's: prijsverhoging elektriciteitsprijs,
marktdominantie etc). Men zegt dat dat CO2-heffingen en emissieplafonds beter werkt.
- Echte Energie biedt vanaf
juli 2004 'groen gas' aan (14/6): waarbij de emissies tijdens het gebruik worden
gecompenseerd door de aankoop van emissierechten en het planten van bomen: 1 á 1,5 boom per huishouden per jaar.
- TNO-NITG: 1,45% van Nederlandse energieinzet is duurzaam;
doelstelling van 5% duurzaam in 2010 is onhaalbaar.
CertiQ geeft eerste Garanties van Oorsprong uit (24 febr)
Certiq is een dochteronderneming van TenneT. Ze heeft heeft voor ruim 320.500 MWh
Garanties gegeven. Deze zijn bestemd voor elektriciteit afkomstig van windkracht,
waterkracht, zonnekracht en biomassa-installaties. Deze elektriciteit is in januari 2004
geproduceerd door Nederlandse installaties. De huidige groencertificaten uitgegeven
over Nederlandse elektriciteit zijn omgezet in Garanties van Oorsprong. Daardoor staat er
op dit moment voor ruim 1,1 TerraWattuur (= 1 miljard kiloWattuur) aan Garanties van
Oorsprong geregistreerd. De groencertificaten die zijn uitgegeven over de in 2003 in het
buitenland geproduceerde en geïmporteerde duurzame elektriciteit, blijven nog maximaal
een jaar geldig voor levering aan een eindverbruiker. Installaties voor duurzame
elektriciteit kunnen op basis van de Garanties van Oorsprong 10 jaar lang in aanmerking
komen voor de MEP-subsidie (Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie).
Garanties van Oorsprong te laat geïntroduceerd.
Omdat ook
andere landen te laat de richtlijn implementeren, kan er bij import naar Nederland een
probleem ontstaan. Als andere lidstaten de richtlijn te laat implementeren,
betekent dit dat de eventueel door hen aan de Nederlandse grens aangeboden groene stroom
niet als zodanig kan worden erkend, aldus Brinkhorst, die erop wees dat
Oostenrijk, België en Spanje wel al een systeem hebben ( zie verder Greenprices 30 okt).
Verwacht wordt dat de Garantiecertificaten medio 2004 gepresenteerd kunnen worden.
Wat er moet gebeuren om duurzame energie (m.n. de handel daarin) inzichtelijker bij te
laten dragen aan de klimaatdoelen van het Kyoto Protocol is dat de groene stroomlabels ook
aangeven welke broeikas-emissies zijn vermeden (in hoeverre vergroent de energiemix
van het energieproductiebedrijf?) Energieproducenten moeten dus hier openheid over geven.
Landen kunnen dan ook aantonen hoe im- en export van energie
zich verhoudt tot de nationale emissie-inventarisatie, want die moet uiteindelijk aangeven
of een Partij zich aan de Kyoto-doelsteling heeft gehouden.
In een EU-project, INTERACT genaamd, werd onderzocht hoe de
relatie tussen duurzame energiebeleid en de CO2-emissiehandel verbeterd kan worden.
Een andere wijze waarop duurzame energie bijdraagt aan de Kyoto-verplichting is via
Joint Implementation (JI) en het Clean Development Mechanism (CDM). Via deze instrumenten
uit het Kyoto Protocol is het mogelijk bespaarde emissies door bijvoorbeeld een windpark
in en ander industrieland (JI) of een ontwikkelingsland (CDM) mee te laten tellen voor het
bereiken van de nationale Kyoto-verplichting of een verplichting van een bedrijf. In het
kader van het Kyoto protocol probeert men dergelijke 'on-grid'- projecten standaardiseren
(dus eenvoudiger en sneller te verifiëren). Ook hier kan RECS, als betrouwbare
registratie en controle, een rol spelen. Dat kan door direct in dergelijke projecten te
investeren,via investeringsfondsen (carbon funds) of credits te kopen op de
emissiemarkt. Hiermee is de relatie duurzame energie -> projecten -> emissiehandel
gelegd.
Voorts speelt in de discussie het verschil in stimuleringsbeleid van
duurzame energie binnen Lidstaten. Zo subsidieerde Nederland tot vorig jaar het gebruik
van groene stroom, terwijl apart daarvan Duitsland de productie
stimuleert. In het regeerakkoord
staat dat men op de stimulering wil bezuinigen. Aan de andere kant brengen milieu-organisaties naar voren dat juist
níeuwe duurzame energieproductie gesubsidieerd moet worden.
In het Financieel Dagblad van 6 juli gaf
CDA-woordvoerder Jack de Vries aan: "mensen zijn veel milieubewuster geworden.
Zonder subsidie zullen ze dat ook wel blijven." Volgens hem was de
ecotaksvrijstelling een introductiekorting', die nu overbodig is. Kornelis Blok, directeur
van Ecofys vreest dat het vertrouwen in de duurzame energiemarkt zal worden verstoord. Hij
erkent dat 'freerider' effecten kunnen worden verholpen zonder álle subsidies af te
schaffen. 'Sommige milieuvriendelijke technieken en producten zijn standaard geworden.
Die hoef je geen voordeel meer te geven'.
In de Volkskrant
van 27 aug. 2002 adviseert Harmen Verbruggen (IVM) staatssecretaris Van Geel van
milieu niet roomser dan de paus te zijn en door te gaan met import van groene stroom uit
het buitenland als dat goedkoper is. Hij adviseert daarboven 'emissieverbruiksrechten' in
te voeren, die bedrijven aan absolute emissiebeperking houden. De Europese emissiemarkt
biedt daar voldoende ruimte voor.
De Trouw van 9 januari 2004 geeft een aantal
woordvoerders aan dat de stroom in Nederland steeds meer CO2 gaat kosten.
Het kabinet is van plan een nieuwe Uitvoeringsnota Klimaatbeleid op te stellen. Hierin
worden de economische ontwikkelingen en de bezuinigingen op groen beleggen, groene stroom
e.d. worden verwerkt. Verwacht wordt dat het kabinet minder maatregelen in het binnenland
zal nemen en meer ruimte zal maken voor internationale emissiehandel en reductieprojecten
in het buitenland.
Er is dan ook perspectief voor duurzame energie als CO2-beleid wordt ingevoerd.
Zodra regeringen CO2-emissietaken of -quota aan bedrijven opleggen ontstaat er meer vraag
naar duurzame energie, omdat daarmee CO2 direct vermeden is. Subsidie voor innovatieve
technologie blijft wel nodig. Op de lange termijn zijn grote reducties nodig dan de
emissiemarkt kan bieden.
Supermarktketen Sainsbury en RWE sluiten energie- en CO2-besparingscontract
(juli, 2002)
RWE levert de 458 winkels energie en energiemanagement met een besparing van kosten met
11% over 2 jaar en een CO2-besparing van 10% in 2005.
"Under the four-and-a-half-year deal
announced by Sainsbury group energy manager Julius Brinkworth, RWE will supply gas and
electricity to stores, depots and offices, and manage a £14.5m investment in energy
efficiency measures across the business. The programme will include modification of
refrigeration systems, a review of existing equipment and monitoring of temperature
controls. Sainsbury's, which operates 458 stores around the UK, says the move is expected
to cut its £50m a year energy bill by 11% over two years. It will also contribute to its
target of cutting carbon dioxide emissions from its buildings by 10% by March 2005."
"We want to reduce our CO2 emissions because
it is valued by our customers"
Julius Brinkworth, Sainsbury's
Publicaties
|