Publicatiedatum:
1/12/2003Spanning tussen industrie en energiesector stijgtOptimistische metaalproducenten vergeten zich in te dekken tegen hogere stroomprijzenvan onze redacteur AMSTERDAM - De industrie had erop gerekend dat de liberalisering van de stroommarkt zou leiden tot lagere prijzen. Niet dus. En het wordt nog veel erger ( zie bericht hierover onderaan; Red.) Hoe serieus is het plan van vijf megastroomverbruikers - Corus IJmuiden, Corus Aldel, Pechiney, Pasminco en Nedstaal - om zelf een stroomcentrale te gaan bouwen? 'Het is een serieuze gedachte', zegt Lucien van de Boogaard, directeur van Pasminco Zink Budel, 'anders stoppen we geen geld in een studie. Maar als iemand een alternatief heeft, hoor ik het graag.' 'Er móeten nieuwe centrales bij komen', beklemtoont Eddie Keddeman van Corus, de initiatiefnemer van het project. 'Wie daarvoor zorgt, is een tweede. Als de markt maar wordt verruimd.' De nood is hoog gestegen bij de energiegrootverbruikers. De metaalproducenten zijn sterk afhankelijk van de stroomprijs. Die maakt een groot deel uit van hun operationele kosten. Het is daarbij geen toeval dat de vijf bedrijven die zich hebben verenigd in de EIB (Energie-Intensieve Bedrijven) allemaal producenten zijn van 'commodities'. Van de Boogaard: 'Wij hebben te maken met internationale marktprijzen. Als de stroomprijzen in Nederland hoger zijn dan in het buitenland, wat nu het geval is, kunnen wij dat niet doorberekenen in de prijzen.' Volgens Van de Boogaard schrikken ze zich op het Australische hoofdkantoor van Pasminco Zink Budel rot als ze horen hoe duur de stroom in Nederland is. 'Ik krijg geen geld meer om te investeren.' Tom Sanders, algemeen directeur van aluminiummaker Pechiney Nederland, schetst een even somber beeld: 'Wij willen na een moeilijke periode in het bedrijf de productie uitbreiden. Maar dat is nu niet verantwoord.' De metaalproducenten lijken zich flink te hebben verkeken op de effecten van de liberalisering. Rekenend op lagere prijzen, hebben ze zich maar beperkt ingedekt tegen prijsstijgingen, zo valt af te leiden uit hun verklaringen. De bedrijven hebben niet allemaal langetermijncontracten gesloten, of zien hun contracten aflopen. Hun klacht is dat er te weinig aanbod is. 'De marktconcentratie drijft de prijzen op', zegt Keddeman. De Corus-directeur kan niet bewijzen dat de prijzen worden gemanipuleerd door de energieproducenten, maar hij is er wel van overtuigd dat dat gebeurt. 'Een andere goede reden voor de prijsstijgingen is er niet.' Maar volgens Jannes Verwer, directeur van Eon Benelux, de Nederlandse dochter van de Duitse stroomreus Eon, zijn er wel degelijk goede redenen waarom elektriciteit duurder is geworden. Sterker nog, zijn boodschap is dat de prijzen in het buitenland voor de grootverbruikers óók omhoog zullen gaan. 'De industrie in Duitsland, Frankrijk en België werkt met zeer lange termijncontracten', zegt Verwer. 'Die gaan de komende jaren echter ook aflopen. De bedrijven zullen voor nieuwe contracten dan de huidige, hoge groothandelsprijs moeten gaan betalen. Het verschil met Nederland wordt kleiner, maar goedkoper wordt het niet.' Een van de redenen waarom de prijzen, ook in Duitsland, omhooggaan, zijn de grote sommen geld die nodig zijn voor de bouw van nieuwe centrales. In Duitsland, waar goedkope kernenergie wordt afgebouwd en vervangen door dure gascentrales, moeten er tot 2010 zeker dertig centrales bij komen. Daarnaast hangt er een grote onzekerheid boven de stroomsector: de Europese regulering van de uitstoot van broeikasgassen door een systeem van handel in emissierechten. Dat systeem gaat al in 2005 van start, maar niemand weet nog hoeveel kosten het met zich mee brengt. Dat stroomproductie duurder wordt, staat vast. Ook op dit punt staan industrie en energiesector tegenover elkaar. Van cruciaal belang voor de bedrijven is hoeveel uitstootrechten zij krijgen bij de aanvang van het handelssysteem. Dat bepaalt hoeveel rechten zij moeten bijkopen als zij hun productie vergroten. Het ministerie van Economische Zaken verdeelt de uitstootrechten per bedrijf. Daarover wordt op dit moment in werkgroepen stevig gebakkeleid. Naar verluidt zijn de stroomproducenten van mening dat zij veel te weinig emissierechten krijgen toegewezen in vergelijking tot de industrie. 'Wij voeren een pittig gesprek met de minister', stelt Verwer diplomatiek. De onzekerheid rond het emissiehandelssysteem maakt het volgens Verwer op dit moment onmogelijk om te zeggen of de bouw van een kolencentrale op de Maasvlakte rendabel is. Want niet alleen de metaalproducenten, ook Eon 'studeert op de mogelijkheid om op de Maasvlakte een kolencentrale te bouwen', bekent Verwer. Misschien ligt daar een mogelijkheid voor de sectoren om nader tot elkaar te komen. Corus kan zijn emissierechten aan Eon verkopen. Eon kan dan de centrale bouwen. Karel Beckman Copyright (c) 2003 Het Financieele Dagblad
Metaalbedrijven willen zelf stroom opwekken
van onze redacteur AMSTERDAM - Een groep grote metaalproducenten onderzoekt de mogelijkheid om op de Tweede Maasvlakte een eigen kolengestookte elektriciteitscentrale te bouwen. Zij willen daarmee minder afhankelijk worden van de stroomproducenten. De bedrijven bevestigen desgevraagd het bestaan van de plannen. Het initiatief is afkomstig van de staalproducenten Corus en Nedstaal, de aluminiumproducenten Pechiney en Aldel, en de zinkproducent Pasminco Budel Zink. Samen zijn deze vijf bedrijven goed voor circa 9% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam doet mee aan de haalbaarheidsstudie die de bedrijven gaan uitvoeren. Volgens Eddie Keddeman, algemeen directeur van Corus Primary Aluminium, heeft de energie-intensieve industrie in Nederland geen toekomst bij de huidige hoge stroomprijzen. Nieuwe investeringen zijn volgens hem nu al praktisch uitgesloten. De stroomprijzen in Nederland zijn het afgelopen jaar met vele tientallen procenten gestegen. De metaalproducenten wijten dit aan een gebrek aan aanbod in de markt, die wordt beheerst door vier stroomproducenten. Keddeman, die benadrukt dat de plannen van de energiegrootverbruikers zich nog in een pril stadium bevinden, stelt dat er hoe dan ook stroomproductiecapaciteit bij moet komen in Nederland. Ook het aantal aanbieders moet volgens hem worden uitgebreid. De metaalbedrijven hebben een sterke voorkeur voor een kolencentrale, omdat die voor continuverbruik veel goedkoper is dan een gasgestookte centrale. De bouw van een nieuwe kolencentrale past volgens hen in het beleid van het ministerie van Economische Zaken om de concentratie op de stroommarkt te verminderen en de voorzieningszekerheid op elektriciteitsgebied te vergroten. Het gebruik van steenkool is echter controversieel, omdat dit een hoge uitstoot van het broeikasgas kooldioxide met zich meebrengt. Economische Zaken wil nog geen commentaar geven op de plannen van de metaalbedrijven. Copyright (c) 2003 Het Financieele Dagblad |