Energiebedrijven verdienen € 6 milj/jr. terug via CO2-rechten aan Borssele deal; reductie niet additioneel (15/3)

Vandaag hoorde de Tweede Kamercommissies voor Economische Zaken en voor Milieu een aantal experts over het concept convenant van de regering met de energiebedrijven Delta, Essent, de eigenaren van exploitant EPZ i.v.m. het langer openhouden van kerncentrale Borssele tot 2033. De kerncentrale mag openblijven tot 2033, maar dan moeten de eigenaars geld steken in duurzame energie en   CO2 verminderen. Bovendien moet Borssele dan behoren tot de 25% meest veilige centrales in zijn soort. Naast juridische aspecten, veiligheid, aansprakelijkheid, kosten werd gesproken over de verplichting van de energiebedrijven € 124 miljoen te investeren in additionele, innovatieve CO2-reductieprojecten. Dat moet leiden tot een besparing van jaarlijks 0,235 miljoen ton CO2.

CO2-reducties verkoopbaar als forwards
Het werd evenwel duidelijk dat het met die aditionaliteit wel meevalt. De energiebedrijven Delta en Essent investeren weliswaar, maar onduidelijk is of ze dat niet sowieso zouden doen. Want de energiebedrijven gaan ervan uit, zo bleek tijdens de hoorzitting, dat ze de extra CO2-reductie op de emissiemarkt kunnen verkopen. Dat levert de bedrijven elk jaarlijks € 6,5 miljoen op (met het huidige prijsniveau van € 26/ton). Ze kunnen de emissierechten die ze in de toekomst besparen reeds nu als forwards contracten verkopen.

Kamerleden hadden hier de staatssecretaris voor milieu reeds vragen over gesteld; de beantwoording was evenwel niet duidelijk (zie hier; vraag 38 e.v.). Zij gaan ervan uit dat de extra CO2-reducties van toegekende emissierechten afgetrokken zou moeten worden. Pas dan is er sprake van additionele inspanningen.

Dat is inderdaad het geval. Immers de Richtlijn Emissiehandel en de Annex met Allocatiecriteria schrijft voor dat als reducties wegens ander beleid of regelgeving worden gerealiseerd, daar geen emissierechten voor gegeven dienen te worden.

Advocaten Robert Polak en Nicolien van den Biggelaar van De Brauw Blackstone Westbroek, uitten kritiek op het convenant.Volgens hen is het niet duidelijk of de overeengekomen vermindering van CO2 uitstoot een extra inspanning van de ondernemingen vergt. Bovendien vinden ze dat nog te onduidelijk is wat er gaat gebeuren als de ,,25 procent plicht'' niet wordt nagekomen.

D'66 had het daarom over een dode mus. Natuur en Milieu noemde het een perverse deal. De Energiebedrijven wezen op de financiele risicop's die ze lopen en dat ze toch investeringen naar voren halen. Als dat tot minder emissierechten zou moeten leiden, zou dat volgens hen op nationaal niveau moeten gebeuren: 'Dat is consequentie van een privaatrechtelijk overeenkomst' , zei Luteijn van Delta.

Volgende week moet de Kamer over het convenant een oordeel geven.

jc@emissierechten.nl