Werkgroep geeft advies over betrekken ontwikkelingslanden en VS bij internationale afspraken [2/3]

Op 1 maart is het Eindrapport van de werkgroep IBO Toekomstig Internationaal Klimaatbeleid aan de Kamer gestuurd [zie hier]

De werkgroep die nationaal en internationaal diverse experts heeft gesproken en het NMP diverse scenario's heeft laten maken, stelt eigenlijk voor het met het onderhandelen over internationale CO2-afspraken over een andere boeg te gooien [d.w.z. anders dan het Kyoto Protocol]. Men geeft o.a. aan dat het niet voldoende is om ontwikkelngslanden er via projecten bij te betrekken [CDM], maar dat nationale of sectorale emissieafspraken te maken. Ook ziet men kansen in het financieel vergoeden van ontwikkelingslanden die tropische ontbossing tegengaan [20% van de mondiale emissie], zie verder de samenvatting.
Men stelt voor om vindingrijk te zijn ten aanzien van de VS. De vele positieve ontwikkelingen in diverse Staten kunnen zo snel mogelijk bij diverse internationale afspraken betrokken worden.

Deze opvattingen die ik van harte van ondersteunen, komen in grote lijnen overeen met de voorstellen die ik in het Preadvies Klimaatbeleid van de Vereniging voor Milieurecht op heb genomen, met name;

  • Ontwikkelingslanden als India en China, maar ook de OPEC-ontwikkelinslanden proberen binnen te halen met grootschalige CDM-projecten is niet afdoende bij klimaatbestrijding [emissies komen toch vrij hier] en het leidt tot een 'lock-in-situatie: d.w.z. het maakt afhankelijk en je komt er niet makkelijk van af. Stel dat je langdurige CO2-opslagprojecten in de energiesector financiert met de bureaucratische CDM-projecten; dan ben je duurder uit en is China nooit van zins CO2-afspraken te maken. Terwijl als China een redelijk emissieplafond krijgt, kunnen CO2-opslagprojecten bij kolencentrales ook in aanmerking komen voor CO2-handel.
  • Met de VS zie ik mogelijkheden of via en expliciete, juridische koppeling van emissiehandel in de VS met Europa. Maar het zal nog zeker tot 2010 duren voor er in de VS een wettelijk systeem is; OF een impliciete koppeling via handel of swaps: de emissierechten die een Nederlands bedrijf van een bedrijf in de VS wil kopen blijven in het register van Californie bijvoorbeeld en afgeschreven en erkend als ingeleved emissierecht in Nederland.

Naast de reductiedoelstelling van Balkenende IV [30% reductie]. zal de nieuwe regering ook aan de slag moeten met nieuwe internationale afspraken voor na 2012- dan loopt de Kyoto-periode af.

 

Uit. Samenvatting IBO-rapport
[..]

Emissiehandel zal (nog) niet in alle landen en sectoren en voor alle broeikasgassen toepasbaar zijn. Het Clean Development Mechanism (CDM) en Joint Implementation (JI) zijn dan een kosteneffectief alternatief voor het behalen van emissiereducties. Maar gezien het feit dat CDM als projectgerelateerde mechanisme te beperkt is om structurele veranderingen teweeg te brengen, moet er aanvullend of in plaats daarvan gestreefd worden naar absolute of relatieve doelstellingen. Naast de technology pull van emissiehandel is ook technologiebeleid gericht op innovatie, ontwikkeling en demonstratie mogelijk, de zogenoemde technology push. Dit is vooral van belang om de kosten van bekende emissiereductietechnologieën te verlagen (met name op het gebied van hernieuwbare energie en het afvangen en opslaan van CO2).

Dergelijke R&D-maatregelen, of internationale technologieafspraken daarover, zullen echter op zichzelf niet voldoende zijn om de noodzakelijke emissiereducties te realiseren. Ze kunnen wel een belangrijke bijdrage leveren aan de noodzakelijke kostenreducties. Emissiehandel en technologiebeleid zijn de belangrijkste onderdelen van een effectieve internationale aanpak. Maar het zijn niet de enige instrumenten; er is aanvullend beleid dat een belangrijke bijdrage kan leveren (al geldt voor deze opties dat ze geen volwaardige alternatief voor een effectief prijsbeleid kunnen zijn). Technologiebeleid in de vorm van regulering, zoals een verplicht aandeel of een vastgestelde norm, kan een effectief instrument zijn dat barrières voor de toepassing van nieuwe technologie of gedragsve randering kan verminderen. Financieringsbeleid, zoals kredietfaciliteiten, garanties en het beschikbaar stellen van risicokapitaal, kan een rol spelen in het wegnemen van de barrières en risico’s die investeringen in klimaatvriendelijke technologie in ontwikkelingslanden verhinderen. Verbeteren van de energie-efficiëntie is een cruciale optie om de komende decennia op een veilig emissiepad te blijven. Bovendien heeft het een gunstig effect op de voorzieningszekerheid en op andere milieuproblemen dan klimaat. Specifiek op energiebesparing  gericht beleid zoals regulering, labelen, heffingen of inzet op energiebesparend gedrag kan op effectieve wijze efficiënt prijsbeleid aanvullen en versterken.

Een laatste belangrijk onderdeel van een effectieve aanpak van het klimaatprobleem is het terugdringen van broeikasgasemissies als gevolg van veranderingen in landgebruik en ontbossing (circa 20 tot 25 procent van de mondiale broeikasgasemissies). Het meenemen van de landgebruiksector kan de flexibiliteit in het behalen van afgesproken doelen vergroten, ontwikkelingslanden stimuleren mee te doen en bijdragen aan andere doelstellingen, zoals biodiversiteit. De meest veelbelovende mogelijkheid voor het terugdringen van emissies in deze sector lijkt het financiële belonen van emissiereducties die worden bereikt door het tegengaan van ontbossing in ontwikkelingslanden.