Shell volgt Nuon bij CO2-reductie in India (FD 12/9) CDM

Nadeel olieproductie in Canada via zwaar oliezand is nog meer uitstoot broeikasgassen

HEIKO JESSAYAN

AMSTERDAM - Shell Trading International heeft een contract getekend met het chemische concern SRF in India, waarbij Shell het recht kan verwerven om 500.000 ton extra CO2 uit te stoten. Het contract voorziet erin dat SRF in tien jaar tijd minder koolwaterstoffen uitstoot met een equivalent van 38 miljoen ton CO2. Volgens waarnemers krijgt het Indiase bedrijf in ruil daarvoor euro 400 mln.

Shell is niet het eerste Nederlandse bedrijf dat in India een project aangaat om emissierechten te verkrijgen. Energieconcern Nuon ging november vorig jaar een joint venture in India aan voor een project van 3 miljoen ton CO2 per jaar.

Shell heeft extra emissierechten nodig, onder meer omdat oliewinning uit oliezand, zoals in Canada, die een zware oliesoort oplevert, doorgaans gepaard gaat met meer CO2-uitstoot. Drie jaar geleden slaagde het olieconcern er nog in zijn CO2-emissies 10% onder het uitstootniveau van 1990 te houden. Maar sinds 2001 loopt de CO2-uitstoot weer geleidelijk op omdat het bedrijf voor zijn oliewinning steeds afhankelijker is geworden van lastiger te exploiteren oliebronnen, zoals oliezand, met een toename van de uitstoot als gevolg. Het streven van Shell is nu om in 2010 de CO2-uitstoot 5% onder het niveau van 1990 te houden.

De fabriek van SRF, een van de grootste producenten van kunststofvezels ter wereld, is gevestigd in Jhiwana, Rajasthan. Bij productie van nylonvezels komen koolwaterstoffen - HFC-23 - vrij, die 10.000 keer sterker bijdragen aan het broeikaseffect dan CO2. HFK's komen ook vrij bij de productie van koelkasten. Met extra investeringen zorgt Shell ervoor dat via een speciaal verbrandingsproces - thermische oxidatie - HFC's worden afgebroken. HFC's hebben weliswaar niets met olieproductie van doen, maar door het project met SRF werkt Shell wel mee aan een efficiëntere manier om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

'We hebben de optie de emissierechten tot april 2007 te verkopen', aldus bestuursvoorzitter Arun Bharat Ram van SRF. Volgens Ram, die geen bedrag mag noemen, gaat het om een van de grootste contracten die tot dusver in ontwikkelingslanden voor CO2-reductie tot stand zijn gekomen. Shell heeft aanzienlijk meer betaald dan de $10 per ton die doorgaans op de markt voor dit soort projecten wordt betaald, aldus Ram. Dat komt omdat het er naar uit ziet dat de rechten ook gebruikt kunnen worden bij de Europese emissiehandel, waar de prijs nu rond de euro 22 per ton ligt.

In het kader van het Kyoto-protocol mogen rijke landen en bedrijven via het 'Clean Development Mechanism' (CDM) in ontwikkelingslanden CO2-projecten aangaan. Het idee daarachter is dat rijke landen al over relatief moderne industriële installaties beschikken. CO2-reductie in arme landen kan daardoor eenvoudiger en veel goedkoper worden gerealiseerd.

Bovendien kan modernisering van de industrie ook de duurzame ontwikkeling in die landen ten goede komen. Shell hoopt met het CDM-project in India 500.000 verhandelbare 'Certified Emission Reductions' (CER's) te krijgen. Dat zijn certificaten die Shell het recht geven zijn verplichtingen om CO2 terug te dringen in het kader van het Europese systeem voor emissiehandel (EU ETS) te verrekenen met reducties die Shell via SRF in India heeft gerealiseerd. CER's worden verstrekt door een speciaal bureau van de Verenigde Naties, de UNFCCC in Bonn, dat toeziet op de naleving van het Kyoto-protocol.

Volgens Jos Cozijnsen , zelfstandig consultant en emissiehandelspecialist, kan het een tijd duren voordat Shell de CER's op zijn eigen rekening in het Emissieregister kan bijschrijven. 'Een CDM-project moet aan allerlei eisen voldoen, zoals bijdragen aan duurzame ontwikkeling in zo'n land en werkgelegenheid creëren. Bovendien loopt men in Bonn hopeloos achter bij het goedkeuren van projecten. Het is een flessenhals alvorens je door de procedure heen komt en je CO2-rechten verkrijgt.' Ten slotte moet alles jaarlijks geverifieerd worden.

Ook is het nog maar de vraag of Shell zijn CO2-kredieten in Europa kan bijschrijven. Cozijnsen : 'Kyoto regelt alleen dat landen de CER's kunnen krijgen. Over handel met CER's door bedrijven is nog niets geregeld. Daarom zijn CER's nog niet helemaal hetzelfde en dus nog niet evenveel waard als de EU-emissierechten. Op de klimaattop in Canada in december willen landen hierover praten. Een tussenoplossing kan zijn als landen gewoon erkennen dat de reducties zijn gepleegd.'

Nuon is actief in Gujarat in India, maar kijkt ook verder

Energieconcern Nuon sloot begin november 2004 een contract met een dochter van het Ierse bedrijf Agcert dat zich speciaal toelegt op projecten voor CO2-reductie in ontwikkelingslanden. Het betreffen zogeheten CDM-projecten in Brazilië en Mexico waar methaangas (CH4) uit dierenmest wordt opvangen en verbrand.

Ook heeft Nuon een contract gesloten in de deelstaat Gujarat in India met het chemieconcern Gujarat Fluorchemicals Limited (GFL) om HFC's af te breken via een speciaal verbrandingsprocédé. Beide contracten zullen Nuon in de periode 2005-2009 12 miljoen ton aan emissierechten opleveren (emissierecht = 1 ton CO2).

Als het project in Gujarat slaagt, kan Nuon speciale certificaten krijgen (CERs) van het uitvoerend orgaan van de VN in Bonn dat toeziet op de uitvoering van CDM-projecten en het klimaatverdrag. Daarmee kan Nuon deels ontslagen worden van de verplichting de uitstoot in Nederland zelf te verminderen.

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad