Internationaal Klimaatoverleg bouwt aan nieuw verdrag en uitbouw van CO2-markt [1 sept]

Aan het eind van het jaar vindt op Bali de jaarlijkse Klimaattop plaats [3-14 dec]. Die zal een mandaat of besluit moeten geven aan de rond 200 VN-landen om te gaan onderhandelen over nieuwe CO2-reductiemaatregelen voor na 2012. Dan loopt het Kyoto Protocol af. Afgelopen week kwamen landen bijeen in Wenen om deze top voor te bereiden. De uitkomst van deze vergadering [zie conclusies] was ambitieus en hoopgevend. Al is er nog een lange weg te gaan, men gaat in elk geval wel verder op die weg. Zie ook persbericht VN.
-
AP: Agreement Reached on Greenhouse Gas Curb
- Reuters: Industrial nations agree step to new climate pact
-  VN: UN-backed carbon trading plan to cut greenhouse emissions moves closer to fruition

Een nieuw internationaal akkoord is in feite op zijn vroegst in 2009 of 2010 te verwachten, als er een volgende Amerikaanse President is. President Bush organiseert als laatste afleidingspoging 27/28 september in Washington zijn eigen conferentie met een aantal landen die veel emissies hebben om te laten zien dat klimaataanpak ook zonder emissiedoelstellingen en Kyoto Protocol kan; hij wil vrijwilligheid, een focus of technologie en is tegen een mondiale CO2-markt. De EU zal die gelegenheid juist aangrijpen dat emissieplafonds nodig zijn en ook betaalbaar zijn als de de CO2-markt gebruikt.

In het kader van het Klimaatverdrag - daar is de VS wel partij bij - vond in Wenen een 'Dialoog' plaats,  en is afgesproken verder te praten. Opvallend is dat er tijdens de dialoog in de G77, de groep van de ontwikkelingslanden, meer steun ontstaat voor 'differentiatie'. Dat wil zeggen, dat de minst ontwikkelde landen [LDC] en de kleine eilandstaten [AOSIS] eigenlijk vinden dat de meest ontwikkelde landen in groep, China, India, Mexico, Korea m.n., de emissies zou moeten kunnen beperken. Deze opening, hoe voorzichtig ook, is ontzettend belangrijk, want totnogtoe trad de G77 als een groep op.

In het kader van het Kyoto Protocol [daar is de VS geen lid van], vonden discussies plaats in de zgn. 'Ad Hoc Working Group' [AWG]. Hierin is overeengekomen dat industrielanden, als groep, vóór 2020 moeten streven naar een reductie van 25 tot 40 % van de uitstoot van broeikasgassen – ten opzichte van het niveau van 1990. Canada, Japan, Rusland, Zwitserland en Nieuw-Zeeland verzetten zich lang tegen deze nieuwe, niet-bindende doelstellingen. Men geeft ook aan dat om op veilige emissieconcentraties in de atmoisfeer te komen [de doelkdstelling van het Klimaatverdrag] moet de aarde binnen 2 graden Celsius temperatuurstijging te blijven de mondiale emissies moeten 'pieken' binnen 10 tot 15 jaar en uitkomen op rond 50% van de emissies in 2000 in 2050. Men vindt dat de opwarming boven 2 graden Celsius onacceptabel is. Deze cijfer baseren de partijen op de Rapporten van de wetenschappelijk organisatie IPCC dat in Bali haar eindrapport presenteren zal.

Interessant is ook dat men aangeeft dat om deze doelstellingen bereiken er meer nodig is dan reducties door industrielanden en projecten in ontwikkelingslanden [zgn CDM], dat wil zeggen meer mechanismes om meer landen bij klimaatbeleid te betrekken. De IPCC en ook het recent Stern rapport geven n.l. aan dat zelfs als de emissies van de industrielanden minimaal zijn er ook reducties in ontwikkelingslanden nodig zijn.

De EU is tevreden met de uitkomst van Wenen: de range voor doelstellingen van 25-40% komt overeen met de doelstelling van de EU zelf - 20% in 2020 - en hun aanbod om tot 30% te gaan, als er een internationaal akkoord komt. Ook is men blij met de indicaties in de tekst dat alleen eigen CO2-reducties en projecten in ontwikkelingslanden [CDM] niet voldoende. Meer landen moeten meedoen en er zijn meer marktmechanismes nodig.

jc@emissierechten.nl