| Publicatiedatum: 12/2/2004 In het luchtledige
RUTGER DE WITT WIJNEN Onlangs vond in Rotterdam het congres CO2-NOx- emissiehandel plaats. Daar stelde de directeur van de Nationale emissieautoriteit boetes tot een bedrag van 450.000 euro in het vooruitzicht aan bedrijven die niet tijdig een CO2-emissievergunning hebben. Het was een van de weinige concrete uitspraken die daar werden gedaan. Het had de dag moeten worden dat de overheid het nationaal CO2-allocatieplan in concept zou presenteren. Het werd een dag van een onduidelijke overheid en een verward bedrijfsleven. Vanaf 1 januari 2005 mogen bepaalde installaties alleen in bedrijf zijn als de exploitant een broeikasgasemissievergunning heeft. Het gaat om installaties uit onder meer de (petro)chemische, papier-, cement-, metaal-, glas-, en energiesector. Bovendien moet de exploitant in het bezit zijn van CO2-emissierechten. Een bedrijf mag niet meer CO2 uitstoten dan waarvoor het emissierechten heeft. Bij een dreigend tekort kunnen emissierechten op de vrije markt worden bijgekocht. Dit alles staat in een Europese Richtlijn die eind oktober 2003 in werking trad. Iedere lidstaat dient voor 1 april 2004 een allocatieplan op te stellen waarin wordt aangegeven hoeveel emissierechten in totaal gedurende het tijdvak 2005-2007 toegewezen worden en hoe dit totaal wordt verdeeld over de betrokken installaties. De definitieve toewijzing van emissierechten aan de individuele exploitanten moet plaatsvinden voor 1 oktober 2004. Voor het bedrijfsleven is het van belang tijdig te weten waar het aan toe is. Vandaar dat het reikhalzend uitkeek naar het allocatieplan. De overheid is nog niet zover. Zo bleek dat de provincies, onder de huidige milieuwetgeving het bevoegd gezag voor grote installaties, eigenlijk nog niet goed geïnformeerd zijn over de nieuwe plannen. Ook is er nog onduidelijkheid over de juridische grondslag van deze nieuwe vorm van milieubeleid. Zolang er nog geen wettelijke basis voor de emissiehandel bestaat, is onzeker wie er wanneer bezwaar of beroep kan instellen tegen de CO2-allocaties. Een wijziging van de Wet Milieubeheer moet die juridische basis gaan vormen. Het wetsvoorstel ligt thans bij de Raad van State voor advies. Daarna volgt de parlementaire behandeling. Vooruitlopend op deze wetswijziging is de overheid al aan het werk gegaan. Zo is er een Nationale emissieautoriteit in oprichting (Nea), die belast wordt met uitvoering van de CO2-regels. De vraag is of het bedrijfsleven ook al moet anticiperen op de nieuwe wet, bijvoorbeeld door het aanvragen van een CO2-emissievergunning. Formeel kan dat niet, maar de directeur van Nea heeft het bedrijfsleven toch aangeraden om tijdig aanvragen in te dienen om niet de deadline van 1 januari 2005 te missen. Formeel kan de Nea nog geen beslissing nemen op een vergunningsaanvraag. Zelfs als de emissieautoriteit zou laten doorschemeren dat de vergunning verleend zal worden, biedt dat geen zekerheid voor de situatie als de wet er straks is. Een veehouder die vooruitlopend op een allocatieplan voor mestrechten en op aandringen van de gemeente alvast dergelijke rechten ging kopen, kwam van een koude kermis thuis toen het allocatieplan later onverbindend bleek te zijn. De anticipatie van de veehouder kwam voor zijn risico, aldus het Hof Den Bosch. Inmiddels ligt deze zaak bij de Hoge Raad. Er zit niets anders op dan de ontwikkelingen scherp in de gaten te houden. Volgens EZ wordt het allocatieplan op 16 februari gepubliceerd, waarna in ieder geval een inspraakmogelijkheid bestaat. Mr H.R. de Witt Wijnen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Den Haag. Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad
|