MNP Rapport 500085003/2007: http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2007/MilieuenDuurzaamheidinregeerakkoord2007.html

Milieu en duurzaamheid in regeerakkoord 2007

Samenvatting

Samengaan economie en ecologie vergt trendbreuk

Het kabinet kiest in het regeerakkoord voor duurzame ontwikkeling als een speerpunt van beleid en onderkent dat dit moet worden bereikt door de samenhang op alle (beleids-) terreinen te vergroten. Dat geldt ook voor het spanningsveld milieu en economie. Om het uitgangspunt van een economische groei van 2% te combineren met een forse duurzaamheidsambitie, is een beleidsmatige en maatschappelijke trendbreuk nodig. Het gaat daarbij om de absolute ontkoppeling van economische groei en energiegebruik/CO2-emissies, gedragsverandering naast investering in technologie en een heroriëntatie op Europa.

De streefwaarden op het terrein van klimaat en energie (30% minder CO2-emissie in 2020) lijken verder te gaan dan de Europese ambities en kunnen slechts bereikt worden via sterke veranderingen in technologie, en in gedrag van burgers en bedrijven. De jaarlijks maatschappelijke kosten van het huidige voorstel zouden naar schatting 8 miljard tot 9 miljard euro bedragen in 2020. Door een kleinere inzet op duurzame energie en energiebesparing en een grotere inzet op andere routes zoals CO2-opslag en andere broeikasgassen, kunnen de kosten ongeveer gehalveerd worden. De extra vrijgemaakte financiële middelen (500 miljoen euro) zijn derhalve alleen toereikend als:
- door aanvullend beleid ook burgers en bedrijven worden aangezet tot extra investeringen;
- een lagere inzet wordt geaccepteerd op de doelen voor energiebesparing en duurzame energie ;
- aanvullend emissiereducties in het buitenland worden aangekocht.

Het kabinet kiest terecht voor een actieve rol van Nederland in Europa. Een nieuwe balans tussen economie (behoefte aan gelijk speelveld) en ecologie (grensoverschrijdende milieuproblemen) kan praktisch gesproken uitsluitend in Europees verband worden gerealiseerd.

De door het kabinet voorgestelde verhoging van de efficiency van de Rijksdienst vereist tegelijk vereenvoudiging van beleid, ook van milieubeleid. Dit leidt tot een grotere transparantie voor de burger en betere uitvoerbaarheid, maar ook tot meer grofmazige regelgeving waardoor minder aan individuele wensen tegemoet kan worden gekomen.