NEa-directeur Marc Allessie: ‘Fouten maken mag’ (27-06-2005)

Bron: Chemie magazine juni 2005

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) verwacht dat bedrijven vanaf 1 juni 2005 binnen een jaar om kunnen gaan met de handel in NOx-emissierechten. Als bedrijven eventueel fouten maken met het meten en rapporteren van NOx-emissies, zal de NEa niet in alle gevallen boetes opleggen. Zij gaat er vanuit dat de bedrijven te goeder trouw handelen en dat sommige fouten gemaakt worden, omdat bedrijven voor het eerst met dit systeem van emissiehandel werken. 

Volgens Marc Allessie, directeur van de NEa, krijgt een bedrijf na een controle een brief. Daarin staat of dat alles in orde is, of dat er onvolkomenheden zijn die recht gezet moeten worden, of dat de zaken nog niet op orde zijn en dat er binnen een bepaalde termijn een nieuwe controle volgt. ‘Als het bedrijf bij hercontrole nog steeds niet aan de eisen voldoet, gaan we nadenken over sancties. Maar het zou me verbazen als we al snel tot forse handhaving zouden moeten overgaan. Tot nu toe werken de bedrijven heel goed mee aan de invoering van de emissiehandel. Mocht er echter een vermoeden bestaan dat een bedrijf willens en wetens met de gegevens sjoemelt, dan is het onze taak en bevoegdheid om dat te onderzoeken en te bestraffen. In het uiterste geval maken we de zaak aanhangig bij het Openbaar Ministerie.’ De NOx-emissiehandel is op 1 juni officieel van start gegaan. Het emissieregister van de NEa komt naar verwachting medio juli in de lucht. In dit register staat hoeveel emissierechten een bedrijf op een bepaald moment heeft. Ook worden hierin de transacties bijgehouden. Volgens Allessie kunnen bedrijven vooruitlopend op deze transacties al overeenkomsten met elkaar aangaan voor aan- of verkoop van emissierechten. ‘Ze weten al globaal hoeveel emissierechten ze krijgen toegewezen.’

Toewijzing
De toewijzing van de emissierechten is bij NOx anders geregeld dan bij CO2. Bij CO2 zijn de emissierechten gekoppeld aan een absoluut emissieplafond, dat de overheid per bedrijf vaststelt op basis van de emissies in voorgaande jaren. Bij NOx zijn de rechten gekoppeld aan de zogenaamde Performance Standard Rate (PSR) ofwel de prestatienorm die voor alle bedrijven gelijk is. Het gaat om de uitstoot van NOx in grammen per ton product voor procesinstallaties, of grammen per Gigajoule energie voor stookinstallaties. Voor verbrandingsinstallaties, zoals bijvoorbeeld van energiecentrales, geldt een norm van 68 gram per Gigajoule in 2005. Deze norm gaat de komende jaren stapsgewijs omlaag tot 40 gram per Gigajoule in 2010. Allessie: ‘Voor bedrijven hebben we een verkoopplafond voor NOx berekend. De werkelijke toewijzing vindt plaats op basis van het energieverbruik voor verbrandingsinrichtingen en het productievolume voor procesinstallaties in 2005. Bedrijven kunnen daarvóór al handelen en mogen eerst, bij wijze van spreken, rood staan. Pas begin volgend jaar weten ze exact over hoeveel rechten ze beschikken. Je kunt het enigszins vergelijken met een voorlopige aanslag van de belastingen die later wordt gevolgd door een definitieve aanslag. Het werken met het NOxregister is ingewikkelder dan met het CO2 -register. Daarom raad ik bedrijven aan om onze training in het najaar van 2005 te volgen, zodat ze met het register vertrouwd kunnen raken.’

Chemiebedrijven profiteren
Volgens Hans Veenenbos, VNCIspeerpuntmanager energie, stoot de chemische industrie op het ogenblik gemiddeld minder NOx uit dan de norm, en elektriciteitscentrales gemiddeld meer. Chemiebedrijven houden straks dus emissierechten over die ze kunnen verkopen aan bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven. De marktprijs van de rechten valt moeilijk te voorspellen. De elektriciteitsbedrijven domineren de emissiehandel vanwege hun relatief grote aandeel in de NOx-emissies. Als zij hun investeringen in emissiereductie uitstellen, dan profiteren de chemiebedrijven hiervan. Maar als ze investeren in selectieve katalytische reductie van NOx en daarmee hun emissies omlaag brengen, zal de vraag naar emissierechten teruglopen en de prijs van deze rechten dalen. Elk bedrijf moet ieder jaar vóór 1 april een emissieverslag bij de NEa inleveren. Daarin staat onder meer hoeveel NOx (en CO2) het bedrijf het voorgaande jaar heeft uitgestoten. Dit verslag moet de goedkeuring hebben van een externe verificateur, te vergelijken met een accountant. Deze verificateur gaat na of de cijfers in het emissieverslag bepaald zijn op de manier die staat beschreven in het monitoringsprotocol. Vanaf 1 april heeft het bedrijf dan nog een maand de tijd om zonodig emissierechten bij te kopen, of desgewenst te verkopen. Op 1 mei, het zogenaamde vereffeningsmoment, kijkt de NEa of het bedrijf voldoende rechten heeft om de emissies van het afgelopen jaar te dekken. Komt het bedrijf tekort, dan krijgt het een boete en wordt het tekort afgetrokken van de rechten in het nieuwe jaar. Ongeveer 250 bedrijven nemen verplicht deel aan de NOx-emissiehandel. Vrijwel alle bedrijven hebben op tijd hun zogenaamde monitoringsprotocol ingeleverd. In dit protocol staat hoe bedrijven hun emissies en brandstofverbruik meten en hoe zij die verwerken in hun rapportage. Het protocol moet aan allerlei eisen voldoen. Zonder een goedgekeurd protocol krijgen bedrijven van de NEa geen vergunning en mogen ze geen NOx uitstoten of emissierechten verhandelen.

Opt-outregeling
Voor kleine bedrijven geldt een opt-outregeling. Zij worden uitgezonderd van de emissiehandel, omdat ze anders onevenredig zwaar met administratie worden belast. Kleine procesinstallaties waren al uitgezonderd van de NOx-emissiehandel. Hier zijn onlangs de stookinstallaties (thermische verbrandingsinstallaties) aan toegevoegd met een vermogen van minder dan 30 Megawatt. Bijna 100 bedrijven hebben gevraagd of ze van de regeling gebruik kunnen maken. Medio mei had de helft hiervan een brief ontvangen, met een positieve toezegging. Een aantal bedrijven is geweigerd vanwege de grootte van hun installaties. Bedrijven hebben op het gebied van NOx nu met twee autoriteiten te maken: de NEa en de provincie of gemeente die de milieuvergunningen afgeeft en bewaakt. Daardoor bestaat de kans dat bijvoorbeeld de lokale overheid wel akkoord gaat met metingen en de rapportage daarover, maar de NEa niet. Volgens Allessie zal het zo’n vaart niet lopen. ‘De provincies en gemeenten kijken of de NOx-niveaus in overeenstemming zijn met de afspraken en vergunningen en wij houden toezicht op het naleven van het monitoringsprotocol en het leveren van gegevens over de emissies in het voorafgaande jaar, zeg maar de jaarvracht. Zowel voor de NEa als de lokale overheid moet een bedrijf de emissies meten. We proberen de meetverplichtingen op elkaar af te stemmen. Daarom kijkt ook het bevoegd gezag naar het monitoringsprotocol dat een bedrijf opstelt voor de NEa. Op die manier zorgen we ervoor dat beide systemen van meting en rapportage zo veel mogelijk met elkaar overeenkomen en dit zowel de goedkeuring van de NEa als van het bevoegd gezag kan wegdragen.’ ‘Ook combineren we onze bedrijfsbezoeken, zodat een bedrijf onze controleurs maar één keer over de vloer heeft. We doen dit voor NOx en CO2 samen. Grote bedrijven brengen we eens per jaar een bezoek, kleine eens in de drie jaar. Voor het toezicht hebben we bij de NEa een aantal controleurs in dienst, overeenkomend met 10 fte’s.’ De totaalcijfers uit het emissieverslag zijn openbaar. Een bedrijf kan vragen de getallen van de emissies op installatieen bronniveau vertrouwelijk te houden. Volgens Allessie blijven de cijfers op installatie- en op bronniveau in dat geval bij de NEa, omdat het als een zelfstandig bestuursorgaan functioneert. Ze worden niet doorgespeeld aan bijvoorbeeld VROM. De NEa blijft voorlopig onder de hoede van VROM. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de autoriteit per 1 januari 2006 een zelfstandig bestuursorgaan zou worden. Maar de Tweede Kamer heeft gevraagd daarmee te wachten tot na de evaluatie van de NOx-emissiehandel in 2006. Hiermee heeft staatssecretaris Van Geel ingestemd. Toch opereert de NEa onder leiding van Allessie als ware het al een zelfstandige organisatie. Allessie legt verantwoording over de NEa af, aan de staatssecretaris.