CO2-rechten niet gratis verkregen (FD 22/12)

AUKE LEEN

Geen consument gelooft meer in de slagzin 'het tweede pak is gratis'. Alleen kamerleden en minister Brinkhorst van Economische Zaken doen dat nog. Al gaat het hier om het omgekeerde. Zo blijkt uit de discussie over het doorberekenen van gratis verkregen CO2- emissierechten . De eerste - gratis - toegekende rechten, zo wordt gesteld, mogen niet maar de later bijgekochte rechten mogen wel worden doorberekend in de elektriciteitsprijs. Maar wat als elektriciteitsproducenten voor wie de gratis rechten geen prijs hebben de beoogde werking van verhandelbare rechten te niet doen?




voc_gross.jpg (35224 bytes)
VOC-aandeel: het oudste waardepapier
De overheid wil de CO2-uitstoot met 10 procent beperken. Niets is simpeler dan tegen producenten te zeggen: dit jaar mogen jullie ten opzichte van vorig jaar 90 procent uitstoten. Het doel wordt bereikt. Maar bereik je het ook zo goedkoop mogelijk? Bij de simpele regel gaan zowel bedrijven zuiveren voor welke het veel als die voor welke het weinig kost. Beter is als de laatste de hele zuiveringslast voor hun rekening nemen. De overheid zou die bedrijven kunnen aanwijzen. Maar heeft de overheid die kennis? Beter is het gebruik te maken van de kennis van de bedrijven zelf en ze een prikkel te geven die te benutten. Daarvoor zijn verhandelbare emissierechten in het leven geroepen ter grootte van de toegelaten CO2-uitstoot.

Wat zijn die gratis vervuilingsrechten waard? Stel, een bedrijf moet bij zuivering 25 euro per eenheid uitgeven. Een gratis verkregen recht om te mogen vervuilen is dan minimaal 25 euro waard. Immers, beschikt het niet over het recht dan moet het voor 25 euro zuiveren. Dat bedrag wil het er bij verkoop, wil het er op vooruitgaan, ook minimaal voor hebben. Een bedrijf, daarentegen, waar zuiveren 50 euro kost, wil voor een recht maximaal 50 euro betalen. Anders kan het net zo goed zelf zuiveren. Er is dus een prijs, zeg 30 euro, waar bij ruil beide er op vooruit gaan. Zuivering vindt daar plaats waar het zo goedkoop mogelijk kan gebeuren. Hieruit blijkt dat de zogenaamde woekerwinsten - verkregen door verkoop van gratis verkregen rechten - minder groot zijn dan ze lijken.

Maar waarom zijn producenten die gratis verkregen rechten niet in de prijs doorberekenen verkeerd bezig? Sjaak Swart, de stervoetballer van Ajax van weleer, begon na zijn voetbalcarrière een sigarenzaakje. Het leverde een goed belegde boterham op. Maar stel dat David Beckham, de sterspeler van Real Madrid van tegenwoordig, in dat sigarenzaakje gaat staan. Zegt iedereen dat hij verlies lijdt; kijk wat hij voetballend niet kan verdienen! Of beter, en daaruit ontstaat ook de maatschappelijke winst, de vreugde die hij alle voetbalfans geeft door te voetballen en geen sigaren te verkopen, is vele malen groter. Maar dan moet je de prikkel wel hebben om je door de natuur gratis gegeven gave te gelde te maken. Die winst moet wel een echte zijn: geen winst die door de maatschappij als zijnde een woekerwinst wordt wegbelast. Anders blijft Beckham sigaren verkopen. Zo leidt ook het niet doorberekenen van de gratis rechten door elektriciteitsmaatschappijen tot een minder groot maatschappelijk voordeel (meer vervuiling) dan nodig is.

Maar het blijft moeilijk. De econoom, en Nobelprijs winnaar Ronald Coase, die dit allemaal bedacht, had veel moeite om het idee geaccepteerd te krijgen. Toen Coase maar bleef beweren dat verhandelbare rechten de beste oplossing waren, vroeg een twintigtal collega's, waaronder enkele Nobelprijswinnaars, hem op een avond naar de universiteit van Chicago te komen om het uit te leggen. Voor Coase's uitleg was de verhouding twintig tegen en slechts Coase voor. Na zijn uitleg was iedereen om. Nu de kamerleden en Brinkhorst nog.

Dr A.R. Leen is econoom en verbonden aan de rechtenfaculteit Universiteit Leiden.


Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad