NOx-emissiehandel blijkt in de praktijk nog geen sinecure(8/12)[Chemiezine, 8/12] Op 7 december organiseerde de VNCI samen met de Vereniging van de Petroleum Industrie (VNPI) bij Shell Nederland Raffinaderij (Pernis) een bijeenkomst over de praktijk van NOx-emissiehandel. De Nederlandse Emissie Autoriteit (NEa) complimenteerde de aanwezigen met de geleverde prestatie om in zo korte tijd voor zowel NOx als CO2 te voldoen aan het monitoring protocol. NEa-directeur Marc Allessie wees de aanwezigen daarna wel op het strenge maar rechtvaardige regime dat de NEa begin 2006 zal hanteren bij het beoordelen van de emissiejaarverslagen. Zo benadrukte hij dat op 30 april 2006 stipt om 23.59 uur het register sluit. Alle transacties moeten dan gedaan zijn. Allessie wees ook op de noodzaak vroegtijdig een verificateur in te huren om het verslag met geverifieerde cijfers op tijd te kunnen inleveren. Bedrijven die niet tijdig voldoen aan de verplichtingen kunnen van de NEa een bestuurlijke boete verwachten, in 2006 nog 1 /kg maar daarna oplopend naar 4 /kg. Arend Smit van Emissiebeurs legde de aanwezigen uit hoe transacties in de NOx-handel tot stand komen, wat NOx-prijzen zijn en welke dienstverlening Emissiebeurs daarbij aan haar leden levert. Hij constateerde dat 2005 vooral een jaar met een kopersmarkt is geweest, waarin de prijs gemiddeld 0,82 /kg is geweest binnen een bandbreedte van 0.70 en 1 /kg. De prijzen op termijn hangen in belangrijke mate af van wat de kolencentrales in Nederland gaan doen op het gebied van NOx-uitstoot. Stefan Ehrenreich van Shell gaf uitleg over de complexiteit van het monitoring protocol op een complexe site als Shell Pernis en de inspanningen die dat zelfs een bedrijf als Shell kost om aan alle verplichtingen te voldoen. Dit bleek ook uit de presentatie van Sam van den Broeck van Yara Sluiskil. Dat roept de vraag op of we niet helemaal overboord zijn gegaan met het Nederlandse systeem van NOx-emissiehandel en of het doel de middelen heiligt. Bij CO2 moet worden voldaan aan Europese eisen en is er minder vrijheid, maar bij NOx had de Nederlandse overheid wel zelf in de hand hoe het systeem werd ingevoerd. Uit de presentaties bleek welke enorme inspanning een bedrijf moet leveren om op microniveau een bijdrage te leveren aan het nationale emissieplafond voor NOx van 260 kiloton per jaar. De inspanning die geleverd moet worden om CO2-emissies te bepalen, is vele malen eenvoudiger en kost dus minder tijd en geld dan om de emissies van NOx te bepalen. Echter, het speelveld van CO2-emissiehandel is vele malen groter dan van NOx-emissiehandel. Ook nu weer moet men zich afvragen of de verhouding inspanningen - milieuwinst wel correct is. Meer informatie: Hans Veenenbos (VNCI), veenenbos@vnci.nl. |
![]() |
|