Twist in kabinet over nieuwe centraleKAREL BECKMAN Er moeten snel nieuwe elektriciteitscentrales worden bijgebouwd om in de toekomst stroomtekorten te voorkomen. Maar wat voor centrales? En wie gaat daar eigenlijk over? EZ en Vrom zitten niet op één lijn ENERGIECENTRALES AMSTERDAM - Maus van Loon, directeur van Electrabel Nederland, is 'not amused'. Hij ergert zich groen en geel aan politici die op de stoel van de ondernemer willen gaan zitten. Die willen voorschrijven wat voor soort nieuwe stroomproductiecapaciteit in Nederland moet worden gebouwd. Van Loon weet waarover hij spreekt. Hij was in het verleden directeur van de SEP, het consortium van regionale elektriciteitsbedrijven dat vroeger in samenspraak met Den Haag het Elektriciteitsplan samenstelde. Daarin werd eens in de zoveel tijd vastgelegd hoeveel en wat voor soort centrales er bij moesten komen in Nederland. |
Wordt het poederkool of kolenvergassing met CO2-opslag? |
|
| Deze vorm van
centrale planning leidde in de jaren negentig tot forse overcapaciteit. Die is de
afgelopen jaren, in de inmiddels geprivatiseerde en geliberaliseerde markt, geleidelijk
verdwenen, doordat er nauwelijks is geïnvesteerd in nieuwbouw. Op dit moment is zelfs
weer een omslagpunt bereikt. Er moeten een paar grote nieuwe centrales bij komen, anders
kampen we over een paar jaar met stroomtekorten. De vraag is wat voor centrales. En wie dat beslist. Er zijn in theorie drie opties. Aardgas als brandstof is relatief schoon en flexibel inzetbaar. Maar aardgas wordt steeds duurder en Nederland staat al vol met aardgascentrales. Kerncentrales zijn een optie, maar kernenergie wekt nog steeds veel weerstand op. Bedrijven blijven daardoor huiverig om hierin te investeren. Blijft over: steenkool. Minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken pleitte in zijn Energierapport vorig jaar al voor de komst van nieuwe kolencentrales. Het grote nadeel van een kolencentrale is dat hij veel van het broeikasgas CO2 (kooldioxide) uitstoot. Brinkhorst verbindt aan nieuwe kolencentrales daarom de voorwaarde dat ze 'op termijn' (wellicht over een jaar of tien, zo staat in het rapport) 'CO2-neutraal' moeten zijn. Dat wil zeggen dat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van de steenkool dan wordt afgevangen en opgeslagen. Maar staatssecretaris Pieter van Geel van Milieu heeft meer haast. Als voorvechter van het milieu en pleitbezorger van een ambitieus klimaatbeleid, heeft hij grote moeite met de komst van een nieuwe kolencentrale. Hij heeft meerdere malen gezegd dat wat hem betreft nu al CO2-neutraal moet worden gebouwd. Het liefst zou hij zien dat er een kerncentrale zou worden gebouwd, die geen CO2 uitstoot, maar als dat er niet in zit, moet het maar een kolenvergassingscentrale worden. Kolenvergassing is een door Shell ontwikkelde technologie die door Nuon al op kleine schaal wordt toegepast in Buggenum, waarbij kolen wordt omgezet in gas voor het wordt verbrand in de centrale. Kolenvergassing leidt tot minder uitstoot van fijn stof, NOx (stikstofoxiden) en SO2 (zwaveldioxide) en biedt meer mogelijkheden voor het afvangen van CO2', benadrukt Van Geels woordvoerder. Daarmee kiest de CDA-staatssecretaris onomwonden voor de centrale die Electrabel-rivaal Nuon wil bouwen op de Maasvlakte. Tot grote ergernis uiteraard van Electrabel. Directeur Maus van Loon bestrijdt de milieu-argumenten van Van Geel. Volgens Van Loon stoot een moderne 'ultrasuperkritische' poederkoolcentrale evenveel of minder NO2x, fijnstof en SO2 uit dan een kolenvergassingscentrale. Op CO2-gebied scoort poederkool ook beter, zegt Van Loon. En een poederkoolcentrale is betrouwbaarder. Van Loon twijfelt dan ook niet meer aan wat Electrabel in Rotterdam wil bouwen. 'Voor ons is de modernste poederkoolcentrale de beste keuze.' Of Electrabels voorkeur voor poederkool terecht is, is niet duidelijk. De experts verschillen hierover van mening (zie inzet). Maar wat Van Loon vooral stoort is dat Van Geel op de stoel van de ondernemer wil gaan zitten. 'Er ontstaat nu een sfeer van, we moeten kolenvergassing hebben. Dat vind ik vreemd. De overheid moet zich beperken tot het stellen van randvoorwaarden. Bedrijven moeten zelf de risico's kunnen afwegen van de keuze die zij maken.' Van Loon ziet ook met lede ogen aan dat de Task Force Energietransitie, een adviesorgaan van de overheid onder voorzitterschap van Rein Willems, directeur van Shell Nederland, nu een commissie wil opzetten om 'advies' uit te brengen over wat voor nieuwe capaciteit er moet komen in Nederland. 'Dat zit ons dwars', zegt Van Loon. 'Dit gaat een pad op dat niet meer spoort met marktvorming. Straks komt er weer een ouderwets Elektriciteitsplan.' Willems zelf heeft overigens zijn voorkeur laten doorschemeren voor kernenergie. De moeilijkheid voor Electrabel is dat het bedrijf al lang geleden zijn zinnen heeft gezet op hetzelfde terrein als waar Nuon ook wil bouwen: naast het kolenoverslagbedrijf EMO op de Maasvlakte. Dat is de ideale plek, omdat nergens anders in Nederland zulke goede mogelijkheden zijn voor de aanvoer en overslag van kolen, zegt Van Loon. Hij praat met eigenaar EMO over de huur van het terrein en 'hoopt er nu snel uit te zijn'. Of dat optimisme gerechtvaardigd is, staat nog te bezien. EMO-directeur Dick van Doorn zegt dat hij 'nog niet weet' wanneer hij een beslissing neemt. Hij is behalve met Electrabel en Nuon nog met twee andere gegadigden in gesprek. 'Voor ons gelden primair commerciële overwegingen', zegt Van Doorn. 'Maar er zijn ook andere factoren in het spel.' Welke die factoren zijn en hoe zwaar die meewegen, wil Van Doorn niet zeggen. Duidelijk is dat de politiek druk uitoefent op EMO om met Nuon in zee te gaan. De Zuid-Hollandse milieugedeputeerde Erik van Heijningen sprak in deze krant eerder al zijn voorkeur uit voor de Nuon-centrale. 'Welk politiek belang kan hiermee gemoeid zijn?' vraagt Van Loon zich af. Hij wijst erop dat Van Heijningen, die voorzitter is van de vergunningverlener, de Milieudienst Rijnmond, 'blijkbaar zijn keuze al heeft bepaald voordat de milieueffectrapportage van de Nuon-centrale is afgerond.' Nieuwe studie Paul Feron, die bij TNO al 15 jaar onderzoek doet naar het afvangen en opslaan van CO2, komt binnenkort met een nieuwe studie waarin het milieurendement en de efficiency van verschillende elektriciteitsproductiemethoden met elkaar worden vergeleken. Volgens Feron is vooral de efficiency (het energetisch rendement) van de centrale van doorslaggevend belang. 'Als je CO2 afvangt, gaat de efficiency omlaag. Met andere woorden, je moet meer kolen verstoken voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Hoe hoger de efficiency, hoe hoger de CO2-uitstoot die je vermijdt en des te lager de andere emissies.' Volgens Feron ontlopen de twee opties elkaar niet veel. Hij ziet voor poederkoolcentrales zelfs wat meer ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst op het gebied van CO2-afvang dan voor kolenvergassing. Bert Metz, klimaatdeskundige van het Milieu- en Natuurplanbureau, die nauw betrokken was bij een belangrijk VN-rapport over CO2-afvang, ziet daarentegen meer voordelen in kolenvergassing. 'Volgens ons onderzoek kost CO2-afvang bij een kolenvergassingscentrale minder energie dan bij een poederkoolcentrale, waardoor de kosten van elektriciteit lager uitvallen.' Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad |
||