Publicatiedatum: 17/5/2004
Met enige regelmaat bericht Het Financieele Dagblad (zie 24 april en 5 mei) dat onderzoeken uitwijzen dat de aanstaande handel in CO2-emissierechten zal leiden tot aanzienlijke prijsstijgingen van elektriciteit. Dit soort prijsstijgingen behoort tot de gewenste effecten van het mechanisme van emissiehandel. De doelstelling van het in 1997 opgestelde Kyoto-protocol is het bewerkstelligen van een reductie van broeikasgassen, waaronder CO2. Er is daarbij gekozen om marktwerking te gebruiken als gedragssturend mechanisme. Concreet betekent dit een combinatie van absolute emissieplafonds en handel. Bedrijven worden op grond van het Kyoto-protocol gebonden aan emissieplafonds. Stoten zij minder uit, dan hebben ze een overschot dat verkocht kan worden. Stoten zij meer uit, dan kunnen ze maatregelen nemen om de uitstoot te beperken of emissierechten te kopen. Het niet voldoen aan dit mechanisme resulteert in hoge boetes per ton te veel uitgestoten CO2. Dit betekent dat CO2-ruimte een schaars goed is geworden, dat een prijs heeft.
Doordat op deze wijze de emissies 'gemonetariseerd' worden, ontstaat een nieuwe dimensie waarop geconcurreerd kan worden. Immers, bedrijven die CO2-ruimte overhebben kunnen tegen een lagere kostprijs produceren. Bedrijven die CO2-ruimte te kort komen, moeten hun emissies reduceren door te investeren of moeten emissierechten inkopen. Zij zullen hun hogere kostprijs aan hun klanten doorberekenen. Hun verslechterde concurrentiepositie zal ze echter dwingen om door innovatie en investeringen te komen tot lagere emissiekosten.
In het geval van elektriciteitopwekking zal dit effect leiden tot een verschuiving van relatief CO2-rijke productie met kolencentrales, naar schonere opwek met bijvoorbeeld aardgas, biomassa of windmolens. Een cruciale randvoorwaarde om dit mechanisme ook daadwerkelijk te laten werken is dat er voldoende concurrentie bestaat op de elektriciteitsproductiemarkt. Maar het is niet gegarandeerd dat die concurrentie ook daadwerkelijk ontstaat. Dit leidt dan vervolgens tot prijsstijgingen , maar tevens tot het uitblijven van de noodzakelijke innovatie en investeringen om tot een schonere elektriciteitsproductie te komen.
Saskia de Rooij, Theo Fens en Jacob Rookmaker, consultants bij Capgemini, Utrecht
Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad