Raad van State laat gewijzigd
toewijzingsbesluit CO2- emissierechten in stand [9-9-2005]
De Raad van State heeft in een einduitspraak van 9
september de beroepen tegen het gewijzigde toewijzingsbesluit van
broeikasgasemissierechten, de CO2-emissierechten, aan bedrijven in de zware industrie en
elektriciteitsbedrijven afgewezen. De Afdeling oordeelt dat de methode die de
staatssecretaris van VROM en de minister van EZ ten grondslag hebben gelegd aan het
toewijzingsplan in overeenstemming is met het Europese recht. Gevolg van deze uitspraak is
dat nu per bedrijf vaststaat over welke hoeveelheid C02-emissierechten het beschikt in de
periode 2005 tot en met 2007.
De toewijzing van de C02-emissierechten is onder meer gebaseerd op de gemiddelde emissie
van de bedrijven in de referentiejaren 2001 en 2002. Een aantal bedrijven
had bezwaar tegen deze regeling omdat er onvoldoende rekening zou zijn gehouden met hun
bijzondere omstandigheden in die jaren, zoals groot onderhoud en calamiteiten. De Afdeling
oordeelt dat de staatssecretaris en de minister als hoofdregel de jaren 2001 en 2002 als
referentiejaren hebben kunnen nemen. Per bedrijf is gemotiveerd aangegeven waarom deze
niet hebben aangetoond dat de regeling over de bijzondere omstandigheden niet goed zou
zijn toegepast.
Bij de toewijzing is ook gekeken naar "nieuwkomers". Dat zijn
bedrijven die hun activiteiten zijn begonnen of hebben uitgebreid na de referentieperiode
van 2001-2002. In het toewijzingsbesluit is voor "bekende" nieuwkomers een
hoeveelheid CO2-emissierechten gereserveerd. Voor "onbekende" nieuwkomers, dat
zijn nu nog onbekende (uitbreidingen van) bedrijven, geldt dat zij zolang de voorraad
strekt een beroep kunnen doen op een depot. De Afdeling oordeelt dat die regeling in
overeenstemming is met het wettelijk stelsel.
De staatssecretaris van VROM en de minister van EZ hebben
in oktober 2004 een toewijzingsbesluit genomen waarin voor de periode van 2005 tot en met
2007 per bedrijf de hoeveelheid CO2-emissierechten is bepaald. Het toewijzingsbesluit
houdt verband met het Kyoto-protocol. Tegen dat besluit hebben ruim 40 bedrijven - waaronder Corus, Heineken, de Gasunie, Nuon en Essent
- beroep ingesteld. Zij waren het om verschillende redenen niet eens met deze
toewijzing. |

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in een
tussenuitspraak van 8 april 2005 een 15-tal beroepen gegrond verklaard (zie hier), waarna de staatssecretaris en de minister het toewijzingsbesluit
hebben gewijzigd. Hierbij is VROM een aantal bedrijven tegemoet gekomen en heeft hen
meer emissierechten toegekend.
De partijen voor wie de gunstige wijziging van
toepassing was, hebben hun klacht ingetrokken. Dat geldt voor bijvoorbeeld Electrabel
Nederland (centrale Harculo en de Flevocentrale), Essent (Amer 7-centrale), Yara Sluiskil
(centrale Zepower) Air Liquide (HYCO 3-installatie Bergen op Zoom), Lyondell
Chemie en een aantal klachten van Nuon.
En verder Heineken, Gasunie, Pechiney Nederland en academische ziekenhuizen in
Groningen en Utrecht.
De bedrijven hebben daarop gereageerd op de
wijziging, en de Afdeling heeft nu een einduitspraak heeft gedaan. De Afdeling is van
oordeel dat met het gewijzigd toewijzingsbesluit is tegemoetgekomen aan de in de
tussenuitspraak gesignaleerde gebreken. De andere klachten zijn door de Raad
niet-ontvankelijk of niet-gegrond verklaard. Zo is bijvoorbeeld de klacht die Energiened
had ingediend niet ontvankelijk, omdat Energiened geen belanghebbende is. Ook Corus, DSM
en aardappelverwerker Aviko hadden geen succes bij het aanvechten van de hen toegewezen
CO2-rechten. |
|
Raad van State: VROM had zorgvuldiger
Allocatiebesluiten moeten nemen; 15 beroepen gegrond (8/4)
De Raad van State heeft een tussenuitspraak gedaan in een
veertigtal beroepen van bedrijven tegen hun Allocatiebesluiten (persbericht). VROM
moet binnen 10 weken voor een vijfiental bedrijven een ander besluit nemen. Vrom moet dat
zorgvuldiger en gemotiveerder doen. Het betekent niet dat in alle gevallen extra rechten
worden gegeven.
Voor 25 anderen, w.o. Corus, DSM en Aviko,
heeft de Raad het beroep ongegrond verklaard. Woordvoerder Gerbrant Corbee van Corus
Nederland zegt nog geen commentaar te kunnen geven. 'We bestuderen de uitspraak'
(Belegger.nl).
DSM topman Van Daalen zei al eerder tijdens de aandeelhouders- vergadering "dat
de handel in emissierechten DSM dit jaar 5 miljoen tot 15 miljoen op zal leveren"
(IEX).
De Raad vond dat VROM te weinig naar de praktijk van
bedrijven had gekeken en daarbij onzorgvuldig was geweest. Een aantal oordelen van de
Raad:
- In een aantal gevallen heeft VROM geen of onvoldoende
rekening is gehouden met bijzondere omstandigheden bij het vaststellen van de
CO2-emissierechten (problemen in basisjaar 2001/2002): Nuon, Yara, Electrabel,
Gasunie;
- VROM en EZ hebben onvoldoende gemotiveerd waarom zij een
aantal bestaande bedrijven als onbekende nieuwkomers hebben aangemerkt; hier moet VROM
alsnog emissierechten voor reserveren: Heineken, Yara (Zepower), Electrabel,
Essent, Lyondell;
- het efficiency niveau was niet goed meegenomen (zgn.
'beta-factor', kan 1, 1,1 of 0,8 zijn etc.): Air Liquide, AMC's.
Gezamenlijke bedrijven zullen door beroep
emissierechten moeten in leveren
VROM zal eerst het reserve-potje emissierechten voor claims aanspreken (2,5 Mton). Als dat
op is, zal bij álle bedrijven het resterende, benodigde aantal emissierechten van af
gehaald worden. We nemen aan dat met deze uitspraak -positief of negatief- meer zekerheid
en duidelijkheid bij m.n. de grootste bedrijven is gekomen over emissiehandel.
Een tussenuitspraak is een nieuw instrument in de Wet
milieubeheer. Hiermee is beoogd het bestuursorgaan een herstelmogelijkheid te geven,
voordat een einduitspraak volgt. De staatssecretaris van VROM en de minister van EZ moeten
binnen tien weken na de tussenuitspraak het toewijzingsbesluit wijzigen met inachtneming
van de tussenuitspraak. Dat zou DSM en Corus aanknopingspunten kunnen bieden om hun hoger
beroep alsnog te winnen. Maar die "kans is zeer gering," zegt
woordvoerder Pieter-Bas Beekman van de Raad van State (DFT)
.
- Klachten bedrijfsleven over CO2-uitstoot ingewilligd (FD 9/4): zie hieronder:
ANP
DEN HAAG - Een groot aantal concerns, waaronder Heineken, Pechiney en de Gasunie
plus elektriciteitsbedrijven als Nuon en Essent, heeft vrijdag in een tussenuitspraak van
de Raad van State gelijk gekregen in de zaak die zij hadden aangespannen over de handel in
broeikasgassen.
Ongeveer veertig bedrijven hadden bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechtbank,
geklaagd dat zij te weinig emissierechten voor kooldioxide
(CO2), het belangrijkste broeikasgas, hadden gekregen. Staatssecretaris Van Geel (Milieu)
en minister Brinkhorst (Economische Zaken) moeten nu binnen tien weken een nieuwe
beslissing nemen, waarin zij het oordeel van de Raad van State moeten verwerken. In
september doet de Raad dan een definitieve uitspraak.
Bij emissiehandel draait het om de hoeveelheid CO2 die bedrijven in de periode 2005-2007
mogen uitstoten. Dat mechanisme maakt deel uit van de Kyoto-klimaatafspraken, en is sinds
februari overal in de Europese Unie van kracht.
De toewijzing van de emissierechten was vooral gebaseerd op de
gemiddelde emissie van de jaren 2001 en 2002. Alleen bij bijzondere omstandigheden (zoals
groot onderhoud of een calamiteit) kon ervan worden afgeweken. Volgens de raad is daarmee
in een aantal gevallen 'ten onrechte geen of onvoldoende rekening gehouden'. Het betrokken
bestuursorgaan, in dit geval Vrom en EZ, krijgt een herstelmogelijkheid, voordat een
einduitspraak volgt. Copyright (c)
2005 Het Financieele Dagblad |
Raad van State:
VROM had zorgvuldiger Allocatiebesluiten moeten nemen; 15 beroepen gegrond (8/4)
De Raad van State heeft een tussenuitspraak gedaan in een
veertigtal beroepen van bedrijven tegen hun Allocatiebesluiten (persbericht). VROM
moet binnen 10 weken voor een vijfiental bedrijven een ander besluit nemen. Vrom moet dat
zorgvuldiger en gemotiveerder doen. Het betekent niet dat in alle gevallen extra rechten
worden gegeven.
Voor 25 anderen, w.o. Corus, DSM en Aviko,
heeft de Raad het beroep ongegrond verklaard. Woordvoerder Gerbrant Corbee van Corus
Nederland zegt nog geen commentaar te kunnen geven. 'We bestuderen de uitspraak'
(Belegger.nl).
DSM topman Van Daalen zei al eerder tijdens de aandeelhouders- vergadering "dat
de handel in emissierechten DSM dit jaar 5 miljoen tot 15 miljoen op zal leveren"
(IEX).
De Raad vond dat VROM te weinig naar de praktijk van
bedrijven had gekeken en daarbij onzorgvuldig was geweest. Een aantal oordelen van de
Raad:
- In een aantal gevallen heeft VROM geen of onvoldoende
rekening is gehouden met bijzondere omstandigheden bij het vaststellen van de
CO2-emissierechten (problemen in basisjaar 2001/2002): Nuon, Yara, Electrabel,
Gasunie;
- VROM en EZ hebben onvoldoende gemotiveerd waarom zij een
aantal bestaande bedrijven als onbekende nieuwkomers hebben aangemerkt; hier moet VROM
alsnog emissierechten voor reserveren: Heineken, Yara (Zepower), Electrabel,
Essent, Lyondell;
- het efficiency niveau was niet goed meegenomen (zgn.
'beta-factor', kan 1, 1,1 of 0,8 zijn etc.): Air Liquide, AMC's.
Gezamenlijke bedrijven zullen door beroep
emissierechten moeten in leveren
VROM zal eerst het reserve-potje emissierechten voor claims aanspreken (2,5 Mton). Als dat
op is, zal bij álle bedrijven het resterende, benodigde aantal emissierechten van af
gehaald worden. We nemen aan dat met deze uitspraak -positief of negatief- meer zekerheid
en duidelijkheid bij m.n. de grootste bedrijven is gekomen over emissiehandel.
Een tussenuitspraak is een nieuw instrument in de Wet
milieubeheer. Hiermee is beoogd het bestuursorgaan een herstelmogelijkheid te geven,
voordat een einduitspraak volgt. De staatssecretaris van VROM en de minister van EZ moeten
binnen tien weken na de tussenuitspraak het toewijzingsbesluit wijzigen met inachtneming
van de tussenuitspraak. Dat zou DSM en Corus aanknopingspunten kunnen bieden om hun hoger
beroep alsnog te winnen. Maar die "kans is zeer gering," zegt
woordvoerder Pieter-Bas Beekman van de Raad van State (DFT).

Reactie VROM: "Een tussenuitspraak van de Raad
van State over de toewijzing van emissierechten leidt volgens staatssecretaris Van Geel
(milieu) niet tot onoverkomenlijke problemen" (zie persbericht VROM 15/4)
Volgens Van Geel heeft de tussenuitspraak beperkte invloed. Aan het systeem van
toewijzing van rechten wordt niet getornd. Van Geel: 'voor het overgrote deel van de
bedrijven blijft de toewijzing in stand en gelukkig was er van tevoren al een reserve
aangelegd om te anticiperen op uitspraken van de Raad van State'.
Tot 16 juni hebben de bewindspersonen de gelegenheid om het
besluit aan te passen. In september wordt de einduitspraak van de Raad van State verwacht.
Ook Schiphol valt in principe onder het
systeem van emissiehandel. Omdat Schiphol echter niet voorkomt in het toewijzingsbesluit
en geen beroep had ingesteld, wordt nu samen met Schiphol naar een oplossing gezocht.
- Klachten bedrijfsleven over CO2-uitstoot ingewilligd (FD 9/4): zie hieronder:
ANP
DEN HAAG - Een groot aantal concerns, waaronder Heineken, Pechiney en de Gasunie
plus elektriciteitsbedrijven als Nuon en Essent, heeft vrijdag in een tussenuitspraak van
de Raad van State gelijk gekregen in de zaak die zij hadden aangespannen over de handel in
broeikasgassen.
Ongeveer veertig bedrijven hadden bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechtbank,
geklaagd dat zij te weinig emissierechten voor kooldioxide
(CO2), het belangrijkste broeikasgas, hadden gekregen. Staatssecretaris Van Geel (Milieu)
en minister Brinkhorst (Economische Zaken) moeten nu binnen tien weken een nieuwe
beslissing nemen, waarin zij het oordeel van de Raad van State moeten verwerken. In
september doet de Raad dan een definitieve uitspraak.
Bij emissiehandel draait het om de hoeveelheid CO2 die bedrijven in de periode 2005-2007
mogen uitstoten. Dat mechanisme maakt deel uit van de Kyoto-klimaatafspraken, en is sinds
februari overal in de Europese Unie van kracht.
De toewijzing van de emissierechten was vooral gebaseerd op de
gemiddelde emissie van de jaren 2001 en 2002. Alleen bij bijzondere omstandigheden (zoals
groot onderhoud of een calamiteit) kon ervan worden afgeweken. Volgens de raad is daarmee
in een aantal gevallen 'ten onrechte geen of onvoldoende rekening gehouden'. Het betrokken
bestuursorgaan, in dit geval Vrom en EZ, krijgt een herstelmogelijkheid, voordat een
einduitspraak volgt. Copyright (c)
2005 Het Financieele Dagblad |