Uitkomst Klimaattop Nairobi: bruikbaar resultaat en signalen voor de CO2-markt (23/11)

Ik sluit me niet aan bij de lijst van commentatoren, NGO’s en politici die over elkaar heen rollen in het diskwalificeren van de jaarlijkse internationale Klimaattop die dit jaar in Nairobi, Kenia plaats vond. Uitvoerend Secretaris van het Klimaatverdrag Secretariaat Yvo de Boer deed 2 weken lang zijn best de honderden journalisten voor te houden dat er op de conferentie geen belangrijke politieke beslissingen over emissie na 2012 genomen zouden worden. Hij deed uitvoering verslag van waar de vergaderingen dan wel over gingen en legde de werking van de markt van CO2-projecten uit. En hij wees op de oprichting van een Adaptatiefonds, bedoeld om ontwikkelingslanden te helpen bij maatregelen tegen klimaatrampen, dat dichterbij is gekomen. Dat fonds wordt gevuld met inkomsten van de CO2-markt. En Secretaris Generaal Kofi Anan heeft een plan aangekondigd om meer CO2-projecten in het arme Afrika te krijgen.

Natuurlijk is het frustrerend dat de besluitvorming over internationaal klimaatbeleid zo langzaam gaat en dat in het jaar dat Al Gore naar Europe kwam met zijn documentaire en voormalig Wereldbank-econoom Stern zijn rapport over economische gevolgen van klimaatverandering voorafgaand aan de Britse verkiezingen uitbracht.

nairobi 031.jpg (602508 bytes)
Stern zei immers dat het opvangen van gevolgen van klimaatverandering – adaptatie - vijfmaal duurder is dan het beperken van het probleem, zo’n 1% van het BNP. Het wordt inderdaad steeds duidelijker dat voorkomen - ook bij het klimaatprobleem - beter is dan genezen. Maar is te vroeg om te roepen om een mandaat voor onderhandelingen voor een post-Kyoto akkoord. Dat kon 10 jaar geleden, maar deze keer is het belangrijker eerst ideeën te ontwikkelingen en de deur open te laten voor afspraken. Mijns inziens is dat op deze conferentie ook gebeurd.

Als lid van Environmental Defense, een Amerikaanse marktgerichte milieuorganisatie woonde ik begin november de eerste week van de conferentie bij. Ik meen dat de resultaten van de conferentie bruikbaar zijn en een signaal voor de CO2-markt inhouden. Op de vorige klimaattop in december 2005 in Montreal, Canada was al besloten dat er ook na 2012 – na de Kyoto-periode – een CO2-markt moet zijn. Voor het eerst werd er op een klimaatconferentie zo veel aandacht de CO2-markt besteed. Regeringen beseffen terdege dat de beslissingen die zij maken voorwaarden scheppen voor die klimaatmarkt:  hoe schaars worden.

Zo voorspelde het Klimaatverdragssecretariaat dat er een 100 miljard dollar aan ‘groene investering’ nodig is in het zuiden als landen als hun emissies op termijn drastisch willen beperken. Op dit moment is er voor 1,5 miljard in de pijplijn (CDM-projecten). Dat betreft vooral in China en India. Pointcarbon melde deze week dat de Europese CO2-markt de grens van 1 miljard heeft overschreden: er is anderhalve maand voor het eind van 2006 al 1 miljard ton aan emissierechten verhandeld, met een marktwaarde van 18 miljard euro.

Ook de Europese Commissie beseft dat schaarste essentieel is voor klimaatbeleid en voor de CO2-markt. Ze nodigde eerder aan de ingediende Allocatieplannen voor de periode 2008-2012 te zullen inkorten; eind november wordt een besluit verwacht. Analisten verwachten dat er zo’n 10% van af moet om voldoende schaarste – en dus een prijs – voor emissierechten te kunnen garanderen. Duitsland zal zo’n 17 miljoen ton per jaar in moeten leveren. Ook wat Nederland betreft verwacht ik een korting; met name de reserve voor nieuwe centrales (30Mton voor de hele periode) kan veel lager. De Europese Commissie heeft verder aangegeven dat er volgend jaar voorstellen komen voor uitbreiding van Europese emissiehandel met N2O, methaan, luchtvaart: een uitbreidende CO2-markt dus. En men wil meer gebruik van veiling, koppeling met systemen in andere landen, langere budget-periodes en meer harmonisatie in de regelgeving. Bedrijven en handelaren roepen ondertussen om duidelijker lange termijn signalen.

Mijns inziens heeft de klimaattop een aantal bruikbare signalen afgegeven:

-    De Werkgroep die praat over afspraken voor industrielanden na 2012 komt in mei 2007 weer bij elkaar en heeft onderstreept dat de emissies voor langere termijn onder de huidige moeten blijven (“maintain their overall emissions on a declining trend beyond 2012, through domestic and international efforts”) en dat er geen gat tussen Kyoto en de volgende periode mag komen. Volgens het Kyoto Protocol zou dat gat in 2007 gedicht moeten zijn. Maar door de vertraging de afgelopen jaren en de politieke situatie in de VS, is een afspraak in 2008 of 2009 ook nog tijdig genoeg. En volgend jaar komt het Vierde Klimaatrapport uit van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat meer duidelijkheid zal geven over de benodigde ambitie van het klimaatbeleid. Dus op de volgende Klimaattop die december 2007 plaatsvindt in Indonesië kan gesproken zal worden over een mandaat voor onderhandelingen voor na 2012.

-    Rusland heeft een voorstel op tafel gelegd om te werken aan mogelijkheden voor ontwikkelingslanden om op vrijwillige basisemissie-afspraken op zich te nemen. Er was twijfel op de top over de bedoelingen van Rusland, maar men beseft ook dat het Poetin zelf is die heeft gepleit voor een vervolg op Kyoto. En het is de ratificatie van Rusland die het Kyoto Protocol in werking deed treden. De deelname van grote ontwikkelingslanden is belangrijk om de VS aan boord te krijgen. Maar ook Europese bedrijven zien graag CO2-afspraken voor op de markt concurrerende ontwikkelingslanden. Dat voorstel, niet in dank ontvangen door de groep ontwikkelingslanden, wordt in mei 2007 verder besproken. Het is bekend dat landen als Zuid Korea, Mexico, Argentinië, en Zuid-Afrika overwegen nationale of sectorale emissieplafonds op zich te willen nemen en het is belangrijk te praten op wat voor manier dat kan.

-    Dan zijn er twee landen toegelaten tot het Klimaatverdrag en het Kyoto Protocol: Kazachstan en Belarus. Op zich hebben deze landen – net als de andere Kyoto-partijen overigens - geen drastische emissiereducties op zich genomen. Maar het is belangrijk dat er ervaring komt met hoe landen emissieverplichtingen op zich nemen.

-    Er komt in 2007 ook een workshop over hoe het voorkomen van tropische ontbossing kan worden gecompenseerd. Er is een groep van 10 ontwikkelingslanden met tropisch woud, w.o. Papoea Nieuw Guinee en Costa Rica, dat vrijwillig de voortgaande ontbossing wil beperken als daar een compensatie tegenover staat. Deze ontbossing draagt 20% bij aan het klimaatprobleem. Op de conferentie gaf ook Brazilië aan compensatie voor het laten staan van bos interessant te vinden. De discussie gaat volgend jaar over de kosten en nauwkeurigheid van meting van ontbossing en over de vraag of compensatie via de CO2-markt, een fonds of een andere manier geregeld moet worden. Ook is duidelijk dat men al in 2008 wil beginnen en niet wil wachten tot na Kyoto. Ook het betrekken van ontbossing is belangrijk voor de VS, omdat het aandacht geeft aan de rol van landgebruik en landbouw in het algemeen.

-    De Conferentie heeft geen toestemming gegeven om CO2-opslag-projecten in ontwikkelingslanden via het CDM betaald te krijgen. Interessant is dat juist de OPEC-landen en China daar om pleiten. En de EU is geneigd om dit hen ook te gunnen, in de hoop dat ze alsnog mee willen werken aan afspraken voor de toekomst. Maar om de langdurige CO2-opslagprojecten via het CDM te kunnen crediteren is wel vereist dat CDM een lang leven beschoren is. De terughoudendheid van de conferentie betrof de onzekerheid m.b.t. de technologie en de langdurige aansprakelijkheid voor de projecten als die in een ontwikkelingsland plaats vinden. Ik ben erg blij met die terughoudendheid. Het geeft ons een kans na te denken over hoe we met het CDM om moeten gaat. Immers, CO2-opslag-projecten duren wel 30 jaar, en als China en India dat via het CDM betaald krijgen zullen ze voor zeer lange periode niet geneigd zijn emissieverplichtingen voor de energie-sector op zich te nemen.

Toegegeven, er is nog geen zicht op HOE de afspraken over klimaatbeleid na 2012 (post-Kyoto) er uit zien. Maar wel waren er signalen dat voor langere termijn een CO2-markt blijft bestaan met scherper emissie-verplichtingen. En er ontstaan elementen die later in een politiek akkoord bij elkaar genomen kunnen worden. Bovendien is er voor bedrijven de mogelijkheid emissiecredits na 2012 mee te nemen voor de volgende periode (‘banking’). Dus mochten de verplichtingen lager uitvallen, dan behouden de inspanningen van bedrijven hun waarde.

Jos Cozijnsen
jc@emissierechten.nl