Veel [kleinere] bedrijven ontsnappen aan emissiehandel EU [FD, 26 mei]Han Dirk Hekking, Brussel Nederland krijgt veel steun van andere EU-lidstaten voor zijn voorstel kleinere ondernemingen uit het Europese emissiehandelsysteem (ETS) te houden. Een poging om grote, veel energieverbruikende bedrijven, te helpen lijkt daarentegen te stranden. Dat blijkt uit een inventarisatie van de standpunten van de EU-lidstaten in de lopende discussie over de aanpassingen van het ETS. Volgende week praten de Europese ministers van milieu over de stand van zaken in het debat over veranderingen in het emissiehandelsysteem, die in 2013 zouden ingaan. De Europese Commissie stelde in januari van dit jaar voor bedrijven met een jaarlijkse maximumuitstoot van broeikasgas (CO2) van 10.000 ton buiten de emissiehandel te houden. Zij zouden op een andere manier moeten bijdragen aan de EU-pogingen de uitstoot van broeikasgassen te reduceren, bijvoorbeeld via een CO2-heffing. De grens van 10.000 ton leidde tot irritatie bij Nederland, dat tot 2008 bedrijven met een uitstoot tot 25.000 ton vrijstelde van deelname aan het ETS. Het gaat om een kleine tweehonderd bedrijven en instellingen. In de onderhandelingen met de andere EU-lidstaten, heeft Nederland vastgehouden aan de ondergrens van een jaarlijks emissie van 25.000 ton CO2. In ieder geval Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Roemenië, Hongarije, Portugal en Polen blijken deze lijn te steunen. Zo'n 57% van de 10.800 bedrijven die nu deelnemen aan het ETS, stoot minder dan 25.000 ton per jaar uit. De gecombineerde emissie van deze ondernemingen komt neer op 5% van de Europese totaalscore. Het hanteren van een ondergrens van 25.000 ton zou volgens onderzoek van de Europese Commissie de bedrijven jaarlijks ruim euro 90 mln aan administratieve lasten en kosten schelen. Niet deelnemen aan het ETS, en bijvoorbeeld een CO2-heffing betalen, betekent volgens analisten daarnaast dat bedrijven voorspelbaardere kosten voor CO2-uitstoot krijgen. De prijs van emissierechten fluctueert immers. Brussel heeft eerder wel aangetekend dat een broeikasheffing een lastig te ontwerpen instrument is. Als alternatief voor een algemene CO2-heffing heeft Nederland geopperd kleinere uitstoters samen te laten werken in een 'sectorsysteem'. Zij nemen in zo'n samenwerkingsverband dan wel de verplichting op zich om hun emissie van broeikasgas te drukken, maar hoeven niet individueel de markt voor emissierechten op. Den Haag denkt bij zo'n 'sectorsysteem' bijvoorbeeld aan de Nederlandse glastuinbouw. Die beslaat 10.000 bedrijven, die jaarlijks gezamenlijk 6,5 megaton kooldioxide uitstoten. Een Nederlands plan om industriële bedrijven die veel energie verbruiken tegemoet te komen, blijkt tot op heden betrekkelijk kansloos. Den Haag heeft de EU-lidstaten voorgesteld grote energieverbruikers in de industrie extra rechten voor de uitstoot van broeikasgas te geven, zodat zij hogere energiekosten door de emissiehandel kunnen opvangen. De stroomprijs zal naar verwachting stijgen, omdat energieproducenten vanaf 2013 voor 100% rechten voor de uitstoot van broeikasgas moeten kopen. Ze berekenen die rechten door in hun prijzen. Hierdoor krijgen energie-intensieve bedrijven twee keer een rekening voor de emissiehandel, zo vindt de Nederlandse redenering. Eentje voor hun eigen emissies, en een indirecte voor de uitstoot van stroomproducenten. |
|