Veilen verbetert emissiehandel niet [FD 4/2]

zie ook: Voors en tegen van het veilen van emissierechten [Ref.Dagblad, 25/1]


Edwin Woerdman

'Windfall profits' van elektriciteitsbedrijven zijn geen economisch, maar een politiek probleem

Veilen maakt de emissiehandel niet effectiever of efficiënter, maar verandert wel tussentijds de regels van het spel. Nu krijgen grote bedrijven die CO2 uitstoten hun emissierechten nog gratis. Maar de Europese Commissie wil die rechten vanaf 2013 volledig gaan veilen aan elektriciteitsbedrijven, en vanaf 2020 aan de andere grote industrieën. Dit verbetert de emissiehandel niet wezenlijk. Voor de effectiviteit en efficiëntie van het systeem is het lood om oud ijzer.

De essentie van emissiehandel is een uitstootplafond en de mogelijkheid om met vervuiling te handelen. Dat plafond maakt het systeem effectief. De vervuiling mag immers niet boven het plafond uit stijgen. De handel zorgt voor het halen van de milieudoelstelling tegen zo laag mogelijke kosten.

Politici hebben echter te ruime uitstootplafonds toegekend voor de periode 2005-2007. Ze deden dit om de acceptatie van emissiehandel bij de industrie te bevorderen. Een CO2-prijs van bijna nul euro was het gevolg. Veilen lost dat probleem niet op. Een lager plafond doet dat wel. Gelukkig zien politici dat in en zijn de plafonds aangescherpt voor de periode 2008-2012.

Over de handel zelf is geen discussie, het is een prachtig, efficiënt instrument. Iedereen beseft dat de overdraagbaarheid van emissierechten tot kostenbesparingen leidt. Dat geldt voor zowel geveilde als gratis emissierechten.

Waarom dan toch veilen? Brussel wil zo de 'windfall profits' bestrijden die vooral elektriciteitsbedrijven maken. Zij berekenen de marktwaarde van de gratis verkregen emissierechten immers door aan de consument. Economisch gezien zijn die 'windfall profits' echter helemaal geen probleem.

Dat doorberekenen is namelijk correct. Aan het gebruik van gratis verstrekte emissierechten zijn wel degelijk kosten verbonden. Elektriciteitsbedrijven hadden hun uitstoot immers ook kunnen verlagen om zo rechten te verkopen. Emissierechten hebben dus alternatieve kosten als ze gebruikt worden, gelijk aan de marktprijs voor CO2. De producent verkoopt alleen dan niet als hij de gemiste opbrengsten via de marktprijs voor elektriciteit kan terugverdienen.

'Windfall profits' zijn dus geen economisch, maar een politiek probleem. Omdat gratis verstrekte emissierechten een marktwaarde hebben, worden de aandeelhouders van elektriciteitsbedrijven er rijker van. Consumenten vinden dit onacceptabel. Veilen lost dat politieke probleem inderdaad op. Bovendien houden economen van veilen. De emissierechten komen dan terecht bij diegenen die ze het meest waarderen.

Toch zijn grote bedrijven die CO2 uitstoten er een beetje ingeluisd. Zij verwierpen destijds een CO2-heffing omdat zij daarbij voor iedere eenheid uitstoot zouden moeten betalen. Gratis emissierechten vermijden dat, maar ook bij veilen betalen bedrijven voor iedere eenheid uitstoot. Na acceptatie van emissiehandel door de industrie wijzigen politici dus nu de regels van het spel. Dat draagt niet bij aan een voorspelbare overheid.

Edwin Woerdman is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen