Op
12 december 2001 hadden Maycroft Consultancy[1]
en Jos Cozijnsen consultancy[2]
een workshop georganiseerd voor bedrijven over emissiehandel. Daarin
werd ingegaan op de relatie Kyoto Protocol en emissiehandel, op de werking van
emissiemarkten en hoe bedrijven zich kunnen voorbereiden op de komende
emissiemarkt.
Door
de relatieve nieuwheid van het onderwerp en de vele vragen die toekomstige
marktpartijen nog hebben, was er een uitgebreide belangstelling voor de
workshop en mochten wij ons verheugen op een zeer interessante deelnamelijst (bijgevoegd).
Elke belangengroep die momenteel of in de toekomst een rol speelt in de markt
voor emissierechten was aanwezig; zoals industrie en energie, milieu- en
energieadviseurs, consultants, banken en een handelsplatform.
De
timing van de workshop was kennelijk goed gekozen. De belangstelling van de
media en het aantal aanmeldingen was goed. En op de dag van de workshop stemde
de Milieuraad in met het voorstel van de Europese Commissie om te komen tot
een Europese emissiemarkt per 2005. Een maand tevoren werden reeds de
afspraken over de toepassing van emissiehandel en handhaving van het Kyoto
Protocol afgerond(CoP-7[3]).
Landen en bedrijven bereiden zich nu voor op de implementatie van het
Protocol.
De
onzekerheid over de ontwikkelingen van emissiehandel, uitte zich in een zeer
interessante en levendige discussie. Doordat elke stroming was
vertegenwoordigd werd er een zeer uitgebreid beeld geschapen. En dan met name
over de vele onzekerheden die bedrijven ondervinden en de voorwaarden
die werden geformuleerd.
|
|
![]() |
![]() |
De
volgende conclusies
werden genomen:
• Het Kyoto Protocol schept fundamentele voorwaarden voor een emissiemarkt. Principes van nationale plafonds, emissiebudgetten (5 jaar: 2008-2012) en overdraagbaarheid van rechten staan centraal in het Protocol. Eén en ander biedt landen, en daarmee ook bedrijven, flexibiliteit en meer zekerheid de emissie-verplichtingen te halen en noodzakelijke reducties in de toekomst mogelijk te maken.
•
CoP-7
geeft een helder signaal naar bedrijven: landen ligt niets in de weg
het Protocol te ratificeren, waardoor het effectief wordt.
- Bovendien heeft CoP-7
voorzieningen afgesproken voor internationale handhaving, overdraagbaarheid en
opspaarmogelijkheid van surplus reducties. Dit zijn essentiële elementen voor
bedrijven, die afhankelijk zijn van investeringscycli en een maximale,
geordende markt.
•
Markt
vormt prijs van emissierechten. Bedrijven kunnen berekenen hoeveel het
kost zelf de reducties te bekostigen (marginale kosten). De emissiemarkt maakt
kosteneffectieve reducties (rechten of credits) beschikbaar.
- Onzeker is hoe hoog de
marktprijs wordt. Dat hangt af van het aanbod (hoeveel rechten gaat Rusland
verkopen? Wanneer komen CDM-rechten[4] vrij?) en van de grootte en liquiditeit
van de markt. Met betrekking tot Oost-Europa en Rusland hangt deze onzekerheid
tevens nauw samen met de betrouwbaarheid van emissie-inventarisatie (bij het
Kyoto Protocol wordt dat gecontroleerd);
•
Analyse
van de risico’s van emissiehandel is nog moeilijk, omdat de markt er
nog niet is; wel is reeds risico management mogelijk (investeringsstrategie,
verzekering, ‘hedging’). Het is lastig voor bedrijven om zich voor te
bereiden op de markt voor emissiehandel in de huidige situatie van regelgeving.
Daardoor kiezen bedrijven er voor om af te wachten totdat er meer
zekerheid is omtrent nationale regelgeving.
- Op dit moment zijn er
internationaal zo’n 100 emissiecredits transacties tussen bedrijven gedaan.
De prijs was over het algemeen laag, vanwege het risico. Toch wordt zo het
milieu geholpen, ervaring opgedaan en de het systeem uitgetest.
•
Allocatie
van emissierechten is het beginpunt van emissiehandel, omdat de
schaarste dan wordt gecreëerd. Allocatie
naar sectoren/bedrijven kan nooit volledig rechtvaardig zijn voor elk bedrijf.
Het is de moeite van het onderhandelen waard, maar belangrijker is in oog te
krijgen welke reductieopties er uiteindelijk op de markt komen; de markt heft
onrechtvaardigheden a.h.w. op.
•
Het verschil
in tijdschema’s van de diverse plannen voor emissiehandel leidt bij
bedrijven tot terughoudendheid: waar moeten bedrijven zich op richten?
De EU wil in 2005 beginnen; Kyoto in 2008. De overheid sluit nu al contracten
voor CDM en JI[5]. Commissie Vogtländer wil ook eerder beginnen.
• Tevens werd door bedrijven geconstateerd dat enige vorm van handel onmogelijk is zonder een betrouwbare, transparante, gecontroleerde Registratie van emissies. De overheid zou daar eigenlijk de prioriteit moeten leggen. Men heeft daar ook ideeën voor.
•
Een lastig thema is de verhouding
tussen energiemarkt en emissiemarkt. Het is een uitgelezen kans bij de
inkoop/import van energie rekening te houden met CO2-emissies. Als emissies aan de
energiebedrijven worden toegerekend, kunnen zij ook bevorderen dat energie met minder/geen CO2
wordt opgewekt.
• Onduidelijk is verder de rol van groencertificaten op de emissiemarkt. Er moet aangegeven worden welke CO2 daarmee vermeden is, zodat het als CO2-credit kan gelden.

De volgende
aanbevelingen voor de voorbereiding van
emissiehandel werden gedaan.
• Bedrijven: anticipeer op emissiehandel. Om te beginnen moeten bedrijven in beeld brengen wat de emissies zijn (meten) en kosten en baten in beeld brengen (rekenen). Verder, volg nauwlettend de ontwikkelingen in binnen- en buitenland.
• Rol van de overheid moet duidelijk zijn. Dat is op dit moment onduidelijk bij emissiehandel. Men vindt dat overheid zich moet beperken tot het stellen van milieudoelen, allocatie van rechten en het opzetten van een register, regelgeving en handhaving. De overheid moet geen rechten gaan kopen en/of de prijs vaststellen.
•
De overheid en bedrijfsleven moeten bij de voorbereidingen van emissiehandel goed
kijken naar de opzet van andere commodity markten. Het belangrijkste
element is daarbij een betrouwbare
registratie van rechten. Het register
moet aan internationale regels voldoen en er moet toezicht op zijn.
•
Het is van groot belang dat een dergelijk
systeem van registratie snel wordt verwezenlijkt, zodat emissiehandel
al vóór de Kyoto-periode mogelijk is.
Voor
nadere informatie kunt u contact opnemen met
Jos Cozijnsen: 030-2936425, info@emissierechten.nl
+ +
1. ABN AMRO De
heer Raja Venkata Raman Director
2. ABN AMRO De
heer Galid Lahdahda, Associate
3. AVR, De heer
Stefan Rutten, Manager Energie en Reststoffen
4. AVR ,De heer
Pieter van Nispen,Energie-Analist
5. Bank
Nederlandse Gemeenten, De heer Sjerp Martin, Directeur
6. Cap Gemini
Ernst & Young,De heer Theo Fens,
Consultant
7. DSM Agro BV, De heer René Hooites Meursing, Manager Bus. Department Ammonia & Natural Gas
8. DSM Anti-Infectives
bv, De heer Ton Ruijgt, Energie technoloog
9. Electrabel
Nederland, De heer Martin Boubin, Strategie & Projecten
10.E.ON Benelux,
De heer Koen de Jonghe, Business Analyst
11.ERM, De heer
Ard Hordijk, Consultant
12.Essent
Energie Productie BV, De heer Peter-Paul Schouwenberg, Coördinator Milieu en
Vergunningen
13.Essent
Milieu, De heer Michael Sanders, Projectleider Energie
14.Essent
Sustainable Energy, De heer Jan-Willem van de Ven
15.International Business Developer
16.Euronext, Mevrouw
Kirsten Fischer, Product Manager
17.Fortis Bank,
De heer Albert de Haan, Merchant Banking
18.Hellemans
Consultancy, De heer Jürgen van den Elshout, Consultant
19.Holland
Power Energy Consultants bv, De heer Sander Koolwijk, Consultant
20.Holland
Power Energy Consultants bv, De heer Erik Suichies, Adviseur
21.KWA
Bedrijfsadviseurs bv, De heer Fons Pennartz, Manager Afd Energie
22.Nuon Energy
Trade & Wholesale, De heer Erik Verhaar, Director of Sales
23.Sight
Adviseurs voor Milieu en Landschap, De heer Chris Weevers, Senior Adviseur
24.Sight Adviseurs voor Milieu en Landschap, De heer Frans Houtkamp,Senior Adviseur en vennoot
25.NN
Sprekers/facilitators:
Joris Ankersmit, Maycoft Consultancy
Jos Cozijnsen, Cozijnsen Consulting
Kasper Walet, Maycroft Consultancy
[3] de klimaattop in Marrakech, nov. 2001
[4] van klimaatprojecten in ontwikkelingslanden: Clean Development Mechanism
[5]
klimaatprojecten in een ander industrieland, bijvoorbeeld elders in de EU of
in Oost Europa.