Emissiehandels-richtlijn verrassing voor Restwarmte-benutting

 

Door: Jos Cozijnsen, voor Energiebeursbulletin, juli /aug 2011                           F&B, Energiebeurs Bulletin
Een nog weinig bekende voorziening uit de Europese regels voor emissiehandel kan interessant zijn voor het benutten van restwarmte in Nederland. Vanaf 2013 kunnen restwarmte-projecten CO2-emissierechten krijgen. Een kans die beter niet onbenut kan blijven; evenals het benutten van restwarmte zelf.

 

Er gaan nog steeds stemmen op restwarmte te beboeten of afname van gebruik van restwarmte te verplichten. En de Europese commissie heeft in juni een voorstel uitgebracht voor een nieuwe  Energy Efficiency Directive[1] Men wil een verplichting op benutting van warmte uit elektriciteitscentrales. Ook industrie met restwarmte wil verplichten om maatregelen te nemen om deze warmte nuttig te gebruiken. De lidstaten moeten daar nationale plannen voor maken. Maar emissiehandels regels voorzien dus al in een belonings-maatregel per 2013.

 

Nieuwe mogelijkheid vanaf 2013: de emisiehandel warmtebenchmark

De regels omtrent Europese Emissiehandel veranderen nogal vanaf 2013. De regels voor industrie en energie-sector worden veel meer geharmoniseerd en binnen de EU afgestemd. Voor stroomopwekking worden dan geen gratis emissierechten uitgedeeld, wat voordien wel gebeurde en wat tot ‘windfall profits’ leidde. De industrie, die internationaal concurreert krijgt nog wel gratis emissierechten, omdat er nog geen mondiale CO2-verplichtingen zijn. De industrie krijgt dan emissierechten op basis van een CO2- of warmte-benchmark. Om die warmte-benchmark gaat het hier. De industrie krijgt van 2013 tot en met 2020 extra CO2-emissierechten als ze restwarmte benut. En dat is gelijk-getrokken voor de energiesector. Energiebedrijven krijgen ook gratis emissierechten als de restwarmte benut. Die emissierechten zijn verhandelbaar en kunnen dus op de CO2-markt verkocht worden.Als de industrieel of een energie-bedrijf aan een ander bedrijf restwarmte levert, dat ook officieel internationaal concurrerend is[2] - bijvoordeel van een chemisch bedrijf naar een zoutfabriekje – dan krijgt de eerstgenoemde per TJ geconsumeerde warmt 62,3 ton emissierechten.  Dus levert men bijvoorbeeld 450 TJ, dan krijgt men 28.035 ton emissierechten met een waarde van euro 336,420 (bij 12 euro per ton CO2) tot 560.700 (per 20 euro).  De bedrijven kunnen dat voordeel
samen benutten om de business case rendabeler te maken. Als een industrieel of energie-bedrijf aan een ander, niet internationaal concurrerend bedrijf of project warmte levert, zoal een zwembad, tuinbouwkas of stadsverwarming – dan krijgt men minder emissierechten, en dat neemt langzaam af tot aan 2020. In 2013 krijgt men per TJ 80%, 49,84 ton emissierechten. Dat neemt daarna elk jaar af tot 30% in 2020: 18,69 ton emissierechten per TJ.

Warmte-atlas
In de eerder dit jaar gepubliceerde Warmteatlas van het Nationaal Expertisecentrum Warmte (NEW) van Agentschap NL, is een quickscan gemaakt van het potentieel aan restwarmte dat per provincie beschikbaar is. Het restwarmtepotentieel in Nederland ligt rond de 100 PJ per jaar, ongeveer een derde van het huidige warmteverbruik van de Nederlandse huishoudens. Zo’n 57 PJ restwarmte kan nuttig ingezet worden voor warmtelevering aan huishoudens. Genoeg voor 1,2 miljoen huishoudens en een CO2-reductie van 3.200 kton[3].
Als die totale restwarmte wordt benut voor huishoudens, zouden de leverende bedrijven gezamenlijk voor 57 PJ in 2013 2,8 miljoen emissierechten ontvangen (waarde € 33,6 – 56 miljoen). Dat neemt af tot 1 miljoen ton emissierechten in 2020 (waarde € 12 tot 20 miljoen.
In vergelijking: als deze totale restwarmte wordt geleverd aan en benut worden door internationaal concurrerende bedrijfjes, dan zou dat van 2013-2020 jaarlijks 3,5 miljoen ton CO2-emissierechten opleveren met een waarde tussen de € 42 en € 70 miljoen.

Meetgegevens
De bedrijven die onder emissiehandel vallen en restwarmte leveren moeten uiterlijk in september 2011 – of zodra het warmte-project gerealiseerd wordt - de warmte-data inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Guidance Documenten van de Europese Commissie[4] d.d. 16 april 2011, geven aan hoe dit berekend wordt (meetbare warmte).
In principe krijg je emissierechten op basis van verleden, n.l. een mediaan tijdens de basisperiode 1-1-2005 tot 30-6-2011. Maar bij nieuwe projecten wordt een heel boekjaar genomen en bij uitbreiding kijkt men naar meer dan 10% capaciteitstoename, óf toename van minimaal 5%.

Reeds bestaande mogelijkheid volgens huidige emissiehandel-regels
Op dit moment kan restwarmtelevering al gebruikmaken van de emissiemarkt. Namelijk als een bedrijf dat niet onder emissiehandel valt - bijvoorbeeld een mest-vergister of een afvalbedrijf -  warmte levert aan een bedrijf dat onder de verplichte emissiehandel valt warme geleverd krijgt. Deze laatste bespaart dan op de eigen stook en houdt emissierechten over. Een andere manier is als wordt samengewerkt met een energie-bedrijf, wat onder emissiehandel valt; deze levert en verkoopt dan de stroom of warmte, maar die hoeft daar zelf minder kolen of gas te stoken en hoeft daarover dan geen emissierechten te kopen en in te leveren.

Een voorbeeld hiervan is de levering van stoom door Twence aan zoutfabriek Akzo. Naast de overheids-financiering van de pijp, de vermeden gas-kosten aan de kant van Akzo, dalen de emissies van AKZO doordat 40 miljoen m3 minder aardgas wordt gebruikt. Dit levert een verminderde CO2-uitstoot op van 72.000 ton per jaar. Aan emissierechten kan AKZO hierdoor euro tot euro 1,44 miljoen besparen.

Wat een emissiehandel-bedrijf of energie-bedrijf dat warmte gebruikt, moet doen is de wijziging van de inrichting doorgeven aan de Nederlandse Emissie-autoriteit (NEa) en het Monitoringplan aanpassen. Voor 1 april het volgende jaar zal uit het emissie-jaarrappport aan de NEa blijken dat er in de voorafgaande jaar minder CO2-emissies waren en dat het bedrijf op 1 mei dus ook minder emissierechten hoeft in te leveren bij de NEa. Het bedrijf kan de besparing ook tevoren inschatten en afhankelijk van de ontwikkeling van de CO2-markt al eerder de emissierechten verzilveren. Het bedrijf kan de emissierechten ook ‘banken’ naar een volgende periode.

Mogelijkheid na 2013 in ontwikkeling: ‘Domestic Offsets’

Vanaf 2013 is er nog de mogelijkheid van de ‘domestic offset’: projecten, die niet onder emissiehandel vallen waarin emissies worden gereduceerd kunnen vanaf 2013 zelf ook emissierechten krijgen. Die mogelijkheid wordt genoemd in artikel 24a van de Emissiehandels-richtlijn. Regelgeving daarvoor moet in Brussel nog verder ontwikkeld worden en wellicht selectie van een aantal prioritaire gebieden. Diverse Lidstaten, w.o. Duitsland, Frankrijk zijn geïnteresseerd. In Nederland groeit de interesse, ook in relatie tot een ‘green deal’. De Nederlandse regering is nog niet van plan hier aan mee te werken en wacht Brusselse initiatieven af. Maar Tweede Kamerfracties van VVD, CDA en PvdA hebben i.v.m. de behandeling van de wet Emissiehandel hun interesse in de ‘domestic offsets’ laten blijken[5]. De Tweede Kamer praat daar in september met de Staatssecretaris IenM over.


[2] Of een bedrijf volgens de richtlijn internationaal concurrerend is, wat CO2-kosten betreft, staat op de zogenaamde ‘carbon leakage’ lijst

[4] Zie EC Guidance Document 6: Cross-boundary heat flows, 16 apr 2011: http://ec.europa.eu/clima/documentation/ets/docs/gd6_cross_boundary_heat_flows_en.pdf

Warmtebenchmark: EC Guidance on allocation methodologies, 16 apr. 2011; pag 7. http://ec.europa.eu/clima/documentation/ets/docs/gd2_allocation_methodologies_en.pdf

[5] Zie Tweede Kamer stuk 32 6667, nr 6. 29 maart 2011. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32667-6.html