Publicatiedatum: 13-3-2006

Klimaatbeleid van kabinet is 'weinig ambitieus'

Onderzoekers constateren 'geen politiek draagvlak' voor ingrijpende milieumaatregelen

KAREL BECKMAN EN ROY OP HET VELD

BILTHOVEN - Technisch en financieel is het mogelijk om de uitstoot van broeikasgassen substantieel terug te dringen. Het ontbreekt op dit moment echter aan politiek draagvlak om de maatregelen te nemen die hiervoor nodig zijn.

Dat zeggen Joop Oude Lohuis en Jacco Farla, respectievelijk teamleider en beleidsonderzoeker van de afdeling Klimaat en Mondiale Duurzaamheid van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP). Samen met collega's van het ECN (Energie-onderzoekscentrum Nederland) hebben zij uitgerekend wat er voor nodig is om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 substantieel terug te dringen. Het kán, is hun conclusie. Maar het vergt ingrijpende maatregelen. 'Minimaal een verdrievoudiging van de huidige inspanningen.' Niets wijst erop dat die verdrievoudiging eraan zit te komen, erkennen zij. 'Het huidige kabinet heeft op klimaatgebied niet de ambitie om voor de troepen uit te lopen', zegt Oude Lohuis.

Uit een recent rapport van MNP en ECN - het zogeheten 'optiedocument' - blijkt dat er drie belangrijke maatregelen zijn die de regering kan nemen als zij de uitstoot van broeikasgassen terug wil dringen. Twee van die drie worden echter afgewezen door de minister van Economische Zaken. De derde wordt wel omarmd, maar heeft nog veel voeten in de aarde. De eerste maatregel is het bouwen van drie ŕ vier nieuwe kerncentrales ter grootte van Borssele. Staatssecretaris van Milieu, Pieter van Geel, pleitte hiervoor in februari, bij de presentatie van het 'optiedocument', maar zijn pleidooi stuit op veel weerstand, ook binnen het kabinet.

'Energieminister' Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken voelt vooralsnog niets voor nieuwe kerncentrales. De kans dat er binnen afzienbare tijd een begin wordt gemaakt met de uitbreiding van kernenergie lijkt dan ook klein. De tweede maatregel die volgens MNP en ECN zoden aan de dijk zet, is het plaatsen van 5500 megawatt (MW) extra windenergie op zee, boven op de 2000 MW die op dit moment is voorzien in 2020. Een woordvoerder van EZ erkent desgevraagd echter meteen dat het 'onrealistisch' is om te denken dat dit gaat gebeuren.

Op dit moment zijn er vergunningen verstrekt voor de bouw van twee offshore windmolenparken van elk slechts 100 MW. Bij één van die twee zijn problemen met de financiering. Beide parken worden noodzakelijkerwijs zwaar gesubsidieerd door EZ. Als de parken een succes blijken te zijn, gaat de regering bekijken of het haalbaar is om voor 2010 nog eens vijf nieuwe parken (in totaal 500 MW) te subsidiëren. Vervolgens kan er, als alles volgens plan verloopt, worden doorgegroeid naar 2000 MW in 2020, maar meer zit er zeker niet in, aldus EZ. De derde maatregel betreft het afvangen en ondergronds opslaan van broeikasgas kooldioxide (CO2). Volgens MNP en ECN zou 20% van de CO2-emissies afkomstig uit elektriciteitsopwekking moeten worden opgeslagen om een flinke reductie van broeikasgasemissies mogelijk te maken. Maar ook dat lijkt nauwelijks haalbaar. De techniek bevindt zich nog in een experimentele fase en is met vele onzekerheden omgeven.

Wat in theorie de drie belangrijkste pijlers zouden moeten zijn onder het klimaatbeleid, zijn dus in de praktijk alledrie even wankel.

Veel alternatieven zijn er niet, stellen Oude Lohuis en Farla. Energiebesparing kan ook een beetje helpen. 'Het energiebesparingstempo kan worden opgevoerd, van de doelstelling van 1,5% nu naar 2% per jaar.' Tegelijkertijd stellen de onderzoekers vast dat zelfs het doel van 1,5% per jaar op dit moment niet in beleid is omgezet. 'Voor veel maatregelen blijkt nu al veel weerstand te bestaan in de Tweede Kamer. Een extra 0,5% zal daarom nog moeilijker worden.' Besparing alleen is bovendien niet genoeg om een ambitieus klimaatbeleid te realiseren. Als consumenten massaal energiezuiniger apparaten en auto's aan zouden schaffen, zou dat maximaal 5,5 miljoen ton aan CO2-uitstoot besparen, stellen MNP en ECN.

Zo'n 3-4 miljoen ton CO2 daarvan zit al in de analyse van Oude Lohuis en Farla. Met beide opties zou je de uitstoot dus nog ongeveer met enkele miljoenen ton CO2 extra kunnen terugdringen. Dat is 1% van de huidige uitstoot. De conclusie lijkt onvermijdelijk: het wordt een enorme opgave om de uitstoot van broeikasgassen substantieel terug te dringen.

Toch zijn de maatregelen die MNP en ECN voorstellen, niet onhaalbaar, zeggen Oude Lohuis en Farla. 'Het klimaatbeleid kost nu euro 0,5 mrd tot euro 1 mrd per jaar. Dat loopt op naar enkele miljarden als je de emissies verder wilt reduceren. Dat zijn bedragen die we ook kennen van het afvalbeleid of het verzuringsbeleid. Het probleem is meer dat er te weinig politiek draagvlak is om het systeem een andere richting op te duwen.'

Minder uitstoten
Nederland moet volgens het verdrag van Kyoto in 2010 6% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Voor de periode na 2010 zijn geen harde afspraken gemaakt. De EU-regeringsleiders hebben wel 'indicatieve doelstellingen' afgesproken. In 2020 zou de uitstoot met 15-30% moeten zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. In 2050 zelfs met 60-80%.

Bij een minimumdoelstelling van 15% reductie in 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 40 miljoen ton per jaar naar beneden. Dat kan niet alleen met energiebesparing worden bereikt. Een drastisch lager energieverbruik van consumenten, zoals door de PvdA bepleit, zorgt hooguit voor 5 miljoen ton minder uitstoot. Dan moet, om een voorbeeld te noemen, wel iedereen in een zeer zuinige auto gaan rijden (categorie A of B).

Copyright (c) 2006 Het Financieele Dagblad

Zie ook:

ECN berekent opties nationale CO2-reductie; emissiehandel en CDM nog niet meegeteld (16/2)