Windmolendebat (3/10)

Miljard subsidie nu niet verantwoord

DE LPF HEEFT AANGEKONDIGD bij de algemene financiële beschouwingen deze week een motie in te dienen tegen het voorstel van de regering om een miljard euro subsidie te verstrekken voor windmolens op zee. Die motie verdient steun.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten en baten van windmolens op zee. Daaruit blijkt ondubbelzinnig dat onder vrijwel ieder scenario de kosten fors hoger uitvallen dan de baten.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft een bijzondere draai gegeven aan dit advies. Hij stelt dat het oude overheidsplan om 6000 megawatt aan windmolens op zee te realiseren weliswaar te duur uitvalt, maar ziet in het CPB-rapport 'duidelijke ondersteuning' voor een 'gefaseerde aanpak'. Hij heeft het beleidsdoel daarom bijgesteld naar 700 megawatt in 2010 en de overheidssteun begrensd op een miljard euro tot 2013.

De 'ondersteuning' die Brinkhorst ontwaart, valt echter moeilijk uit het rapport te halen. Het CPB stelt juist vast dat uitstel de beste optie is. Er is geen reden voor Brinkhorst om dat advies niet op te volgen. Aangezien er al twee parken (200 megawatt) in de Noordzee zijn gepland, kunnen de resultaten van deze projecten worden afgewacht alvorens een nieuw besluit te nemen.

Naast het financiële argument zijn er fundamentele redenen om die weg te kiezen. Het huidige beleid steunt duurzame energie, vooral biomassa en windmolens, met honderden miljoenen per jaar. Samen met energiebesparing moet dit leiden tot minder uitstoot van het broeikasgas CO2 . Het valt echter te vrezen dat dit beleid ten koste gaat van betaalbare energievoorziening. Het belang daarvan voor de economie is onverminderd groot. Hoewel de energie-efficiency afgelopen decennia enorm is toegenomen, blijft het energieverbruik gestaag stijgen. Dat zal ook niet veranderen. Alle geavanceerde technologieën, en dus alle economische groeisectoren, zijn aangewezen op ruim voorradige, betaalbare energie.

Traditionele energievormen als biomassa en windmolens zullen nooit veel kunnen bijdragen aan deze behoefte. De bronnen waar ze gebruik van maken zijn te diffuus. Daardoor lopen zij al snel tegen grenzen op, al was het maar van de ruimte waar ze beslag op leggen. De overheid zou er beter aan doen het geld naar hoogwaardige technologie te sluizen en de weg vrij te maken voor kerncentrales en schone kolencentrales. In combinatie met een CO2 -uitstootplafond zoals in EU-verband afgesproken, biedt zo'n beleid meer uitzicht op een schone, betaalbare en betrouwbare energievoorziening.

KAREL BECKMAN

Copyright (c) 2005 Het Financieele Dagblad